Recensie —

Design volgens Gio Ponti

Redactie

Aanstaande zaterdag is het Ponti-dag in het NAi. Bezoekers kunnen luisteren naar Italiaanse muziek, deelnemen aan een wijn- en olijfolieproeverij én natuurlijk de tentoonstelling ‘Gio Ponti, een wereld van design’ bekijken; een overzichtstentoonstelling met een halve eeuw werk van een estheet en ‘uomo universali’

Giovanni 'Gio' Ponti (1891-1979) volgde een opleiding tot architect aan de Technische Hogeschool in Milaan. Na zijn studie ging hij als ontwerper werken bij de ceramiekfabriek Richard-Ginori. Door zijn toedoen werden ceramische producten met een eenvoudige vorm en classistische motieven het handelsmerk van de fabriek. Op aanraden van een bevriend journalist begon Gio Ponti in 1928  met het uitgeven van een tijdschrift, Domus. Hij bleef, met uitzondering van een onderbreking tussen 1941 en 1948 waarin hij het tijdschrift Stile oprichtte, tot zijn dood in 1979 betrokken bij het tijdschrift en gebruikte om zijn opvattingen over architectuur, design en kunst uit te dragen, en diende – indirect – als propagandamiddel voor Italiaans design. Domus kan beschouwd worden als het eerste life-style-tijdschrift. Waarin interieur en architectuur als harmonieus geheel werd gepresenteerd en dat speciaal was gericht op de moderne middenklasse.

Samen met Antonio Fornaroli en Eugenio Soncini begon Ponti in 1933 een architectenbureau dat tot 1945 bestond. In deze periode zijn onder meer de 'domussen' ontworpen, typisch Milaans uitziende appartementengebouwen die echter van binnen zeer modern en comfortabel waren.  In 1952 werd het bureau Ponti, Fornaroli, Rosselli opgericht. Het bureau, dat tot 1979 zou blijven bestaan, ontwierp onder meer de beroemde Villa Arreza (Caracas Venuzuela, 1956) en de Pirelli toren in Milaan (1956). Voor de Bijenkorf in Eindhoven ontwierp Ponti de gevel, die hij bekleedde met groengekleurde gefacetteerde keramische tegels.

boven: stof voor de JSA fabriek, Busto Arsizio, 1950-58
onder: Piatti Pozzi, tafelservies voor Ceramica Franco Pozzi, Gallarate 1967alle afbeeldingen bij dit artikel © G. Ponti archieven / S. Licitra – Milan

Het bijzondere aan Ponti is dat hij zich in eerste instantie met design bezig hield en daarbij geen onderscheid maakte in materiaal of schaalniveau; hij ontwierp stoffen, een espressoapparaat, stoelen , bestek, maar een kantoortoren. De Pirelli-toren beschreef hij ook als een grafische slogan. Vanaf het begin van de jaren vijftig is Ponti op zoek gegaan naar de 'eindige vorm', een vorm die elegant en compleet in zichzelf was. Hij vond deze eindige vorm in een verlengde zeshoek, door Ponti zelf de diamant genoemd. Vanaf het moment van ontdekken is deze vorm in bijna al zijn werk terug te vinden: de plattegrond van de Pirelli-toren, de ramen in de gevel van de Eindhovense Bijenkorf, tegels, bestek.

De tentoonstelling die momenteel in het NAi te zien is, was eerder te zien in het Londense Design Museum. De nadruk van de expositie ligt dan ook sterk op de gebruiksvoorwerpen die Ponti heeft ontworpen, slechts van een enkel gebouw zijn foto's te zien of een maquette. Afgezien van de diamantvorm die na de jaren vijftig opduikt, is er in het werk van Ponti, anders dan bij bijvoorbeeld Alvar Aalto, geen eenduidig handschrift te ontdekken. Zijn ontwerpen uit de jaren dertig, zien eruit als ontwerpen uit de jaren dertig; de ontwerpen uit de jaren vijftig zien eruit als ontwerpen uit de jaren vijftig, en die uit de jaren zestig als hip jaren zestig design. Gio Ponti, een wereld van design, is hierdoor vooral een tentoonstelling over een man die zich zijn hele leven heeft ingezet voor het promoten van goede smaak en steeds de tijdsgeest goed aanvoelde.