Recensie —

Pret? Het boek en het symposium

Piet Vollaard

In Pret! Leisure en Landschap inventariseert Tracy Metz de hedendaagse vrijetijdsindustrie en de weerslag daarvan op de openbare ruimte. Het boek werd feestelijk gepresenteerd tijdens een symposium in de Kunsthal maandag 9 september. ArchiNed las en luisterde.

Sommige mensen hebben altijd geluk. Zo mocht Tracy Metz een jaar lang een rondgang maken langs alle vormen van georganiseerde 'fun' waarvan onze steden en buitengebieden de laatste jaren vergeven zijn geraakt. Toen ik het mijn kinderen vertelde begonnen ze voor het eerst van hun leven serieus aan carrièreplanning te denken, hoe wordt je zo snel mogelijk journalist? Wie zou dat niet willen, van pretpark naar dance-event, van tropisch zwemparadijs naar de RacePlanet kartingbaan, van Snowworld naar het Boomkruidpad, van de Gay Parade naar Baja's Big Boobie Contest, van Line Dancing op het Country festival naar de Supper Club in een bunker bij IImuiden enzovoort enzovoort, een lange lijst van ontelbare events, parties, en leisurecentra. Tracy Metz ging er heen en sprak met een groot aantal bezoekers, ondernemers, ambtenaren en adviseurs uit het 'leisure'-veld. In het boek 'Pret! Leisure en Landschap' zet ze haar ervaringen op een rijtje. Het verslag wordt voorafgegaan en afgesloten door twee uitgebreide fotoseries, van respectievelijk Janine Schrijver en Otto Snoek.

Hoewel de auteur steeds haar uiterste best doet om vooral vrolijk en onbevangen te blijven bij al die pret, valt tussen de regels door te lezen dat ze haar weerzin nauwelijks kan onderdrukken. De omslag is wat dat betreft raak gekozen: PRET!, jubelt de titel in chocoladeletterformaat boven twee aanvankelijk vrolijk ogende, maar bij nader inzien toch wel wat somber stemmende foto's: een leeg, keurig aangeharkt straatje met quasi Amerikaanse suburbwoningen vrij van mensen maar met kale boompjes waarin we direct de letterlijke en figuurlijke leegte van een modern vakantieparadijs herkennen en een treurige berg rotzooi op het festivalterrein van Lowlands.

In acht hoofdstukken wordt de pretindustrie en de weerslag daarvan op de het publieke domein uiteengerafeld. De stad als museum en evenementenlocatie, het museum als pretpark, shopping als uitje, het verpozen in grote dozen langs de stadsranden, het plezierwonen in bos en hei, de thematisering van de historie, het agrotoerisme als financieel opstekertje voor de hedendaagse boer, tot en met stilte en duisternis als nieuwe niches in de leisuremarkt, het komt allemaal uitvoerig aan bod. In dat opzicht is Pret! Waarschijnlijk het eerste complete overzicht het fenomeen, en in elk geval het meest leesbare.

Pret!-spread: chillen tijdens Lowlands.

Tijdens het uitreikingssymposium bijvoorbeeld. Maar helaas viel daar weinig nieuws te horen. Dat kon misschien ook niet, de zaal was afgeladen en er waren natuurlijk weer te veel sprekers uitgenodigd die daardoor stuk voor stuk amper de tijd kregen om dieper op de materie in te gaan. Het meest opvallend was het feit dat de pretondernemers nota bene zelf om regulerend overheidsbeleid vroegen. De museumdirecteuren vonden dat er veel te veel musea waren, de pretparkuitbaters klaagden over concurrentie en files op weg naar hun nering, er moet worden geconcurreerd met gesubsidieerde speeltjes van gemeentebesturen. Het gaat kennelijk minder goed in de sector dan Pret! doet geloven. Een afwijkend geluid kwam van Wouter van Stiphout. Hij pleitte voor een 'underground' houding van architecten en stedenbouwkundige tegenover het fenomeen. Door slim gebruik te maken van de budgetten en de evenementenhonger van gemeentebesturen kan een alternatieve vrijetijdscultuur ruimte worden geboden die ze anders niet of nauwelijks krijgt. Van Stiphout – 'ik ben architectuurhistoricus', het was blijkbaar ook de dag van de persoonlijke huiver voor vakmatige cross-overs – werkt met zijn bureau Crimson al enige tijd aan Wimby!, de herstructurering van Hoogvliet. Ook Hoogvliet dacht te moeten scoren met het zoveelste leisurecentrum langs de snelweg. Wimby cs ondekten in Hoogvliet een onvermoede lokale subcultuur van amateurgezelschappen in verspreid gelegen zaaltjes en clubhuizen en feesten van de vele allochtone groepen rond Hoogvliet in de vele lege loodsen in het Rotterdamse havengebied. In plaats van een bovenlokaal leisurecentrum, wordt nu samen met het Londense bureau FAT gewerkt aan de Heerlijkheid Hoogvliet, een tijdelijk, feestelijk 'village green' als onderdak voor de vele lokale vormen van vrijetijdsbesteding. Als er al beleid ten aanzien van de leisureindustrie moet worden ontwikkeld, dan lijkt een dergelijke strategie die zich vooral richt op deze lokale, niet commerciële vormen van vrijetijdsbesteding vooralsnog heel wat zinniger dan het onderlinge geruzie van gemeentebesturen over de vraag wie nu waar welke ski-, race,-, film-, winkel-, of kijkdoos mag gaan bouwen. Een nuttige aanbeveling van de architectuurhistoricus dus (die zich overigens als een ware architect ontpopte door lang – te lang – door te zeuren over zijn eigen ontwerp en zich daar vervolgens weer voor te verontschuldigen) en wellicht een mooi onderwerp voor deel 2 van Tracy's  Pret! cyclus.

Pret!-spread: Klimtoren ‘Monte Cervino’ Tiekamp.

Tijdens het symposium in de Kunsthal maandag introduceerde Tracy Metz zichzelf uitdrukkelijk als journalist en vertelde ze dat Pret! In de eerste plaats een journalistiek verslag was, een registratie van wat zich op dit moment afspeelt. Hoewel de flaptekst spreekt van 'diepgang en inzicht zonder vooropgezette mening', valt dat dan ook tegen. Het fenomeen wordt nauwelijks in een historisch context geplaatst, alsof het allemaal zo maar op ons afgekomen is. Cijfermateriaal is zo nu en dan wel in de tekst opgenomen, maar nergens overzichtelijk bij elkaar gezet. Slechts sporadisch wordt gerefereerd aan cultuurfilosofen en/of sociologen die zich al langer met het fenomeen bezig houden. En hoewel de auteur kennelijk van mening is dat er hier sprake is van een grotendeels door de overheid genegeerd fenomeen dat roept om beleid, worden er door haar geen aanzetten in die richting gegeven. Bovendien wordt in Pret! voorbij gegaan aan vele vormen van vrijetijdsbesteding, die misschien niet zo nieuw of zo zichtbaar zijn, maar daarom niet minder belangrijk. Vooral de vele vormen van verenigingsleven en sportbeoefening anders dan de hippe extreme sporten ontbreken. Het gaat in Pret! om de nieuwe pret. En die nieuwe pret wordt kennelijk beleefd door autochtone Nederlanders, want het zijn louter blanke Nederlanders die op de vele foto's figureren. Dat er in de grote steden een aparte vrijetijds-  en feestcultuur van allochtonen bestaat is ofwel niet opgemerkt, ofwel het onderwerp viel buiten de opzet van het boek. Maar dat had dan in een inleiding misschien wat duidelijker moeten worden uitgesproken. Pret! vormt daarmee vooral een goede start van een belangrijke discussie die nog moet volgen.