Recensie —

Bomen tot in de hemel – ze moeten alleen nog wel even groeien

Vladimir Stissi

Grenzeloos optimisme, daar draaide het allemaal om bij de vijfde Dag van IJburg, zoals inmiddels gebruikelijk georganiseerd door ARCAM op de datum van het referendum dat het project niet blokkeerde. De vrolijkheid begon al met het zonnetje tijdens de excursies over het Haveneiland ’s middags, en eindigde met de conclusie van de discussievoorzitter Maarten Kloos ’s avonds bovenin de telefooncentrale, het enige gebouw op IJburg dat er al helemaal staat.

Klaarblijkelijk verrast constateerde Kloos na de peptalk van Klaas de Boer (directeur dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam), Igor Roovers (projectleider IJburg), Han Michel (directeur van één van de betrokken ontwikkelaarsconsortia) en Vera Yanovshtchinsky (architect van één van de eerste blokken op het Haveneiland) dat het allemaal een stuk beter lijkt te gaan dan hij en velen met hem de laatste tijd uit de media hebben begrepen. En daarmee verraste Kloos, die toch niet als de naiefste bekend staat, op zijn beurt weer een groot deel van de zaal, inclusief ondergetekende.

Als er iets namelijk niet tot optimisme stemde was het het gladde, maar lege gepraat van de vier genoemde sprekers. Bijna alles aan IJburg was fantastisch, ambitieus, mooi, duurzaam en grandioos, en moest eigenlijk alleen maar nog wat sneller en prachtiger worden – maar dan wel volgens benadering X, en niet benadering Y van de vorige spreker, of Z van de milieubeweging of de autolobby of Q van de politiek. Alleen al het feit dat de vier propagandisten het op essentiële punten sterk met elkaar oneens waren en strooiden met steken onder water maakte duidelijk dat er toch ergens iets niet klopt. Dat veel van deze discussie zich bovendien weinig aantrok van de politieke en maatschappelijke realiteit, gaf het geheel zelfs een enigszins eng tintje: het gaat hier tenslotte niet om Utopia. Maar gelukkig was het moeilijk de gepresenteerde succes-stories al te serieus te nemen, zoals ter plekke ook al bleek in het soms wat cynische commentaar van co-referent Gert Middelkoop (planoloog) die de zaal als een tweede Maarten van Rossem bespeelde. De nuchtere, maar levendige werkelijkheid zal het oppervlakkige visionaire machismo van de hoge heren en dame wel inhalen.

Maar laat ik niet te nostalgisch en pessimistisch worden. Het AUP is al tig keer ingehaald door de realiteit, en al dat gedroogzwem op een dinsdagavond neemt niet weg dat er voor het Haveneiland al een degelijk, goed doordacht plan ligt, met een duidelijke visie; een plan ook waarin fors wordt geïnvesteerd in kwaliteit waar kopers misschien niet op zitten te wachten, maar wel van profiteren. De woningen zijn milieubewust, het blik is van de straat, en er wordt optimaal gebruik gemaakt van het op zich niet al te riante groen in binnenterreinen en parkjes en van het overvloedig aanwezige water. Van de manier waarop gesloten en open bouwblokken zijn gecombineerd en soms zelfs geïntegreerd kunnen sommige radikale blokkenmakers bij de vernieuwing in de naoorlogse woningbouw bovendien nog veel leren. Wat nu nog een moeilijk vatbare zandvlakte is, gaat zowaar een echt stuk stad worden.

De middagwandelingen over het Haveneiland stemden dan ook pas goed optimistisch: het oneindige zand, de stampende heimachines, de razende vrachtwagens, de architect die pas met enige moeite zijn eigen blok in de leegte kan plaatsen, maar vervolgens wel een hartverwarmend beeld van zijn stukje IJburg opriep, alles bijelkaar ontstond in een uurtje excursie een perfecte idylle van nijvere inzet, precies wat in de avond zo zou ontbreken. Misschien moeten de sprekers van volgend jaar niet van hun bureaus geplukt worden, maar geselecteerd worden op de slijtage van hun kaplaarzen, de leegte van hun politieke agenda, en de hoeveelheid grafieken en plattegronden in hun powerpointloze betoog. Als de organisatie dan ook nog weer voor zo’n fantastische ‘survival kit’ vol hapjes en drank zorgt, is ook deze padvinder weer gelukkig, en halen die bomen de hemel misschien nog eens echt.

De vraag die bij dit alles wel opkwam was in hoeverre de sprekers zichzelf nou serieus namen. Denkt Klaas de Boer echt dat al die spectaculaire infrastructuur die hij mist, van een onder de Gein geboorde ringwegtunnel tot een eindeloze spoorbrug door beschermd vogelgebied IJmeer, de gecombineerde krachten van Zalmnorm, milieubeweging en wantrouwen in de politiek zal overwinnen, al is het over dertig jaar? Hoopt Han Michel oprecht dat zijn vrolijke schets van een stukje miljonairsghetto een representatief of misschien wel ideaal beeld geeft van het toekomstige IJburg? Gelooft architect Vera Yanovshtchinsky in haar hart wel dat iemand zit te wachten op die peperdure plattegrondenchaos die het gevolg is van modieuze bevolkingsmengneigingen en andere planologische en architectonische hypes? En ziet projectleider Igor Roovers werkelijk niet dat het betaalbaar houden van woningen door ze kleiner te maken alleen maar nog meer middenklassegezinnen naar Hoofddorp en Almere jaagt?

Het antwoord op al deze vragen zal wel ergens in het midden tussen ja en nee liggen: zonder een beetje ambtelijke bluf, wat mooidoenerij, een beetje cynisme, een toefje cosmetica en een vleugje opportunisme zou zo’n IJburg natuurlijk alleen maar saai worden. En de werkelijke problemen zijn uiteraard soms pietluttig, en meestal tamelijk banaal: mede om het autogebruik te ontmoedigen heeft IJburg maar twee echte toegangswegen, en nu wil Rijkswaterstaat er eentje in een onmogelijke lus leggen. Een derde van die miljonairswoningen in het eerst op te leveren blok, dat al in de steigers staat, is niet verkocht, en dat is lastig als je financiering gebaseerd is op de hype-markt van de laatste jaren, met standaard loting uit de catalogus. En welke parkeernorm moeten we hanteren voor tweeverdienende yuppen zonder tramabonnement, waar laten we auto’s die buiten de norm vallen? Wordt IJburg nu Amsterdam of regio, Vinex of grachtengordel? Jammer genoeg kwamen maar een paar van dergelijke problemen (eindelijk) aan bod in de slotdiscussie, wat des te frustrerender was omdat hier pas echt over te praten en te debatteren bleek te zijn, ook omdat de bobo’s geen pasklare antwoorden te bieden hadden. Een klein uurtje beginnend debat werd zo veel interessanter dan het ruime uur mooie verhalen ervoor.

Intrigerend in de discussie was ook dat het erop leek dat een heleboel gegevens domweg niet paraat zijn. Niemand leek goed te weten wat de IJburgers nu eigenlijk zoeken op hun nieuwe woonplek. Of, als dat koffiedikkijken is, waarom de mensen uit het Amsterdamse Oostelijk Havengebied, de Rotterdamse Kop van Zuid, Nieuw-Sloten, Floriande of de nieuwste uitbreidingen van Almere de afgelopen jaren op hun plek terecht zijn gekomen, hoe ze daar wonen en mobiel zijn, en wat dat zegt over IJburg. De goeie ouwe tijd van het AUP, toen Van Eesteren eerst met wiskundige precisie uitrekende wat Amsterdam allemaal nodig had, en pas daarna aan het ontwerpen sloeg had ook zo zijn aantrekkelijke kanten.