Feature —

“Machine en Duin” en de gestage opmars der landschapsarchitecten

Redactie

Het multidisciplinaire landschapsbureau B+B heeft onlangs – door overtuigend de microschaal met de macroschaal te verbinden – een meervoudige opdracht gewonnen voor de herinrichting van het sluizencomplex in IJmuiden.

Ooit waren de grote industriële landschappen zo'n beetje het laatste onderwerp waar landschapsbureaus zich mee wilden associëren. Als vervuilingmachines en verwoesters van zowel de natuurlijke als de culturele ondergrond was een industrieel complex in feite de antithese van het landschap(sontwerp.) Deze situatie is de laatste tijd bijna volledig omgekeerd. Juist in de industriële gebieden die aan verandering onderhevig zijn – of het nu om afbraak van een gehele industrie gaat, zoals in het Ruhrgebied, of om herstructurering of uitbreiding zoals in het IJmuidense sluizencomplex –  wordt de deskundigheid van landschapsarchitecten steeds belangrijker. Niet alleen omdat met een landschapsplan groene doelen kunnen worden bereikt (of wat cynischer gesteld: omdat daarmee in de sfeer van public relations weerstand kan worden gebroken), maar ook omdat een landschapsarchitect, meer dan bijvoorbeeld een stedenbouwkundige, denkt in processen.

Er is echter nog een derde reden waarom landschapsarchitecten juist bij deze grootschalige industriële gebieden zo succesvol zijn. Meer dan enig andere ruimtelijke discipline is de landschapsarchitect in staat om de microschaal te verbinden met de macroschaal. In traditionele zin gaat het dan om een verband tussen planten en bomen in een grootschalig geheel van parken of landschappen. In de opgaven in industriële gebieden gaat het op een vergelijkbare manier om het verbinden van natuurlijke elementen en kleinschalige gebouwtjes en infrastructuur (paden en waterlopen)  met de enorme schaal van industriële gebouwen en complexen en infrastructuur (silo's, spoorwegemplacementen, snelwegen etcetera.)

Fotomontage van het nieuwe landschap, voorstel ontwerp sluishuis en plankaart.
(klikvergroot)

Ook in IJmuiden speelde deze schaalsprong een grote rol, van duingras tot mammoettanker, van sluishuisje tot duingebied. Bovendien is het complex onder hardcore fans van het Nieuwe Bouwen bekend vanwege de gebouwtjes van Jan Emmen uit de jaren twintig/dertig. De directe aanleiding voor de opdracht is de komst van een nieuwe grote sluis in IJmuiden. Rijkswaterstaat vroeg om een integrale landschapsvisie voor de ruimtelijke ontwikkelingen op en rond het sluizencomplex, waarbij tevens de vele onsamenhangende ingrepen uit het verleden die de functionele en ruimtelijke samenhang vertroebeld hebben, 'hersteld' zouden moeten worden.

Uniek aan het sluizencomplex van IJmuiden is dat de sluizen in de duinen gegraven zijn. De overgebleven duinrepen zijn de contramal van de sluizen met toeleidingskanalen. Een ander fenomeen is dat het sluizencomplex 125 jaar sluizenbouw weerspiegelt. In IJmuiden was dus al sprake van een 'landschappelijk industrieel complex'. B+B buit dit gegeven in het plan verder uit:

Uit de plantoelichting: 'Om de passerende boten en cultuurhistorische diversiteit van de vijf sluizen maximaal tot uitdrukking te laten komen is gekozen voor een eenduidige uitstraling van het duinlandschap en alle objecten die hierin voorkomen. Het duinlandschap versterkt de sluismachine. De afgegraven grond ten behoeve van de grote sluis wordt gebruikt om het aanwezige duinreliëf op de landtongen te versterken. De duinen worden ingezaaid met Gaspeldoorn. Deze duinvegetatie groeit juist hier door specifieke milieuomstandigheden op en rond het sluizencomplex. De geel bloeiende plantenzee is acht maanden per jaar een overweldigende natuurlijke tegenhanger van de sluismachine. De ovalen uitsparingen in dit stekelige landschap zijn de ideale broed- en rustplaatsen voor beschermde kolonies Visdieven.'

Om het multidisciplinaire karakter van het hedendaagse landschapsbureau verder te benadrukken begeeft B+B zich – evenals bijvoorbeeld West 8 – ook op het terrein van de architect door – eigenlijk ongevraagd – een voorstel te doen voor een nieuw sluishuis. Opnieuw een citaat uit de plantoelichting: 'Het nieuwe Verkeersleidingscentrum rijst als een slang op uit het landschap. Het gebouw vormt een integraal onderdeel van het duinlandschap en neemt zowel operationele als recreatieve functies in zich op. Het totale volume is een baken voor schippers op zee door zijn afwijkende richting in de context van het verticale schoorsteenlandschap. Beheersfuncties en nader te bepalen programma worden gebonden in een halftransparante huid die als een sluier om de rechtstandige programmakern wordt heen gewikkeld. Deze sluier biedt mogelijkheden voor gelaagdheid zodat de verschijningsvorm van het volume door de stand van de zon en s nachts door verlichting veranderen kan.'

Tja, dat klinkt al een heel stuk wolliger dan de 'recht-door-zee' toelichting van het landschappelijke deel van het plan. Niet dat het ontwerp niet goed zou zijn, om daar over te oordelen zou het voorstel eerst beter moeten worden uitgewerkt, maar wat betreft de architectuur zou B+B misschien eerst de overgebleven gebouwtjes van Jan Emmen eens moeten bestuderen.

Hoe dan ook, B+B heeft een overtuigende visie opgesteld, die eens te meer aangeeft dat de gestage opmars naar aangrenzende ruimtelijke schaalgebieden van de landschapsarchitecten waarschijnlijk niet meer te stuiten is.