Feature —

Biotope City

Harrie van Helmond

Biotope City was 12 november het onderwerp van het afscheidssymposium van Helga Fassbinder als hoogleraar stadsvernieuwing en stedelijk management aan de TU Eindhoven. Een keur aan duurzaamheidsdenkers en -ontwerpers was aanwezig om de noodzaak van een duurzame stad opnieuw vast te stellen.

Helga Fassbinder begon in 1975 op de Eindhovense TU. Een van haar belangrijkste onderzoeksterreinen was de stadsvernieuwing. Ze zorgde er bijvoorbeeld voor dat bouwkundestudenten verzameld onder de naam BAB (Bouwkundig Adviesbureau voor Buurtbewoners) hun studie konden verrichten door het gratis ondersteunen van buurtcomités met bouwkundige en strategische adviezen. Hierbij werd kennis van bouwkunde ingezet om politieke bewustwording te bevorderen. Deze organisatie heeft 11 jaar bestaan, bood honderden studenten een onderdak en adviseerde in het hele land. In 1978 kreeg BAB voor dit werk de Forderungspreis fur Leistungen in der Baukunst uitgereikt door de stad Berlijn. Een forse kunstprijs voor een studentenorganisatie met politieke doelen, kom daar tegenwoordig nog eens om.

Na deze roerige jaren sloeg de verzakelijking toe en kwam het bouwkundeonderwijs in de greep van 'pure' architectuur, bouwtechniek, bouworganisatie en stedelijk management. De maatschappelijke verantwoordelijkheid van de architect werd een ondergeschoven kindje. Fassbinders onderzoek, dat altijd internationaal georiënteerd was, kon deze situatie natuurlijk niet tegenhouden. Aan het einde van haar onderwijs- en onderzoeksverantwoordelijkheid zoekt ze naar een andere weg om de stad tot een duurzaam oord te maken voor al haar bewoners en gebruikers.

Inmiddels is de stad onherroepelijk de woonplaats geworden voor het overgrote deel van de mensheid. Door te streven naar een ecosysteem waarin de bebouwing niet in contrast met natuur wordt gezien maar als een specifieke variatie van de natuur, beoogt ze bestaande duurzaamheidsmodellen te integreren in een zelfvoorzienend systeem met zo weinig mogelijk externe effecten. Een coëxistentie in plaats van een strijd.

Dit zal zeker, zo stelt ze, invloed hebben op de manier waarop we de natuur begrijpen en beleven. Met de conferentie Biotope City wil Fassbinder niet alleen architecten en stedebouwers aanspreken maar alle betrokkenen.

De uitgenodigde sprekers uit Duitsland, Oostenrijk, Japan en Nederland, die allen biotopische plannen en onderzoeken presenteerden, konden niet voorkomen dat het leek alsof de tijd werd teruggezet. Duurzaamheid, zelforganisatie, milieu: al tientallen jaren blijven pogingen om de aarde te redden achter bij de steeds groter wordende noodzaak ervan. De plaatjes van succesvolle projecten maakten alleen maar duidelijker hoe uitzonderlijk ze zijn. Politieke maatregelen zorgen wel voor indamming van negatieve milieueffecten maar leiden absoluut nog niet tot de oplossing die hier Biotope City wordt genoemd. Daar is meer voor nodig.

Fassbinder analyseert het in haar inleiding scherp:

– Planning moet reflectiever worden.

– Architecten en stedebouwkundigen moeten zich meer bezighouden met globale limieten en processen.

– Er is een culturele (lees politieke) ommezwaai nodig.

– Een duurzamere stedelijke samenleving kan alleen maar bereikt worden door via de integratie van kennis (architecten, constructeurs, stedebouwkundigen, verkeerskundigen, landschappers, biologen, sociologen, politici…) een totaalvisie te ontwikkelen.

Haar belangrijkste en meest treffende constatering is dat een nieuw model uit moet gaan van een overrompelend, hartveroverend perspectief dat dezelfde overtuigingskracht moet hebben als het modernisme in haar beginfase had. Het gaat om een lonkende doorkijk naar een andere wereld waar stedelijkheid en natuur samengaan. Hier hoort een nieuwe vormtaal bij die dit samengaan voelbaar maakt en de stadsbewoners motiveert om het duurzaamheidsidee in te vullen. De serieuze participatie van de stadsbewoners is een absolute voorwaarde voor het slagen van deze zoektocht die zich radicaal afkeert van de cul de sac van het individualisme. Fassbinder parafraseert Goethe door de methode om dit te bereiken te betitelen als een 'serieus spel' waarbij emotie en intellect veel meer in evenwicht gebracht moeten worden dan nu bij stadsplanning het geval is.

Wat hadden de genodigden te melden over het thema van de dag? Enkele suggesties.

Fons Elders hield een betoog waarin hij de stelling van Spinoza: 'God of natuur', uitwerkte. Het kwam er op neer dat de kapitalistische (of mannelijke, monotheïstische) samenleving de natuur ziet als een utilitair concept en dat er voor de toekomst van een biotope city een revolutie nodig is in de kijk op die natuur: voorbij de tegenstelling tussen klassiek en romantisch. De natuur, zo zei hij, wacht er op begrepen te worden.

Declan Kennedy (wereldwijd consultant voor duurzaamheidsprojecten bij GEN: global eco-village network) streeft naar ecologische technieken die de meerderheid van de wereldbevolking kunnen bereiken. Die aanpak moet uitgaan van de plek en van de mensen die er wonen. Data moeten het design veel meer aansturen waarbij het ontwerpen niet voorbehouden moet blijven aan ontwerpers. Natuur moet volledig geïntegreerd en visueel gemaakt worden. Uitgangspunt is ieders eigen verantwoordelijkheid, te bereiken met een vergaande participatie en een hoge kwaliteit van gemeenschappelijke voorzieningen.

Hinrich Baller, architect uit Berlijn, liet ontwerpen van stadsblokken zien die uitgaan van hoge duurzaamheid als bestrijders van het sick house syndrome. In het nurkse Berlijnse stadsbeeld vallen ze op door een bijna wulpse en vrolijke vormgeving die onbedoeld de bestaande starre stedebouw en architectuur aanklaagt.

Yasunori Kitao uit Kyoto liet ons zijn studie zien van traditionele Japanse drager- en inbouwtechnieken in hout. Hierbij worden in een hedendaagse bewerking tot nu toe oneconomische afmetingen van inheemse houtsoorten gebruikt om de kap van tropische wouden te voorkomen. Verbindingen in de constructie zijn altijd demontabel zodat hergebruik mogelijk is.

Robert Korab, werkzaam bij de gemeente Wenen, verblufte de aanwezigen met de hoge productiecijfers van het 'Vienna Model'. Al sinds het begin van de vorige eeuw is sociale woningbouw Oostenrijks beste bijdrage aan de wereld. Uitgangspunten zijn op dit moment: duurzaamheid, nieuwe planningsmethoden, zelf sturende systemen, PPP-samenwerking, ontwikkelen nieuwe woonservices, vermijden monofunctionele gebouwen, woningbouw niet zien als een bouwopgave maar primair als verbetering van de leefcondities met een grote sociale betrokkenheid naar de bewoners. Kwaliteit is alleen bereikbaar, zo is zijn stellige mening, door vanaf het begin alle deskundigen en gebruikers erbij te betrekken. Zo kan een nieuwe bouwcultuur gaan ontstaan om biotope city dichterbij te brengen.

In zijn eindconclusie van de dag vatte Kees Duivestein (BOOM) samen: ga uit van: people, profit/prosperity en planet voor sociale, economische en ecologische kwaliteit.

De constante van Fassbinders werk aan de TUE is de invloed van de stedelijke ontwikkeling op de bewoners. Het paradigma is verschoven van een eenzijdige gerichtheid op de fysieke gebouwde structuur naar een integrale mondiale aanpak. Het gaat inmiddels over het behoud van de aarde als plek om te leven. Glokaal is het trefwoord: globale problemen zijn alleen op te lossen door er ook op lokaal niveau aan te werken.