Feature —

Cruz y Ortiz ontwerpen bibliotheek UvA

Redactie

Het ontwerp van het Spaanse architectenbureau Cruz y Ortiz voor de nieuwe bibliotheek voor de Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam werd verkozen boven de ontwerpen van Robbrecht & Daem, Benthem Crouwel Architekten.

De bibliotheek komt op het Binnengasthuisterrein te staan. In eerste instantie was het idee om de gehele universiteitsbibliotheek, nu nog op het Singel, samen met de zeventien bibliotheken van de Geesteswetenschappen in één gebouw te huisvesten. De locatie op het Binnengasthuisterrein bleek daarvoor te krap bemeten. Men besloot daarom om alleen de bibliotheken van Geesteswetenschappen naar het Binnengasthuis te brengen. Deze zijn nu nog verdeeld over zeventien locaties in het centrum van Amsterdam. Cruz y Ortiz, Robbrecht & Daem, en Benthem Crouwel werd gevraagd een architectonische en stedenbouwkundige visie te geven. In het nieuwe gebouw moest 22.000m2 bestemd zijn voor bibliotheek en mediatheek, kantoren, een café en een parkeerplaats voor 100 auto's. Het is de bedoeling dat uiteindelijk alle faculteiten Geesteswetenschap gehuisvest gaan worden rond het Binnengasthuisterrein en de Oude Manhuispoort.

Het ontwerp van Benthem Crouwel is een modern ogend gebouw bestaande uit twee bijenkorfachtige volumes die met elkaar verbonden worden door een atrium, en een rechthoekig volume in de Nieuwe Doelenstraat. Het rechthoekige volume heeft een kantoorfunctie, de bibliotheek en mediatheek komen in de 'bijenkorven'. De vorm van het gebouw volgt de lijn van het fietspad dat door het Binnengasthuisterrein loopt. De entree van de bibliotheek is gelegen aan het middengebied van het Binnengasthuisterrein en draagt door de ligging bij aan de sociale veiligheid van het gebied. De gevel die Benthem Crouwel voorstellen bestaat uit glas waarvoor stroken baksteen zijn geplaatst. Met name de materialisatie van de gevel oogstte veel kritiek bij de selectiecommissie, waarin medewerkers van de Universiteit zitting hadden. Men vond de wijze waarop de architecten enerzijds een transparant gebouw kozen en door middel van de bakstenen stroken aansluiting zochten met de omringende bebouwing gekunsteld.

Het ontwerp van Robbrecht & Daem is stedenbouwkundig bijna historiserend te noemen. Hun uitgangspunt was dat een bibliotheek in eerste instantie geen opslagplaats voor boeken is maar een gebouw waar je prettig moet kunnen lezen: lezen uit een boek, of vanaf een beeldscherm. Zij kozen ervoor om de rooilijnen van de bestaande bebouwing te volgen en het bouwblok te sluiten – het bestaande bouwblok wordt nu met een hek afgesloten. In het gesloten bouwblok bevinden zich een aantal patio. Op het pleintje aan de Binnengasthuisstraat projecteerden Robbrecht & Daem een hoge toren voor de mediatheek. De mediatheek wordt visueel door middel van ondiep water met de bibliotheek verbonden. Het water refereert aan de sloten die vroeger in het gebied hebben gelopen, de bibliotheek met de patio's en de losstaande toren verwijzen naar het klooster dat zich hier ooit bevond. Architectonisch is het gebouw een Fremdkörper, hoger dan alle direct omringende gebouwen, en ook met betrekking tot de materialisatie – beton met keramische tegels – is het eigenzinnig. De selectiecommissie oordeelde dat de bibliotheek te labyrintisch is en dat 'het beeld van een Middeleeuws kasteel niet aansluit bij het door de UvA gezochte imago voor de nieuwe bibliotheek'.

ontwerp Cruz y Ortiz

De bibliotheek van Cruz y Ortiz heeft de vorm van een blad met drie vingers. Als enige bureau heeft zij ervoor gekozen om een deel van de bebouwing in de Nieuwe Doelenstraat, het zogenaamde Zustershuis, te laten staan. Hun gebouw sluit aan de straatzijde in hoogte hierop aan en loopt in het binnenterrein af tot de hoogte van het paviljoen van Theo Bosch. In het gebouw vertaalt zich dit in een terrasvormige opbouw. De bibliotheek heeft geen hoofdentree, iedere 'inkeping' heeft een ingang. Met betrekking tot de materialisatie stelt Cruz y Ortiz baksteen voor als gevelbekleding, het dak moet van glas worden. De selectiecommissie verwacht dat de verschillende entrees zullen bijdragen tot de levendigheid van het middengebied van het Binnengasthuisterrein maar dat het punt van de sociale veiligheid nog enige aandacht verdient. Verder oordeelt ze dat dit ontwerp een sterke verbindingsschakel vormt in de gebouwenconcentratie van de universiteit rond de Oudemanhuispoort en Binnengasthuisterrein.

Gevraagd naar het beeld dat de Universiteit nastreeft door middel van haar gebouwen  antwoordde Sybolt Noorda, voorzitter College van Bestuur, dat nadrukkelijk gekozen wordt voor aansluiting en niet voor ingrijpen. En dat met name voor de locatie op het Binnengasthuisterrein gekozen is voor een gebouw dat past in het stadsbeeld.

Je vraagt je af of Benthem Crouwel en Robbrecht & Daem hiervan op de hoogte waren en ook gelet op de zwakke argumenten waarmee hun ontwerpen werden afgewezen, of hun voorstellen niet bij voorbaat kansloos waren.