Feature —

Het nieuwe Berlage Insitiuut

Redactie

Met de start van het nieuwe cursusjaar volgde Alejandro Zaera-Polo Wiel Arets op als dean van het Berlage Instituut. ArchiNed zocht hem op. Wat zijn zijn plannen voor en ambities met deze tweede fase architectuuropleiding?

Alle plannen van Zaera-Polo zijn terug te voeren op zijn overtuiging dat architectuur geen wetenschap is maar een praktische studie. Dat het bij architectuur gaat om 'the organisation of space and matter'. Onderwijs is volgens hem dan ook niet los te zien van onderzoek, en onderzoek is onlosmakelijk verbonden met projecten. De functie van het  Berlage Instituut ziet hij daarom als die van een laboratorium, een plek waar ruimte is voor experimenten gericht op toegepast onderzoek, op 'reflection on practice'. Het theoretisch onderzoek, het theoretiseren van de architectuurpraktijk,  is volgens hem een onderzoeksveld dat al volledig is onderzocht, nieuwe inzichten zijn hier voorlopig niet te verwachten. Te veel mensen hebben zich bezig gehouden en houden zich bezig met dergelijk onderzoek aldus Zaera-Polo. Wat hij tot stand wil brengen met het onderwijsprogramma van het Berlage Instituut is een synergie tussen praktijk en onderzoek. Anders dan in de Verenigde Staten, waar er een sterke scheiding is tussen de academische wereld en de praktijk, hebben de meeste docenten op Europese universiteiten en onderzoeksinstituten ook een zelfstandige architectuurpraktijk. Hierdoor zijn ze meer generalist dan hun Amerikaanse collega's.

Om de praktijksituatie meer te benaderen zullen de projecten op het Berlage Instituut niet langer meer individueel worden uitgevoerd maar in groepsverband, en zullen er projecten worden opgezet met derde partijen; met mensen en instituten die deel uitmaken van de dagelijkse architectuurpraktijk maar zelf geen architect zijn. Iemand die optreedt als een fictieve opdrachtgever maar met een opgave waar een reëel probleem aan ten grondslag ligt. Zaera-Polo sluit het dan ook niet uit dat het Berlage Instituut in de toekomst betaalde studieopdrachten zal gaan uitvoeren. Enerzijds om de synthese tussen praktijk en onderzoek zo optimaal en reëel mogelijk te maken, anderzijds kunnen dergelijke inkomsten een aanvulling zijn op het budget van het instituut. Het onderwijs op het Berlage moet het midden houden tussen de schoolse aanpak van polytechnische opleidingen die gericht zijn op het verwerven van kennis en de vrije aanpak van kunstopleidingen die gericht zijn op de persoonlijke ontwikkeling en expressie van individuen. Zaera-Polo spreekt ook niet over studenten naar refereert naar de Berlagianen als 'members'.

Met deze nieuwe aanpak wil het instituut zich meer profileren en betere studenten aantrekken. Het nieuwe onderwijsprogramma, de docenten en de locatie van het Berlage (in Nederland en in Rotterdam) zal het instituut voldoende potentie geven om zich over een aantal jaar te kunnen meten met prestigieuze opleidingen als Columbia University en de AA in Londen, aldus de nieuwe dean.