Recensie —

Wrijving geeft glans

Allard Jolles

Als stad en stedelijkheid het resultaat zijn van planning, toeval en feitelijk gebruik, wat is dan een creatieve stad of stedelijkheid die creativiteit bevordert? Nog meer het resultaat van toeval. Want creativiteit is helemaal ‘onplanbaar’.

De sprekers op de conferentie Creatieve Steden, gehouden op donderdag 21 februari in Amsterdam en georganiseerd door de Vereniging Deltametropool en Forum, probeerden toch een recept te vinden. Aan welke voorwaarden moet een stad voldoen zodat de kans op het ontstaan van creativiteit groeit? En hoe kan ruimtelijke ordening – als altijd extreem laag op de politieke agenda, ook deze verkiezingsperiode weer – daarbij helpen? Om deze vragen te beantwoorden was de hulp ingeroepen van Gouden Eeuw-kenner Jonathan Israel en van hoogleraar planologie Sir Peter Hall, bekend van prachtboeken als ‘Cities of Tomorrow’ en ‘Cities in Civilization’. Hall behandelde vooral dat laatste boek, terwijl Israel vertelde over de aanloop naar de Gouden Eeuw. Goed stadsbestuur is belangrijk, wisten beide sprekers te melden. Politici knikten instemmend vanaf de eerste rij. Maar knikken is één, beloven is twee en doen is drie. Daarbij: wat is goed stadsbestuur? En wat is goed voor de creativiteit? En geldt voor de Deltametropool hetzelfde als wat voor een stad geldt?

Handig boekje

Enkele antwoorden op deze vragen waren de congresgangers al bij binnenkomst bekend. In het congresboekje ‘Creatieve steden!/Creative Cities!’ staat de netwerkstad (de Deltametropool in dit geval) centraal. Behalve een aangenaam heldere tekst van Zef Hemel van Forum, een zelfstandig onderdeel van het Ministerie van VROM, bevat de uitgave acht creatieve stedentips. Het goede in de tips zit hem in de degelijke economische onderbouwing. Geen luchtfietserij met onbetaalbare voorstellen, maar verhalen over moedige, jonge ondernemers, over het belang van congestie voor interactie, over geld en cultuur, over sturen met programma (dat lijkt me op de schaal van de Deltametropool onmogelijk) en over het belang van het stadseigene. Wat is bijvoorbeeld typisch Amsterdams? En kan dat versterkt worden? Daar is nog wel een antwoord op te geven. Maar wat is dan des Deltametropools? Het Groene Hart misschien? Maar een goed doortimmerd ontwerp voor het Groene Hart is nog ver weg. Vreemd, want de Deltametropool is toch veel meer dan wat steden en infrastructuur. Ach, zonder burgemeester, wethouders en electoraat blijft het toch vooral steken in goede bedoelingen.

Nog meer vragen

Het boekje roept ook vragen op. Creativiteit wordt nogal romantisch behandeld, zoals ook het woord ‘inspiratie’ altijd overschat wordt. ‘Een pand is zeer belangrijk voor creativiteit’, staat er, en: ‘een systeemplafond kan bijvoorbeeld al fnuikend zijn’. Onzin: creatief zijn is hard werken en waar je dat doet maakt niet uit. Ook de waarde die wordt toegekend aan zogenaamd ‘lage’, lokale cultuur bevindt zich voornamelijk in de romantisch-alternatieve hoek. Naast ‘politiek correct’ hebben we nu ook ‘cultureel correct’. Dat lijkt vreemd: André Hazes komt veel eerder in aanmerking voor het predikaat ‘typisch Nederlands’ dan de gemiddelde IJsbreker-artiest. Maar het onderdeel over popmuziek in de lezing van Sir Peter Hall gaf een andere invalshoek. Creatief hoogtepunt in de vorige eeuw was de opkomst van de rock ‘n’ roll met de Sun Studio van Sam Phillips als kloppend hart. Dankzij die studio, en door de aanwezigheid van vele artiesten in de directe omgeving (Elvis Presley woonde vlakbij) ontstond daar iets moois. Tegenwoordig is popmuziek natuurlijk wereldomvattende massacultuur, maar in 1950 was het samenbrengen van twee werelden in het op segregatie drijvende zuiden van de USA een politiek en cultureel statement van de eerste orde. Dat bedoelt het boekje dus: innovatief ondernemerschap is een absolute voorwaarde voor culturele bloei. En dat kan in iedere stad die daar open voor staat.

Angst is dodelijk

En met dit voorbeeld liet Hall tegelijk zien dat de termen ‘globalisering’ en ‘netwerkstad’ niet de verlossende toverwoorden voor de moderne planologie zijn. Juist ‘waar’ iets is, is belangrijk. Bereikbaarheid moeten we niet uitvlakken, maar nabijheid is veel vaker doorslaggevend. De praktische tips in het boekje onderkennen dit. Streef complementariteit tussen de steden na, doe waar je goed in bent. En de 20-minuten spoorverbinding tussen Amsterdam en Rotterdam is vooral van belang vanwege nabijheid en dus interactie. Want daardoor, en door ‘schuring of zelfs verzet ontstaan nieuwe gedachten’. Een stadsbestuur dat niet bang is voor verzet van creatievelingen en een bevolking die niet bang is voor anderen en andere ideeën, vormen de beste garantie op een creatieve stad. Wrijving geeft glans, ook aan de Deltametropool.