Recensie —

Vorm volgt inhoud en andersom

Allard Jolles

Het in 1995 opgerichte interdisciplinaire onderzoeksteam Ghent Urban Studies Team [GUST] beschouwt de stad niet alleen een ruimtelijke en sociale entiteit maar tevens als een culturele constructie. Dit standpunt vormt dan ook het uitgangspunt van de lijvige bundel ‘Post ex sub dis. Urban fragmentations and constructions’.

Als stedenbouwkundigen of andersoortige ontwerpers mij vragen welk boek over hun vak mij de laatste maanden in positieve zin is opgevallen, dan is er voor mij maar één antwoord mogelijk: de verhalenbundel De Feestcommissie van de beroemde Albanese auteur Ismail Kadare. De vragensteller kijkt dan verbaasd en zegt ‘Ja, maar dat is literatuur, ik bedoel een vakboek’.

Welnu, de Feestcommissie is een vakboek, vanwege twee verhalen: ‘De Grote Muur’ en ‘De Hagia Sophia’ zijn verplichte kost voor iedere ontwerper. Het eerste gaat over grenzen en over de plek en de betekenis van een ingreep in het landschap. Het tweede gaat over het beroep architect en meer algemeen over de relatie tussen ontwerper en opdrachtgever en het spanningsveld tussen het uitvoeren van de opdracht en de eigen verantwoordelijkheden. Ontwerpers die niet van literatuur houden, kunnen wat mij betreft ook veel leren van de huidige generatie topfotografen, zoals Jeff Wall of Gabriele Basilico. Deze kunstenaars verschaffen ons, door het uitvergroten en daardoor expliciet maken van de realiteit van alledag, inzicht in de wereld waarin wij leven.

Gebundeld

Vakboeken zijn meestal een mix van beide: veel plaatjes, veel tekst. De laatste tijd is er een trend waarneembaar: de bundel. Verschillende auteurs behandelen verschillende onderwerpen. Dat is wel verklaarbaar, want het aantal disciplines dat zich op dit moment bemoeit met stad, land en stedenbouw is enorm. Een kleine greep: architectuur, informatietechnologie, economie, sociologie, geografie, planologie, filosofie, natuurkunde, communicatie, rechtsgeleerdheid, vrijetijdswetenschappen, politicologie, geschiedenis, taal- en letterkunde, antropologie, biologie, ecologie, beeldende kunst, archeologie, design en psychologie. U ziet, ik heb me enorm ingehouden en het zijn er toch al 21.

In een groot aantal stedenbouwboeken van de laatste tijd onderneemt de auteur of de redactie een poging om met beeld en tekst dichtbij het wezen van de hedendaagse stad te komen. Dat lukt natuurlijk nooit helemaal, maar in een bundel ontstaat wel de prettige gelegenheid allerlei disciplines hun licht te laten schijnen op de hedendaagse stad. Want wat is dat tegenwoordig nog, die stad? En aan wie vraag je dat? Voor de een is het een verzameling gebouwen, voor de ander een stratenpatroon, voor weer een ander een plek waar het zoogdier mens de hoogste dichtheden bereikt. En iedereen heeft gelijk.

Vorm en inhoud

Een goed geslaagde bundel is het werk Post ex sub dis, samengesteld door het Ghent Urban Studies Team (GUST) waarin de in fragmenten opgedeelde, contemporaine stad als thema is gekozen. Het spreekt hier vanzelf dat het onderwerp fragmentarisch en interdisciplinair behandeld wordt. Vorm en inhoud zijn hier één. De kwaliteit komt niet zozeer door de auteurs, want dat is voor een deel het bekende rijtje. Soja, Boeri en Wigley hebben al vaker als coauteur op een achterflap gestaan, zeker ook in Nederland. Maar ze zijn hier wel beter op dreef (helaas zijn niet alle stukken even toegankelijk geschreven) dan in bijvoorbeeld Cities in Transition of TransUrbanism. En dat komt gewoon omdat niet alleen vorm en inhoud sluitend zijn, maar ook omdat gekozen is voor eenheid in beeldmateriaal (waaronder veel werk van bovengenoemde fotografen) en dat zelfs een beschouwing over dat beeldmateriaal (door Boeri) niet ontbreekt. Deze (kunst)historische kijk op het geheel, sowieso de aandacht voor kunst en bijvoorbeeld literatuur werkt verfrissend en stemt tot nadenken.

Kijken

Te leren valt er ook, vooral van de manier van kijken van de fotografen. Een goede stadsfotograaf kan de relatie mens – ruimte, en dan vooral de sporen die we nalaten, in beeld brengen. En die sporen zijn anders dan vroeger en zelfs afhankelijk van de rol die we op een bepaald moment in de stad hebben (soms zijn we toerist, dan weer flaneur of dagjesmens). De fotograaf kan de verandering die onze leefruimte ondergaat zichtbaar maken, en laat de plaats zien die de mens daarin inneemt. Raakt dat niet de kern van de stedenbouw? Gaat het er niet om er voor te zorgen dat iedereen zich altijd bewust is van waar hij of zij is, ofwel de eigen positie kan bepalen ten opzichte van de omgeving?  Zodat de ‘body’ zich nooit verloren voelt in ‘urban space’? Voor stedenbouwkundigen valt er veel te genieten in dit boek, en tegelijkertijd krijgt de lezer flink wat cultuur voor zijn kiezen. En dat is niet ongezond. Post ex sub dis is gewoon de beste bundel die ik de laatste tijd onder ogen kreeg.