Feature —

Clip City

Paul Groenendijk

Onder de naam Clip City presenteert het Nederlands Architectuurinstituut videoclips waarin ‘ruimte, architectuur en de stad’ centraal staan. Clip City lijkt een hernieuwde poging het wat serieuze, zo niet stoffige imago van de meeste architectuurtentoonstellingen te vermijden. Overigens, eerder hadden het Lijnbaancentrum omstreeks 1985 en het Groninger Museum in 1988 videoclips binnen de museummuren gepresenteerd.

Wie verwacht dat het NAi in een luidruchtige en swingende boel is omgetoverd komt bedrogen uit, want een verstilder presentatie van beeld en geluid is nauwelijks denkbaar. Op een zijwand van de grote zaal worden naast elkaar vijf video’s geprojecteerd, waarbij het geluid via aan het plafond opgehangen hoofdtelefoons tot de bezoekers komt, die kunnen gaan zitten op een soort skippyballen. De inrichting is even gestileerd als de benaderingswijze van samenstelster Femke Wolting, die voornamelijk recente, vrijwel zonder uitzondering uiterst kunstige video’s vol schitterende computer-effecten heeft geselecteerd. De circa 20 video’s zijn in vijf thema’s onderverdeeld: New York New York, Cold Cruel World, Graphic City, Strange Homes en My Dream Stage. Architectuur in de zin van gebouwen van bekende architecten is er nauwelijks te zien, de thema’s ruimte en stad zijn wel nadrukkelijk aanwezig. De stad varieert van de obligate beelden van New York, die naar analogie met reclamefilms gebruikt worden om een product en in dit geval een suf nummer van de Rolling Stones nog een zekere frisheid te geven, tot de gruwelijke suburbane werkelijkheid van Aphex Twin, overigens de enige clip waarin beeld en geluid naadloos op elkaar aansluiten. De ruimte komt vooral in de grafische effecten en computeranimaties van de meeste clips tot uiting; ze creëren een fascinerende nieuwe werkelijkheid, waaraan de concrete architectuur zelden kan tippen. Misschien wel de meest vervreemdende werkelijkheid is overigens toch in concrete en zelfs verantwoorde architectuur opgenomen. Het ooit als humaan en sociaal gepresenteerde Habitat-complex van Moshe Safdie in Montreal is in de clip van good-old Leonard Cohen een beangstigende spookstad geworden.

De loskoppeling van beeld en geluid biedt onverwachte mogelijkheden. In een tijd waarin clipzenders als MTV en TMF met een half oog bekeken worden en voornamelijk als veredelde radio functioneren, is het hier mogelijk alleen het beeld op je in te laten werken. Dat is vooral bij de neurotische disco van Michael Jackson een voordeel, hoewel zijn door plastische chirurgie misvormde uiterlijk ook tamelijk storend is voor een juiste waardering van de interessante grafische en ruimtelijke vormgeving van de clip. Het probleem bij muziekvideo’s en -films blijft toch dat het moeilijk is de waardering voor muziek en beeld los te koppelen. Een schitterende clip met vreselijke muziek van Jantje Smit of Koos Alberts lijkt nauwelijks denkbaar.

Het blijft de vraag of een dergelijke tentoonstelling, bedoeld om het MTV-publiek binnen te halen en om het reguliere publiek te verrassen, in een dergelijke verstilde presentatie werkt. Het jeugdige MTV-publiek zoekt waarschijnlijk de muziek van zijn gading, terwijl de reguliere bezoeker hooguit verbaasd zal zijn door de ongekende mogelijkheden van de moderne animatietechnieken. Wat hier ontbreekt is een Pierre Jansen-achtige figuur, iemand die de MTV-generatie kan wijzen op de Metropolis-citaten bij de Red Hot Chili Peppers en die de gemiddelde architectuurliefhebber bijvoorbeeld kan wijzen op het universele gebruik van modernistische jaren zestig-architectuur als decor voor vervreemding en angst. Kortom, eigenlijk moet er gewoon met dit materiaal een mooie documentaire gemaakt worden, die zowel bij BNN als bij de TROS (Kunst omdat het moet) zou moeten worden vertoond.