Recensie —

Tati in het Nai

Lotte Haagsma

Wie Tati zegt denkt aan de film Mon Oncle en wie aan die film denkt ziet Villa Arpel voor zich, de kijkdoos-villa van Monsieur Arpel. De tentoonstelling Tatirama bij het NAi gaat over de rol die architectuur speelt in de films van de Franse filmmaker Jacques Tati.

Jacques Tati (1907-1982), leverde met films als Mon Oncle (1958) en Playtime (1967) een belangrijke bijdrage aan de – kleine – selectie beroemde films waarin architectuur een belangrijke rol speelt; andere voorbeelden zijn Metropolis (1927) van Fritz Lang, The Fountainhead (1949) en de sciencefiction film Blade Runner (1982). Met de tentoonstelling Tatirama haakt het NAi, net als enkele andere musea in Rotterdam, aan bij het Internationaal Filmfestival Rotterdam dat vandaag van start gaat.

In zijn films becommentarieert Tati op humoristische wijze de modernistische architectuur. Tati laat zien hoe de monocultuur, standaardisering, transparantie,  schaalvergroting en ‘kaalheid’ van deze architectuur, leidt tot grote veranderingen en vervreemding in het dagelijks leven van mensen.

Van Villa Arpel uit Mon Oncle maakt hij een showroom met de nieuwste technische snufjes in huis, tuin en keuken. Met een dolfijnfontein die begint te klateren als de bel gaat en keukenkastjes die automatisch open en dicht slaan. Speciaal voor deze tentoonstelling is een maquette van de villa gemaakt op een schaal van 1:10. Met knopjes kun je het hondje in de tuin uitlaten, de ogen boven in het huis laten draaien en geluidsfragmenten uit de film laten horen.

Tati is bij het vormgeven van de moderne tijd in belangrijke mate geholpen werd door Jacques Lagrange. Lagrange is vanaf 1953 tot aan de dood van Tati de vaste decorontwerper van diens films. Hij kwam uit een artistieke familie en zijn vader en broer waren architect. Zelf ging hij op zestienjarige leeftijd naar de Ecole des Arts Decoratifs en aansluitend naar de Ecole des Beaux Arts in Parijs.

Uit de tekeningen voor decors die in het NAi te zien zijn blijkt dat Tati en Lagrange niets aan het toeval overlieten, alles werd zorgvuldig bedacht en ontworpen. In de vaak kleurige tekeningen is te zien hoe zowel Tati als Lagrange daarbij oog hadden voor details. Voor Playtime (1967) werd in de studio een complete moderne stad nagebouwd: Tativille. De invloed van Lagrange bleef niet beperkt tot de decors, samen met Tati schreef hij de scenario’s en werkte de scenografie uit.

boven: still uit Playtime
onder: still uit Trafic

De tentoonstelling Tatirama is opgebouwd rond vijf thema’s: wonen, werken, verkeer, recreatie en historisch erfgoed. Deze thema’s zijn ontleend aan het ‘Handvest van Athene’ dat Le Corbusier in 1943 schreef en waarin hij zijn visie op de ontwikkeling van de moderne architectuur vastlegde. Mon Oncle gaat over het moderne wonen. In Tati’s films Les vacances de Monsieur Hulot (1953), en Playtime speelt de ontwikkeling van het recreëren maar ook de veranderingen in de werksituatie van mensen een rol. Trafic (1971) gaat over het snel groeiende gebruik van de auto en daarmee het verkeer. In Playtime worden historische gebouwen alleen indirect gefilmd, de spiegeling van bijvoorbeeld de Sacre Coeur in de ruiten van de moderne architectuur, ze zijn passé.

De tentoonstelling bestaat, naast de maquette van villa Arpel en een verzameling tekeningen, uit grote schermen die los in de ruimte hangen en waar filmstills op geprojecteerd worden. Over die geprojecteerde beelden ‘rollen’ teksten die vertellen welke plaats de moderne architectuur en techniek hebben in de films van Tati. Als de toeschouwer dicht op de schermen gaat staan, verschijnt in zijn schaduw nog een tweede tekstlaag, deze gaat over de context waarin de ideeën van Tati zich ontwikkelen.

Al met al genoeg teksten. Jammer alleen dat er relatief weinig filmmateriaal te zien is. Op een klein videoscherm worden korte fragmenten uit Mon Oncle, Playtime en Trafic vertoond. Verderop zijn vijf documentaires te zien over de thema’s: wonen, werken, verkeer, recreatie en historisch erfgoed. Maar iets meer bewegend Tati-beeld was leuk geweest, vooral voor al die (jonge) mensen die nog nooit een film van Tati hebben gezien.