Feature —

Beklede utiliteit

Harrie van Helmond

De Eindhovense binnenstad bezit een uniek ensemble wederopbouwblokken dat bedreigd wordt door verval en grootscheepse stadsvernieuwing. Bescherming hiervan was het thema van de vierde bijeenkomst Landelijk Wederopbouwoverleg van begin maart in de Witte Dame te Eindhoven.

Het ensemble bestaat allereerst uit vier kloeke, stedelijke bouwblokken met grootwinkelvoorzieningen. Deze herbouw -van de per abuis gebombardeerde binnenstad- wordt aangegrepen om de stad prominent op de kaart te zetten. De gemeenteraad was overtuigd van de kansen om van Eindhoven een moderne industriestad te maken.

De 4 blokken bevatten de Bijenkorf van Ponti, de Piazza, ertussen het zeer bijzondere Piazzaplein met sculpturen van Negri; aan de andere zijde van het 18 septemberplein twee enigszins klassiek geïnspireerde bouwblokken: C&A en het 'Lodewijksgebouw'.

Het Piazza winkelcentrum is gerestyled door Fuksas waarbij het plein vernietigd wordt en vervangen door een overdekte verkeersruimte. Van het tweede stel gebouwen zijn er plannen om het Lodewijksgebouw te muteren ter verbetering van de routing van het winkelcircuit.

Het tweede deel van het ensemble bestaat uit twee parallel lopende winkelstraten die uitkomen op het 18 septemberplein met de vier blokken. De eerste straat, de Demer, is ontstaan onder supervisie van Van der Laan, architect van het zojuist door Arie van Rangelrooy en Bert Staal gerenoveerde stadhuis. De zeer dure bouwgrond werd mondjesmaat uitgegeven zodat het erg lang duurde voordat de stad op deze plek aangeheeld was en weer toekomstgeloof kon uitstralen. De pandsgewijze uitgifte aan particuliere ondernemers en hun lokale architecten heeft in de licht gebogen winkelstraat geleid tot een scala aan architectuuropvattingen die in de 50-jaren golden: van modernisme tot traditionalisme. De straatwanden zijn nog geheel gaaf; het lijkt wel een oude Soeters.

Hermanus Boexstraat en 18 septemberplein

Parallel hieraan bevindt zich de Hermanus Boexstraat. Heel andere koek. De gemeenteraad was de trage pandsgewijze uitponding aan winkeliers beu, gaf van der Laan de bons. De druppel die de emmer deed overlopen was het ontwerp van de brug over de Dommel dat niet modern genoeg was. Er startte een PPS-project avant la lettre. Hierbij ontstond in einem Guss een Lijnbaanachtige straat in fel oranjerode baksteen waarbij de plastische architectuur een zeer aantrekkelijk dynamisch straatbeeld oplevert. Het kan zo weer worden opgebouwd. De opzet is maximaal flexibel: ruimtescheidingen zijn niet constructief. De technische kwaliteit van de gevel is echter dermate onderkomen (vochtschade, scheurvorming) dat vervanging van het metselwerk noodzakelijk is.

Het verzamelde gezelschap had geen moeite zich achter de organisatoren van de dag te scharen en zich uit te spreken voor behoud en herstel van deze sterke stedebouwkundige momenten in de Eindhovense geschiedenis. Het begrip 'beklede utiliteit' viel daarbij: rationele bouwmethoden ten gunste van een rap bouwtempo in de naoorlogse malaise, waar diverse architecturen omheen gehangen kunnen worden. Decorated sheds dus, die het vooruitgangsidee in diverse gedaanten uitstralen.Wethouder Backhuis (VVD) constateerde in zijn openingstoespraak dat velen nog niet begrijpen wat de kwaliteit van de wederopbouw is. Hij moet daarbij ook zijn eigen diensten in gedachten hebben gehad: de verloedering van bijv. de Hermanus Boexstraat en de Bakemawijk 't Hool worden pas sinds zeer recent besproken. In de combinatie vernieuwing en behoud (waarbij hij de Witte Dame, verbouwd door Bert Dirrix, ten voorbeeld stelde) moet, zo stelde hij, een levensvatbare toekomst voor de wederopbouwarchitectuur gevonden worden. Dit stelt echter zeer hoge eisen aan opdrachtgevers, architecten en toetsende overheid.

Station Eindhoven (De Radio) van Van der Gaast

Koos Bosma drukte in zijn inleiding de aanwezigen met de neus op de keiharde realiteit van de tweede wereldoorlog in Nederland. Het feit dat er bijv. in Rotterdam en Eindhoven veel meer gesloopt is dan gebombardeerd, om ruimte te maken voor een nieuwe stad, maakte nog eens duidelijk welke tijdgeest er heerste. De Vinexoperatie ziet hij als sluitstuk van de inspanning om de naoorlogse woningnood op te lossen. Hierbij is de staatsplanning alom aanwezig, aanbodgericht en zuinig.

Piet Beekman haalde relevante feiten uit zijn levenswerk naar voren: de geschiedenis van Eindhoven tot 1960. Hierbij pleitte hij o.m. voor veel meer aandacht voor het station van Van der Gaast. Dit gebouw zal in de naaste toekomst betrokken worden in de nieuwe plannen voor de spoorzone. Met name de gave baksteenarchitectuur en de megapui in de voorgevel ('de radio') van de stationshal en de unieke constructie van de perronoverkappingen (hergebruikte Bailey brugelementen die de Amerikanen achterlieten) lopen gevaar verder te worden aangetast.

Carel van Dijk zette als hoofd van de afdeling Strategie van de gemeente Eindhoven het toekomstige beleid voor de binnenstad uiteen. Een indrukwekkende en inspirerende cascade van projecten aan de rand van de binnenstad werden benoemd in termen van hofoplossingen. De bedoeling is de moderne open stad te voorzien van meer besloten intieme ruimtes de beschutting kunnen bieden. Het planningsuitgangspunt hierbij is om meer te profiteren van het organiserend vermogen van architecten, bedrijfsleven en kennisinstituten. Het kan niet toevallig zijn dat onlangs de verzamelde Eindhovense architecten, onder de titel 'vloeibaar goud', een manifest aan zijn dienst stuurden waarbij de gemeente werd opgeroepen iets te doen met de grote stapel bouwinitiatieven die niet behandeld kunnen worden vanwege capaciteitgebrek of achterblijvende visie.

Naast de nieuwe Effenaar (MVRDV), de Van Abbe-uitbreiding (Cahen en Van Severen), het nieuwe Dynamo (Dirrix) en het verbouwde stadhuis met een cultureel programma ziet hij nog kans een geheel nieuw cultureel centrum te entameren aan de zuidrand van de binnenstad, in een van de prachtige oude fabrieken.In de discussie na de inleidingen werd aandacht gevraagd voor de kwaliteit van het publieke domein. Vercommercialisering en bezuiniging in uitvoeringskwaliteit hebben de Eindhovense binnenstad een goedkoop uiterlijk gegeven.De nieuwe gemeenteraad krijgt een mooie taak: het gemeentebestuur aan haar voornemens houden om meer het voortouw te gaan nemen. In die zin ligt er een link met de wederopbouw: terug pakken van de leidende rol van de overheid.