Recensie —

TTT – Chicago Works, Douglas Garofalo

Adriaan Boertjes

In het Tilburgse museum De Pont sloot de Amerikaanse architect Douglas Garofalo vorige week de lezingenreeks Territoria, Toerisme, Terrorisme af. De reeks, georganiseerd door CAST en de beide academies van Tilburg (FAAS) en Maastricht (AvB), probeert thematisch het grensvlak tussen actualiteit en architectuur uit te diepen.

Douglas Garofalo opent zijn lezing met een grafische weergave van Ground Zero. Actualiteit en architectuur komen met de toekomstplannen voor deze plek uiterst dicht bij elkaar. De actualiteit ligt nog zo vers in het geheugen dat een groot publiek fel tegen de architectuur ageert. Garofalo is blij met zo'n geëngageerd publiek, maar is ook van mening dat architectuur een zekere mate van objectiviteit moet bezitten en daardoor niet altijd een politiek of sociaal bewogen bouwwerk hoeft op te leveren.

Hij is dan ook meer geïnteresseerd in hoe de architectuur een bepaalde cultuur of omgeving zo kan (her)definiëren dat het publiek er als vanzelf bij betrokken raakt en niet alleen vanwege zo'n tragische gebeurtenis. Hij geeft als voorbeeld een installatie die hij voor zijn stad Chicago maakte: een nieuwe definitie van de news-stand die je in Amerikaanse steden op de hoek van elke straat tegenkomt. Deze IN.FOrmant bestaat uit een segment van een stoep met aan weerszijden twee 'wanden' en verkoopt of projecteert interactieve digitale informatie. Elke voorbijganger die de installatie passeert, activeert hiermee de projecties en geluidsfragmenten. Even breed als de stoep waar hij is neergezet, kun je er niet omheen: de IN.FOrmant heeft zijn territorium geclaimd.

De vormgeving en het ontwerpproces van dit kleinschalige project typeert het werk van Garofalo. De sociale en geografische context vormen steeds het uitgangspunt. Met behulp van geavanceerde computertechnieken in het ontwerpproces (die steeds weer nieuwe, soms ondenkbare verbanden leggen) en innovatieve constructies en materialisaties in het bouwproces probeert hij deze context te overstijgen. Hijzelf wil aan de titel van de lezingenreeks daarom nog een extra T toevoegen: die van Technologie. Technologie en Territoria zijn voor Garofalo de belangrijkste condities waarbinnen architectuur zich afspeelt.

Dit blijkt vooral uit de getoonde projecten in de suburbs. Deze Amerikaanse blauwdruk-wijken hebben al lang en breed afgedaan als The All American Dream en zijn in een soort dilemma verwikkeld. Men waardeert nog steeds de grote kavel, het eigen territorium. Zelfs al ligt deze in de suburbs. Maar met de uniformiteit en de verouderde concepten van de huizen zelf kan men niet meer leven. Garofalo laat zien hoe met zijn (computer)technologie zo'n suburbane villa nieuw leven wordt ingeblazen. Wegens het krappe budget kan het oorspronkelijke huis niet worden gesloopt en wordt de uitbreiding als een decoratief aandoende architectuur op het huis gesuperponeerd. In het licht van de filosofie van het architectenbureau gezien, nog niet eens zo'n onaardige oplossing. (Ik moest wel even slikken toen hij het succes van dit project beschreef en vervolgens nog een paar gelijksoortige oplossingen voor andere opdrachtgevers uit de suburbs de revue liet passeren. Suburbs, Part II: iedereen hetzelfde design-huis).

Latere projecten worden door dezelfde aanpak gekenmerkt, maar het territorium beperkt zich nu niet meer tot alleen de 'site' en heeft een veel groter landschappelijk of stedelijk draagvlak, zoals hij aan de hand van zijn Manilow Residence en de Korean Presbyterian Church duidelijk maakt.

In al deze projecten is technologie de constante factor. Ook tijdens de lezing kon Garofalo ons de techniek van zijn projecten (gelukkig) niet onthouden. Zijn gebouwen ziet hij nu als 'eco-systems, live buildings (…) parametrically conditioned by machines'. Parameters bepalen de architectuur. Computer-technologie trotseert de aloude hiërarchie en organisatie van een gebouw, vanaf de tekentafel tot aan de sloop. Een gedachtegoed waar we in Nederland bekend mee zijn en dat we deels in het werk van bijvoorbeeld Kas Oosterhuis kunnen herkennen. Alleen de terminologie tussen de continenten blijkt anders. Terwijl het publiek spreekt van fluid, warped en wrapped space heeft Garofalo het liever over een epigenetic landscape.

Hoe het ook genoemd wordt: de taal van de architectuur leverde ook deze keer een boeiende lezing op.