Recensie —

De trein is terug

Allard Jolles (Cobouw)

Tot 2 juli 2002 kan het nog. De tentoonstelling Modern Trains and Splendid Stations is tot die dag te bezichtigen in The Art Institute of Chicago. Daarna, of als u niet in de gelegenheid bent naar de expositie te gaan, biedt de tentoonstellingscatalogus uitkomst.

In de catalogus met de gelijknamige titel worden 31 stationsprojecten gepresenteerd en wordt uitgebreid stilgestaan bij de problemen die ontwerpers ondervinden bij het maken van een station of het inrichten van een treinstel. Ook de buitenkant van het treinontwerp krijgt aandacht. Het valt op dat de modernste snelle jongens steeds meer op een vliegtuig zonder vleugels gaan lijken, van binnen en van buiten. Heeft het spoor nog toekomst? De samenstellers van het boek weten het zeker, vooral als er meer hogesnelheidslijnen komen. Het vliegtuig heeft er op relatief korte afstanden (bijvoorbeeld Calais – Marseille, ruim 900 kilometer in slechts drie uur met de TGV) een concurrent bij. HistorieHet fraai ogende boek opent met een al vele malen verteld historisch overzicht, dat terecht niet al te veel pagina's in beslag neemt. Aardig is wel dat de schrijvers de stationsgeschiedenis combineren met andere gegevens van het spoor, de maximumsnelheid van een trein bijvoorbeeld. De jaren tachtig zijn ook in dit boek weer de overgangsjaren: het spoor is dan aan haar eerste renaissance bezig. En op dit moment, zo schrijft Martha Thorne, is er een soort nawee aan de gang van die wedergeboorte. Dat komt door het op grote schaal inzetten van hogesnelheidslijnen en door de waarde die wordt gehecht aan het voor- en natransport per trein van een vliegreis. Een aantal van de in dit boek gepresenteerde stations zijn integraal onderdeel van een vliegveld. Vaak is in het ontwerp iets van een vleugelvorm in de overkapping terug te vinden. De prachtige vleugelvormige overkappingen op de perrons van S. van Ravesteyns Rotterdam CS – afblijven, dat station! – vinden we terug in de plattegrond van het recente Inch'on Airport Station in Zuid Korea, naar een ontwerp van Terry Farrell en partners.

EenvoudNiet alle stations in de catalogus munten uit in de door UN Studio gepropageerde transparantie. In stedelijk locaties waar het grootste deel van het station ondergronds ligt, is het nog wel eens zoeken naar de juiste in- of uitgang. Afgelopen zomer heb ik in Frankrijk aangename stations gezien, ook ondergronds, maar het geld zit daar behalve in enorme betonconstructies vooral in de aankleding met gouden deurknoppen en dure hekjes. Van Ravesteyn zei ooit dat een station gebaat is bij duur(zaam) materiaalgebruik, en desnoods een dure plattegrond, met gescheiden in- en uitgangen. Maar geen fratsen. Het station in Florence was in zijn ogen meest geslaagde voorbeeld, of – inspiratiebron voor Rotterdam CS – Stazione Termini (1950) in Rome. Dat laatste station blijft vreemd genoeg tot de verbeelding spreken. Sir Norman Foster en partners hebben hun station in Kowloon, Hong Kong een op Termini geïnspireerd golvend dak gegeven, zelfs de wijze waarop het dak zich van de drager ogenschijnlijk losmaakt is identiek. Het gebouw kenmerkt zich verder door eenvoud en helderheid: het gebouw had in Nederland kunnen staan. Uit Modern Trains and Splendid Stations blijkt wederom dat stationsarchitectuur universeel is en in eerste instantie het spoor als context kiest, niet de directe omgeving. Het netwerk prevaleert en zo hoort het ook.

NederlandHet is ook aardig om te zien dat in een wereldwijde doorsnede van spraakmakende stationsarchitectuur er drie stations uit Nederland te zien zijn die zeker niet onderdoen voor het hogesnelheidsgeweld uit Japan, China, Duitsland en Frankrijk. Het is hier wat kleiner allemaal en het aantal passagiers is lager, maar de traditioneel hoge kwaliteit van het Nederlandse station in uiterlijk en efficiëntie wordt met groot gemak doorgezet in bijvoorbeeld het stationsontwerp van UN Studio (Ben van Berkel en Caroline Bos) voor Arnhem. Eén van de suggestieve computertekeningen van dat station heeft het niet voor niets tot beeldmerk van de tentoonstelling geschopt. Golvende lijnen, schier moeiteloos omgevouwen betonplakken en een uitgekiende circulatie van verkeersstromen hebben een transparantie tot gevolg waarbij bewegwijzering niet eens meer nodig lijkt. De traditionele voorgevel ontbreekt en is ook overbodig voor wie zo snel mogelijk van A naar B wil. Een overstapmachine pur sang.