Feature —

Architectuur (,) of het imago van de stad

Luc de Vries

Afgelopen zaterdag vond in Groningen de opening plaats van de tentoonstelling CONCEPTING AND THE CITY. De tentoonstelling is onderdeel van de manifestatie ‘GP02 – Groepsportretten van Jonge Architecten 2002’, waarvoor vier gelegenheidsformaties van jonge architecten zijn uitgenodigd om in telkens twee steden hun visie te geven op het thema City Branding

In Groningen heeft Artgineering, bestaande uit Stefan Bendiks, Sascha Bierl en Aglaée Degros onderzoek gedaan naar het mogelijke imago van de nog in de ontwikkelingsfase verkerende wijk Meerstad. Wonen aan het water is het belangrijke thema in de nieuwe wijk en water is dan ook de essentie van het voorgestelde imago.

Op de tentoonstelling is de 'branding', het in de markt zetten van de wijk rondom het thema water daadwerkelijk neergezet. Een groot aantal 3-vlaks reclameborden van het type dat normaliter rondom lichtmasten wordt opgesteld om bijzondere activiteiten aan te kondigen staan in de ontvangsthal van de dienst RO/EZ in slagorde opgesteld. De drie zijden van elk bord zijn steeds op een soortgelijke wijze ingevuld. Op één paneel is steeds een feit of wetenswaardigheid over water vermeld, variërend van bijbeltekst tot de chemische samenstelling van water. Het tweede paneel is een op het feit van het eerste paneel geïnspireerd beeld met een wervende tekst, verwijzend naar alledaagse reclame-uitingen. De derde zijde van het bord is voorzien van een kleurenposter die de kwaliteit van Meerstad samenvat als wonen aan water vlakbij de stad. Tezamen vormen de borden een rijke schakering van ideeën en beelden rondom het thema water in een pakkende vorm.

De opening van de tentoonstelling werd verricht door Erik Mackay, woordvoerder namens èèn van de ontwikkelaarconsortia die bij de realisatie van Meerstad betrokken zijn. In zijn inleiding gaf Mackay aan dat hij verrast was door de uitkomsten van het onderzoek die nogal afwijken van zijn eigen romantische visie op wonen aan het water. Toch zag hij wel degelijk potentie in de studie. Veel grote steden immers ontlenen hun identiteit en aantrekkingskracht aan een beeld waarin water een belangrijke rol speelt; zie bijvoorbeeld Venetië, New York en, via het Opera House, Sydney. Bij deze steden was het water er natuurlijk al voor het imago, maar het is denkbaar dat een goede marketing en reclamecampagne in staat is om een abstract begrip als water zodanig leven in te blazen dat het in te zetten is ten dienste van de verkoop van een product, net zoals Coca-Cola de kerstman van een gezicht heeft voorzien en heeft ingezet in zijn reclamecampagnes. Het beeld van water, het marketingconcept water zou dan vooraf kunnen gaan aan het ontwerp, waarmee het in de markt gezette beeld de leidraad vormt voor de diverse ontwerpers in het verdere proces.

Deze omkering van ontwerp en beeld is de essentie van het proces van City Branding. Waar voorheen een ontwerp leidde tot een beeld dat eventueel bijdroeg aan het imago van de stad wordt nu bewust gestreefd naar een voor een stad specifiek imago en wordt het daarvoor gewenste beeld doel van het ontwerp. Het ontwerp of de architectuur wordt daarmee dienstbaar aan het proces van het in de markt zetten van de ( economie van de ) stad. Architectuur is daarmee één van de laatste disciplines die haar relatieve autonomie op het spel zet en opgenomen wordt in de huidige beeldcultuur. Een sterk staaltje van deze beeldcultuur is overigens ook op de tentoonstelling te zien op de keerzijde van het algemene informatiepaneel waar het woord GRONINGEN is opgenomen in talloze actuele beelden. Zo wordt het begrip Groningen moeiteloos gekoppeld aan Mc Donald's, Hollywood, Greenpeace, het logo van het Rode Kruis, Atelier Van Lieshout, Mickey Mouse, Benetton en zelfs Osama Bin Laden. Het schokkende van al deze beelden is dat ze niet shockeren; we zijn al zo gewend geraakt aan het beeldbombardement van de media dat het blijkbaar niet meer zoveel uit maakt wat er aan nieuwe beelden op ons afkomt. Misschien is ook de consument inmiddels wel beeldmurw en wordt het tijd om weer met de inhoud, de essentie van de dingen bezig te zijn.

Via een omweg zet de tentoonstelling daarmee de aloude kwestie van een autonome versus een dienstbare architectuur weer op de agenda. Waarvan akte !