Recensie —

Mastenbroek en Van Gameren: prototype of poldermodel?

Janneke van Bergen

Januari was de maand van Mastenbroek en Van Gameren: een nieuwe website, een boek bij uitgeverij 010 en op visite in het Berlage instituut, met een lezing en tentoonstelling gewijd aan hun werk. Janneke van Bergen doet verslag.

Op 22 januari deed Dick van Gameren zijn verhaal in een drukbezochte zaal op Berlage, waarin opvallend veel Delftse gezichten. Hier liggen de roots van Mastenbroek en Van Gameren (MVG), iets wat Dick niet onder stoelen of banken stak. Inderdaad is veel in hun werk, zoals de regels en de typologieën een directe verwijzing naar de Delftse ontwerppraktijk. Aan de hand van vier thema's lichtte Dick het werk toe.ScapeHet eerste thema was Suburban patterns, met eerdere projecten als Almere en Ypenburg. Het vormt een duidelijke kritiek op het uniforme VINEXbeleid. Door variatie van positie en dakvlakken, maar ook door de relatie met het landschap te versterken probeert MVG de wijken een eigen identiteit te geven. Deze ingenomenheid met het landschap en omgeving komt ook terug in het tweede thema; landscaping architecture. Dit thema is gebaseerd op het idee dat alle architectuur in vlak Nederland automatisch een 3D landschap met zich meebrengt, en dus ook zo ontworpen kan worden. Dit wordt o.a. geïllustreerd in hun ontwerp voor een woningblok in Nijmegen, waarbij het landschap als een 'loop' omhooggetild is, met het gebouw eronder. Het park loopt zo over het dakvlak door. Ook het project 'Blok 5' in Almere, te zien op de website, laat dit idee goed zien. Deze zijn gebouwen niet alleen een landschap maar indirect ook de ultieme typologie van het compromis tussen gebouw en groen als een gestolde vorm van het huidige politieke verstedelijkingsbeleid. Dit komt volledig tot zijn recht in het ontwerp voor de Westerdok in Amsterdam. Door het maximale bouwvolume te doorsnijden met de zichtlijnen vanaf de grachten, ontstaat een krachtig torenlandschap wat vanaf het centrum onzichtbaar blijft. De welstand zorgt hier dus letterlijk voor de architectuur. EchoHet derde thema ging over stadsvernieuwing. Deze opgave is door MVG met beide handen aangepakt, niet alleen om er de aandacht op te vestigen, maar ook om een dialoog aan te gaan die meestal vermeden wordt; de dialoog tussen oud en nieuw. In Amsterdam Noord is niet het gebouw, maar de functie in de schijnwerper gezet en dient de nieuwe architectuur als etalage en podium voor de school. In de westelijke tuinsteden heeft deze aanpak geleid tot een gebouwencomplex waarbij een oude zuiveringsinstallatie is geïntegreerd en zo zorgt voor de architectonische expressie van de openbare ruimte. In Den Helder is de architectuur als een deken over het oude en het nieuwe programma heen gelegd, resulterend in een poëtisch daklandschap.Van beperking tot kwaliteitEen ander heilig huisje kwam aan bod in het laatste thema: liberation of construction. Hierin probeert MVG de starre Nederlandse bouwpraktijk te provoceren door het tot zijn grenzen te verkennen. In het project voor een theehuis leidde dit tot een gebouw dat zich ontworstelt aan de zwaartekracht, en opkrult naar het uitzicht. Bij het kantoorgebouw in Steenwijk leidde dit tot een herdefiniëring van het tunnelbekistingsysteem, en werden de betonnen schijven als een kaartenhuis op elkaar geplaatst.Hierin schuilt de kracht van MVG. Door de beperkingen van de huidige bouwopgaven te erkennen, kunnen deze tot nieuwe typologieën worden omgezet, en belangrijker nog: tot architectonische kwaliteit. De formule, en daarmee de boodschap, is simpel, waardoor de gebouwen een frisheid bezitten, en als iconen in de gebouwde omgeving staan. Het gevaar van deze concepten, dat zij blijven steken in een theoretisch model, weten zij te ontwijken door ze met veel affiniteit en vakkundigheid tot een gebouw maken, waardoor het concept ook architectonisch overtuigt. PrototypeWaar de website vooral prototypen laat zien, wordt in het boek, een bondig overzicht van gebouwd werk, de waarheid belicht; MVG is groot geworden en toont naast een scala van nieuwe ideeen ook het vermogen om te komen tot overtuigende architectuur. Hun oeuvre bouwt vooral voort op de huidige condities van de bouwpraktijk en weet deze te vertalen naar architectuur. Hierin schuilt ook het gevaar: door altijd van deze regels uit te gaan, is het tegelijkertijd voorspelbaar. Het bevestigt de regels, alle partijen worden gehoord; het prototype als poldermodel. Prototypische architectuur bezit daarnaast nog een andere uitdaging, in de manier waarop zijn de bestaande praktijk overtreft en zelf de regels definieert. Een poging daartoe zien we in het werk van MVG wel terug, maar er kan van het buro nog veel meer worden verwacht. Juist in datgene wat nu nog impliciet in de projecten aanwezig is, maar ook los van de opgave kan worden gegeven: het prototype als manifest.