Feature —

Ciboga Gereed

Luc de Vries

Ter gelegenheid van de officiële opening van de eerste deel van het Ciboga-terrein in Groningen, schots 1 en schots 2 van architectenbureau S333, organiseerde het Platform Gras een rondleiding en een opleveringsdebat.

Het Ci(rcus)Bo(den)Ga(sfabriek)-terrein is een strategische woningbouwlocatie aan de rand van de Groninger binnenstad waar uiteindelijk 900 woningen gerealiseerd zullen worden. Het gebied maakte vroeger deel uit van de omwalling van de stad en heeft daarna gefungeerd als terrein voor de gasfabriek, vertrekpunt van bodediensten en opstelplek voor het circus. Het stedenbouwkundig plan voor het gebied voorziet in een 11-tal 'schotsen', onregelmatig gevormde bouwblokken die zijn gedrapeerd in een autovrij landschap. Dit landschap moet een ecologische verbinding tot stand brengen tussen het Noorderplantsoen en het Oosterhamrikkanaal. De auto's van de bewoners en het publiek dat de binnenstad bezoekt worden geparkeerd in ondergrondse parkeergarages die tevens dienst doen als afdekking van de zwaar vervuilde ondergrond. De 'schotsen' worden door verschillende architecten ingevuld met hoofdzakelijk woningbouw in hoge dichtheid en met relatief weinig privé-buitenruimte. Een semi-openbare ruimte direct bij de woningen moet de overgang maken naar het verder openbare landschap tussen de schotsen.

De eerste twee schotsen, aansluitend op de Korrewegwijk zijn ontworpen door S333 uit Amsterdam, het bureau dat indertijd de Europan prijsvraag voor dit gebied heeft gewonnen. De architecten zien zichzelf als 'translators in the urban proces', als een soort procesmanagers. De vertaling van de stedelijke processen vertaalt zich hier in een ondergrondse parkeergarage, winkels op de begane grond en woningen op de verdiepingen; een zeer adequate maar niet schokkend nieuwe oplossing. De kwaliteit van het project zit dan ook meer in de overtuigende architectonische uitwerking van de vertaling; in de boeiende ontsluitingen, de bruikbare plattegronden, het grote aantal woningtypes, de diversiteit aan buitenruimtes, de ruimtelijkheid van de semi-openbare ruimtes en de consequente materialisering en detaillering van de gebouwen. Het is het architectonisch vakmanschap dat de knik in de winkelstraat, de keuze van het gevelmateriaal en de gevelcompositie legitimeert. Strikt vanuit de vertaling van een stedelijk proces zijn deze keuzes niet te maken.

Het opleveringsdebat had als onderwerp de stedelijke kwaliteit en het gebruik van de semi-openbare ruimtes. De discussie over de stedelijke kwaliteit, voor de pauze, kenmerkte zich door consensus. Eigenlijk is iedereen, van stedenbouwer tot bewoner overtuigd van de gerealiseerde kwaliteit van dit nieuwe stukje stad. Het is een impuls voor zowel de Korrewegwijk, die naast een aantal winkels een betere koppeling met de binnenstad krijgt, en een impuls voor de winkelstraten richting centrum. De discussie over de semi-openbare ruimtes was feller en principiëler en concentreerde zich uiteindelijk op de vraag wie verantwoordelijk is voor het beheer van deze ruimtes. Maarten Schmitt, de stedenbouwkundige die aan de wieg van het Ciboga-project heeft gestaan, benadrukte nog eens het grote belang van de semi-openbare ruimtes die moeten bemiddelen tussen de vele woningen in een hoge dichtheid met weinig privé-buitenruimte en de groene openbare ruimte die van de stad is. Omdat voor het beheer van deze ruimtes een nieuwe gemeenschapszin nodig is, spreekt hij van parochiale ruimtes. Van bewonerszijde werd het welslagen van deze ruimtes in twijfel getrokken. Op schots 1 is de semi-openbare ruimte op het dak van de supermarkt niet direct via een buitentrap vanaf de straat bereikbaar; deze is bezuinigd. Hierdoor is dit eerder een semi-private ruimte geworden. Bovendien heeft de verhuurder allerlei activiteiten zoals barbecues en buurtfeesten verboden. Het gebruik zal dus nog door de bewoners afgedwongen moeten worden. Op schots 2 is de semi-openbare ruimte wel toegankelijk voor iedereen maar moet nog afgewacht worden of de omwonenden in de omringende koopwoningen in staat zijn deze ruimte gezamenlijk duurzaam te beheren. In de discussie bleek dat noch de gemeente, noch de ontwikkelaar de bewoners hebben ondersteund in het organiseren van dit beheer.

De semi-openbare ruimtes zijn van cruciaal belang voor de schotsen-opzet van het Ciboga-terrein en het welslagen ervan zal in belangrijke mate het succes van de wijk bepalen. Maar of het goed komt met deze parochiale ruimtes, dat valt op dit moment nog niet met zekerheid te zeggen.