Recensie —

Higher Truth

Marina van den Bergen

In Middelburg zijn twee tentoonstellingen te bezichtigen over de parallelle werelden van de mode: Higher Truth No. 5 en Higher Truth No.71. No.71 gaat over de wereld van de mode die zich net naast de schijnwerpers bevindt en No.5 is een tentoonstelling die met inzet van architectonische middelen bij de bezoeker een ervaring wil oproepen ‘as the ultimate shopping experience.’

Higher Truth No.5 heeft als ondertitel 'een project over mode'. De curatoren van de tentoonstelling, Guus Beumer en Rutger Wolfson, stellen dat elk modemerk naast het feitelijk ontwerpen en produceren van kleding, een eigen parallelle universum creëert. 'De verbeelding waarmee deze werelden worden opgeroepen, is misschien wel het meest fascinerende aspect van de mode', aldus Beumer en Wolfson. De modeshows, winkels, advertenties en de modellen staan allemaal in dienst van een puur, visueel gedefinieerde, mooiere wereld. Een wereld die onlosmakelijk verbonden wordt met de producten en zodoende bij de aanschaf van een product meekomen. Dit rechtvaardigt de vraag: Wordt het product of de imaginaire wereld aangeschaft?

Beumer en Wolfson willen de bezoekers van Higher Truth No.5 de verleidingskracht van de mode, deze imaginaire wereld, laten ervaren. Daartoe is in de Vleeshal een installatie gebouwd volgens de regels van een 'goede winkel', lees een op optimale koopverleiding gerichte totaal ervaring. De eerste ruimte bestaat uit een donker gebied met pilaren die de chaotische wereld verbeelden, aan een kant gloeit zacht de gevel van de winkel, een bijna onherkenbare deur wordt door een medewerker opengedaan en de bezoeker betreedt een grote diffuus verlichte ruimte waar zachte muziek klinkt, zo zou de hemel eruit kunnen zien. Vanuit deze ruimte loopt de bezoeker via een tunnel naar het pashokje. Net als in een echt pashokje wordt de bezoeker daar met zichzelf geconfronteerd, dit keer niet via de spiegel maar via een video en een televisiescherm. Uit de paskamer gekomen wacht een mederwerker de bezoeker (klant/gast?) op. In plaats van het gebruikelijke 'bevalt het?' wordt nu de vraag gesteld 'glaasje water?' De medewerkers van 'de winkel' zijn mooi en slank als modellen en dragen designerkleding van SO. Om de ervaring van de verleiding zo puur mogelijk te laten zijn, is 'de winkel' leeg; nergens jassen, schoenen of tassen, alleen de sfeerervaring. Nu is de 'ultimate shopping experience' natuurlijk niet compleet wanneer er niet iets gekocht kan worden en dus kan men voor één euro een informatiepakket over te tentoonstelling kopen. Deze wordt door de medewerkers kunstig ingepakt en in een glanzend wit papieren logo vrij tasje gestopt. Met een 'veel succes' wordt de bezoeker uitgeleide gedaan.

Zo opgeschreven leest het als een leuk 'event', maar in de Vleeshal zelf wordt de verleidingskracht van de mode, het parallelle universum, niet ervaren. Waar ligt dat aan?

Voor welke imaginaire wereld hebben de curatoren gekozen, de wereld van SO? Het is in ieder geval een wereld die weinig tot de verbeelding spreekt, die wit en semi-transparant is, geen aanknopingspunten biedt voor een fantasie. Het is dat Beumer en Wolfson het waarschijnlijk niet zo bedoeld hebben maar bij het verlaten van de Vleeshal overvalt mij inderdaad de 'ultimate shopping expercience': totale leegheid.

In de Kabinetten van de Vleeshal is een andere parallelle wereld van de mode te zien, de 'echte' wereld achter de schijnwerpers van de catwalk. Ook hier is geen mode te zien. De foto's van Roma Pas tonen een modeshow gezien vanachter de haag van fotografen, bezoekers aan shows, en modellen die in hun eigen kleding in een lege partytent de show aan het oefenen zijn. Foto's waarop schijnbaar nonchalante details als de losgescheurde broekzak, of het rafelige T-shirt zijn vastgelegd en daarmee juist het parallelle universum van de modemerken laten ervaren.