Recensie —

Drifting in Berlin

Marc Neelen

Een betere locatie om over de relatie tussen politiek en architectuur te discussiëren dan in Café Moskau aan Karl Marx Allee in Berlijn is nauwelijks denkbaar. In het gebouw, vol utopische mozaïeken en sociaal-realistische details, speelde zich van 9 tot 13 oktober het evenement Urban Drift af, met als thema ‘van formalisme naar flux’.

Drie dagen lang vormde Urban Drift voor ontwerpers, kunstenaars, media-activisten en theoretici een podium om te discussiëren over dat wat lange tijd niet bespreekbaar was – de her-politisering van architectuur en stedenbouw. De kernvraag daarbij was, of het zwaartepunt van het debat in architectuur en stedenbouw niet langzaam weer naar de echte stad, het 'unerschöpfliche Inventar der Strasse', verlegd moet worden. Francesca Ferguson, initiator van Urban Drift, stelt dat de “fascination for form and surface in architecture, and in urbanism on „zenith vision“ of cities (…) provides for an architecture of over-definition and a rather distanced, structuralist representation of diffused urban realities.” Volgens Ferguson leveren ontwerpers graag statistisch bewijs op macro-schaal (vgl. datascapes), maar er is weinig aandacht voor bijvoorbeeld de rol van anti-planning op stedelijk niveau, voor specifieke hybride architecturen die alle vormen van classificatie tarten, of de subjectieve blik die nog altijd nodig is om een stad te kunnen ‘lezen’.

Een verschuiving van formalisme naar flux zou in elk geval een verademing zijn na de overdaad van 'objectivisme' (ook letterlijk te begrijpen als de ongeremde stroom aan olijke objecten) die de architectuur al een tijd in de ban houdt . Je mag hopen dat architectuur wel wat méér te bieden heeft dan alléén een reflectie of oppervlakkige representatie van een sterk veranderende samenleving.

Berlijn zelf is een testcase op dit gebied. De stad had een decennium geleden de kans om in één klap voor een nieuwe architectonische toekomst te kiezen, maar koos de weg naar een historiserende stedenbouw en architectuur. Ook de fameuze Alexanderplatz (met de tv-toren) dreigt binnenkort, naar een ontwerp van Hans Kollhoff, te worden geantedateerd tot een optimistische hybride van wat eens was. De malaise in de Berlijnse kantorenverhuur is het enige dat een groot aantal van de markante gebouwen en de zo karakteristieke ‘leegte’ van deze plek nog kan redden. Nu Potzdammerplatz onverhuurbaar blijkt, is de animo voor de aanstaande verbouwing van Alexanderplatz in elk geval flink afgenomen, terwijl oost ook weer een beetje hübsch begint te worden. Misschien dat ook de veranderde politieke realiteit nog tot andere plannen voor Alexanderplatz kan leiden. De overwinning van het West-Duitse politieke systeem op het Oost-Duitse politieke systeem, volgens velen de achtergrond voor de verwerping van veel Oost-Duits erfgoed, is 10 jaar na de van de Muur minder belangrijk geworden. Ook met de locatie voor deze conferentie, het lang verguisde en leegstaande Café Moskau, refereerde Urban Drift in elk geval direct aan de kansen die er nog altijd liggen in Berlijn.

Drie dagen van presentatie, debat en workshops gaven een dwarsdoorsnede van wat er zoal op het gebied van stad, architectuur en samenleving onderzocht, gedacht en ontwikkeld wordt.

Er was aandacht voor tendensen als network urbanism, waarin het potentieel van wireless doe-het-zelf gemeenschappen en zelforganiserende stedelijke netwerken werd blootgelegd. Ook vragen als: hoe ontwerpers kunnen omgegaan met de sterk veranderende dynamiek van steden, kwamen aan de orde. Stefano Boeri betoogde dat architecten en planners door hun ‘zenith’ of ‘satelliet’ perspectief vaak de écht bepalende details in de stedelijke flux missen. Juist het totaal aan veranderingen dat in de voorbeelden van extreme locale condities te vinden is, vertelt iets over de generieke stedelijke situatie. Hij stelde dat Europa een sterke eigen identiteit heeft: een hoge dichtheid, de capaciteit om gemakkelijk contrasterende fenomenen te accommoderen en een voorkeur voor ‘polyarchy’ of wel zelfsturende processen. Willen architecten en planners iets met deze realiteit doen, dan zullen ze volgens Boeri hun onderzoek vooral op mutaties in de locale context moeten toespitsen en geen generieke abstracties maken van een ‘veranderende wereld’, ondanks de populariteit van dit satellietperspectief in de bestuurscentra van de Europese politiek.

Guido Borelli (Domus Academy) refereerde met een flinke knipoog naar de locatie aan de Karl Marx Allee aan ‘Das Kapital’ met zijn stelling dat “Marx’ All that is solid, melts into air probably symbolises the best what is behind the theme from formalism to flux”. Postmoderne planning stuwt ons vooruit in een gebied waar we feitelijk nog vrijwel niets van weten. De planner krijgt in rap tempo een nieuwe taak: van het maken van blueprints naar het afleveren van planningservices. Naar wat dit voor zijn vak betekent valt voorlopig alleen te gissen.

Wat opviel in de discussies was de onverminderde belangstelling voor de rol van stedelijke voids – vaak de ‘vergeten’ gebieden in de stedelijke ontwikkeling of herstructurering – met aandacht voor de mogelijkheden van het tijdelijk gebruik van deze plekken of voor de rol van deze gebieden als stedelijk laboratorium die ruimte bieden om met onconventionele oplossingen te experimenteren.

Het meest interessant waren de korte presentaties die naast de hoofddiscussies op de kleinere podia plaatsvonden; met een mix van sterk uiteenlopende onderwerpen (van experimentele projecten tot hilarische presentaties) kwam hier de ‘edge condition’ van Urban Drift pas echt tot leven.