Feature —

Die kaart past ons allemaal

Allard Jolles

Op 20 maart 1997 werd in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht voor het eerst de Nieuwe Kaart van Nederland gepresenteerd. Deze kan inmiddels bij de vuilnis, want sinds 7 maart is er een volledig vernieuwde Nieuwe Kaart. Dat er zo’n ding bestaat, blijft fantastisch. Nederland is het enige land ter wereld dat zoiets heeft. Daarom wederom hulde aan de initiatiefnemers (bnSP, NIROV, NVTL).

En de nieuwe Nieuwe Kaart is ook nog eens ‘digitaal, integraal en van ons allemaal’. Via een website (www.nieuwekaart.nl) of CD-ROM is de kaart opvraagbaar. Iedere Nederlander kan door het invoeren van zijn postcode te weten komen wat er bij hem of haar in de buurt speelt. Dat lijkt een prima systeem en een flinke stap in de richting van de democratisering van de stedenbouw. Maar is dat ook zo?

Kritiek

Op het congres van 7 maart waren vooral Len de Klerk, hoogleraar planologie aan de Universiteit van Amsterdam en NRC-coryfee Tracy Metz behoorlijk kritisch. En dat was prettig, want zo viel er nog wat te lachen tijdens de weinig nieuws brengende discussie (vooral PvdA-man Adri Duyvesteijn grossierde in ouwe koeien, of was het de verkiezingskater?). Len de Klerk wees bijvoorbeeld op het verschil tussen ideeën, voornemens en plannen. En zelfs een kant en klaar bestemmingsplan geeft geen garantie dat iets er ook daadwerkelijk komt. De financiële dekking is ook niet terug te vinden op de kaart of in het bestand. Afgekeken van de 5de Nota? De gemiddelde internettende Nederlander zal enorm schrikken als er een flinke rode vlek (woningbouw natuurlijk) naast de eigen achtertuin op het beeldscherm verschijnt. Ik geef het de locale gemeentevoorlichters vervolgens te doen, om deze geschrokken burger weer in het gareel te krijgen. ‘Mevrouw, het is geen plan, maar een potentiële ontwikkelingsrichting.’ Nee, dat slaapt een stuk beter. En met dat soort taalgebruik (tijdens de presentatie ging het niet anders) wordt stedenbouw natuurlijk nooit ‘van en voor het volk.’

Pret!

Tracy Metz is op dit moment bezig met een boek over de pretcultuur in Nederland. En dat wordt, afgaande op haar presentatie in tekst en beeld 7 maart, een prachtig boek. Pret is overal, vooral waar je het niet verwacht. Zelfs een stil heidegebied wordt als ‘fun’ aan de man gebracht. Is groen op de kaart ook groen in het echt? Nee, zegt Metz, want die 220 dure recreatiewoningen tussen de A2 en de Vinkeveenseplassen zijn natuurlijk rood. Metz heeft gelijk: de waterbungalows heten alleen maar ‘recreatiewoning’ omdat dan het Groene Hart formeel niet wordt aangetast. Een bijzonder doorzichtig trucje, waarvan slechts te hopen is dat dat niet nog eens voor zal komen. En wat voor kleur krijgt een paardenbedrijventerrein, waar alles op het gebied van hippische genoegens te koop of te doen is? Toepasselijk bruin, het ‘paars’ van bedrijven of ‘groen’ van recreatie? En zo’n overdekte skihal? Wat is dat? Metz zei het netjes, maar ze bedoelde het wel: de Nieuwe Kaart liegt. De democratisering van de ruimtelijke ordening is nog ver weg. En wanneer snappen politici nu eens dat de hot items van nu (veiligheid, leefbaarheid, drukte) baat kunnen hebben bij goede planologie? Wat dat betreft was het pijnlijk symbolisch dat de Minister van VROM Jan Pronk op het laatste moment het eerste exemplaar van de Nieuwe Kaart niet zelf kwam ophalen. Hij had iets belangrijkers te doen.