Feature —

Scheuren in het wegdek

Frido van Nieuwamerongen

Onder de prozaïsche titel ‘Infrastructuur als etalage van het vernuft’ hield het Nederlands Architectuur instituut (NAi) haar tweede Grote Projecten debat. De inzet was duidelijk: ‘kan de infrastuctuur een leidende rol spelen bij de verdere inrichting van het land.’ Wat een felle discussie had moeten worden tussen politici, critici en ontwerpers liep uit op een onderonsje tussen ontwerpers en ambtenaren. Frido van Nieuwamerongen doet verslag.

De discussie werd al bij aanvang verlamd door de afwezigheid van de twee inleiders. Criticus Michelle Provoost (auteur van Asfalt) liet wegens ziekte verstek gaan en Minister van Verkeer en Waterstaat Tineke Netelenbos was afwezig vanwege het bouwfraudeonderzoeken. Ze had een zwijgplicht.

Netelenbos was nog wel virtueel aanwezig. Haar aangepaste en deels gecensureerde verhaal werd voorgelezen én becommentarieerd door van Schaik, projectleider bij Rijkswaterstaat. Hij was het lang niet altijd eens met Netelenbos. Zo deelde hij wel haar waardering voor de Franse Grote Projecten, maar het ontbreken van vergelijkbare Nederlandse projecten bestreed hij vurig, verwijzend naar de Nederlandse 19e eeuwse traditie van kanalen, polders en stations. Van Schaik moest beamen dat Rijkswaterstaat de regie over de vormgeving de laatste decennia is kwijtgeraakt. Een spoedige verbetering voorziet hij niet. Bij de integrale aanpak van de snelweg A12 moet Rijkswaterstaat helemaal opnieuw beginnen. 'Men is nog steeds bezig om te bestuderen wat de ontwerpopgave is'

Joost Schrijnen van de directie ruimte en mobiliteit, provincie Zuid-Holland, constateert als tweede inleider dat de laatste jaren architecten de infrastructurele opdrachten bestormen. 'Maar wat doen de civiele ontwerpers zelf?' vraagt hij zich af. 'Niets!' Op de TU in Delft is bij civiel geen aandacht voor het ontwerp en ook de betrokken instanties hebben er geen interesse voor. Als het niet lukt om een verbinding te leggen tussen ruimtelijk ontwerpers en civiele ingenieurs, dan is alle ontwerpmoeite nutteloos en verandert er niets.' Hij sluit zich aan bij Van Schaik dat in Nederland de kunst van het maken verdwenen is. 'We moeten deze kunst helemaal opnieuw leren. En dat in een maatschappij waar infrastructuur niet meer autonoom is; het zal geen eenvoudige opgave zijn.'

Problemen bij het onderwijs en bij de instanties; onduidelijke en versnipperde verantwoordelijkheden, en een afnemende autonomie, de inleiders geven geen hoopvol beeld voor de toekomst van het infrastructurele ontwerp. De overige panelleden maken het er niet beter op. Paul van der Ree, architect bij Holland Railconsult, verhaalt van zijn moeilijke opdracht als ontwerper van de HSL Zuid. 'Het bedenken van een consequent ontwerp voor de hele route is al niet eenvoudig. Maar door economische en politieke argumenten verwatert zo een concept steeds verder.' Zo stelt hij. 'De tunnel onder het Groene Hart was voor hem de laatste aderlating. 'Van een eenduidig routeontwerp is geen sprake meer. Overgebleven zijn slechts enkele hoogstandjes, zoals de brug over het Hollandsch Diep van Benthem Crouwel Architekten.'

Ook de steeds vaker gebruikte 'design and construct' aanbestedingsmethode, (waarin de overheid het ontwerp over aan de bouwende partij) belemmert volgens de panelleden een goed ontwerp omdat meestal economische motieven de doorslag geven.

Door het ontbreken van het weerwoord van politiek en buitenstaanders ontstaat er een soort ouwe-jongens-krentenbrood sfeer. John Körmeling verdedigt zijn 'sociale' snelweg met acht banen, open voor al het verkeer. 'Racen links en stapvoets rechts' en Rein Jansma van Zwarts & Jansma Architecten weet een oplossing om de wildgroei aan geluidschermen tegen te gaan: 'Verleen alle opdrachten aan ons bureau' Het blijft bij speldeprikken en feitjes uitwisselen, een fundamentele discussie over de inzet van infrastructuur is ver te zoeken.

Vanuit de zaal prikt Aaron Betsky , directeur NAI, door de ballon van verlammende eensgezindheid: ''Alle panelleden zijn het, onbewust, over een aspect roerend met elkaar eens: De zucht naar groots en eenduidig. Waarom zoekt niemand naar minder eenduidige, maar meer gevarieerde oplossingen?'

De meeste panelleden streven niet naar zo een oplossing. Hun blik is gericht op de grootsheid van de Franse projecten, maar dan zonder de daarbij behorende machtige bestuurder. Of dit kan en hoe dit dan moet in de Hollandse overlegcultuur met haar onduidelijke verantwoordelijkheden, haar gesegmenteerde organisaties en haar nadruk op economische overwegingen kon niemand beantwoorden. Misschien moet Betsky's suggestie om het te zoeken in variëteit doorgespeeld worden naar de ontwerpteams die in het volgende debat op donderdag 28 maart hun visies verdedigen.