Recensie —

De kaarten op tafel

Ymkje Repko

Als er iets een toekomst heeft, dan is het wel de geschiedenis. Maar of dat ook voor het landschap opgaat, zal vanmiddag blijken. Met woorden van die strekking opende televisiepresentator Hans ‘Andere Tijden’ Goedkoop afgelopen donderdag 28 november het symposium ‘De kaarten op tafel’, georganiseerd door het Nationaal Archief.

Het Nationaal Archief wil zich profileren als een toegankelijke bron van nuttige informatie voor alle Nederlanders en ontplooit daarom verschillende initiatieven om zijn uitgebreide collectie oude kaarten onder de aandacht te brengen van een breed publiek. Deze middag was speciaal bedoeld voor beleidsmakers op het gebied van de ruimtelijke ordening van provincies en gemeenten. Sommige sprekers verhaalden over archeologische vondsten en oude tijdlagen in het hedendaagse landschap, terwijl anderen met klem waarschuwden voor watersnoodrampen. De geschiedenis van het Nederlandse landschap blijkt namelijk uiteen te vallen in twee delen. Naast lang vervlogen tijden waar archeologische vondsten naar verwijzen, is er de meer recente ontstaansgeschiedenis van het hedendaagse landschap.

Historisch-geografen zien prehistorische holen van jagers en verzamelaars, Romeinse wachttorens en dergelijke als belangrijk cultureel erfgoed, maar bij landschapsarchitecten – op het symposium vertegenwoordigd door Dirk Sijmonds en Eric Luiten – leeft dat niet. Zij maken zich vooral zorgen over het Nederlands landschap, als resultaat van een recentere geschiedenis, omdat dat op een volstrekte onbalans in de waterhuishouding stoelt.

Aan ons landschap ligt simpel gezegd de gedachte 'pompen of verzuipen' ten grondslag. We pompen al een paar eeuwen zoveel water weg, dat het maaiveld (als gevolg van onomkeerbare klink van veen- en kleigronden) tweemaal zoveel is gedaald als de zeespiegel in die tijd is gestegen. De inspanningen om droge voeten te houden hebben een situatie opgeleverd die bij hoge waterstanden kwetsbaarder is dan ooit. Om overstromingsgevaar af te wenden, moeten we ons land natter maken. Rigoureus natter.

Bij plannenmakers speelt, zo bleek op het symposium, het verleden vooral een rol als ideaalbeeld voor het construeren van nieuwe natuur. Er zijn grofweg twee typen landschap met nieuwe natuur in ons land. De eerste refereert aan het landschap van de 19e eeuw en de tweede refereert aan dat van de Middeleeuwen. In het eerste geval krijgen boeren subsidie wanneer ze naast landbouwproducten ook een antiek landschapsbeeld produceren. In het tweede geval worden grote grazers ingezet om terreinen half open en ruig te houden. Dat dergelijk half open landschap in de Middeleeuwen in ons land zou hebben bestaan – hetgeen de natuurlobby wil doen geloven – werd op het symposium overigens in twijfel getrokken door Theo Spek. Spek is werkzaam bij de Rijksdienst voor Bodemkundig Onderzoek. Nederland was volgens hem in de Middeleeuwen juist grotendeels bedekt met een ondoordringbaar veenwoud.

Beide bovengenoemde soorten nieuwe natuur worden momenteel gecreƫerd op het eilandje Tiengemeten in de Grevelingen. Natuurmonumenten, dat eilandje grotendeels beheert, gaat het voor meer dan de helft transformeren in begraasde rietvelden. Op de rest van het eilandje zal landbouw op zo'n manier worden bedreven dat natuurontwikkeling tegelijk wordt gestimuleerd. Een ander project waarbij de toekomstmogelijkheden op basis van historische gegevens en actuele noden met betrekking tot de waterbeheersing worden verkend, is de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dit betreft een voormalige verdedigingslinie, een 85 kilometer lange strook van Amsterdam tot Zaltbommel die onderwater gezet kan worden.