Recensie —

Boek als landschap

Imke van Hellemondt

Bij de toekenning van de Rotterdam-Maaskantprijs 2002 aan Dirk Sijmons verscheen van zijn hand een bundel essays onder de naam Landkaartmos. Imke van Hellemondt las het boek en heeft waardering voor de manier waarop Sijmons er in slaagt, ondanks zijn dubbele positie van commentator aan de zijlijn én speler in het veld, zijn ideeën overtuigend en genuanceerd te verwoorden.

Landkaartmos is een boek als een landschap volgens de opvatting van Sijmons: het is het resultaat van collectief handelen, het bestaat uit meerdere lagen, is meerduidig en is opgebouwd uit verschillende delen die elk een eigen functie hebben, maar ook onderling samenhang vertonen. Het is een momentopname in een proces met een herkenbaar verleden en een minder helder te onderscheiden toekomst.

Het grootste deel van de teksten verscheen tussen 1999 en 2002 als tijdschriftartikel of beleidsadvies en werd voor deze uitgave bewerkt, de rest werd speciaal voor het boek geschreven. Samen met een selectie recente projecten van H+N+S, het bureau waaraan Sijmons verbonden is, en met foto's van zes landschapsfotografen geeft de tekst een treffend beeld van de stand van zaken in de ruimtelijke ordening en de landschapsarchitectuur van dit moment en van de visie daarop van Sijmons en zijn medeauteurs.

Wat het boek een geheel maakt is de vasthoudendheid waarmee een aantal ideeën in nagenoeg elke tekst ten tonele wordt gevoerd. Ze zijn kenmerkend voor Sijmons' opvattingen over de ordening en inrichting van het landschap. Het lagenconcept gaat voorop: eerst de bodem en de waterhuishouding, dan de grote (infra)structuren van weg en water en als laatste woningen, bedrijven, landbouw, enz. Daarnaast propageert hij het regionale ontwerp, als schaal waarop en middel waarmee de gelaagde aanpak het best tot zijn recht zou komen.

Sijmons weet deze twee concepten overtuigend en onvermoeibaar in zijn teksten en ontwerpen te verwerken en zonodig te herhalen, maar blijft tegelijkertijd open staan voor andere of nieuwe ideeën, waardoor hij de zijne kan verbeteren of aanscherpen. Dat maakt dit boek het resultaat van een persoonlijk ontwikkelingsproces dat nog niet ten einde is.

foto’s van Luuk Kramer uit ‘Landkaartmos’
klik vergroting

Ondanks de samenwerking, in enkele stukken, met anderen zijn tussen de regels Sijmons' eigen opvattingen te lezen: hij gelooft in de ontwerpbaarheid van het landschap, acht dat zelfs een noodzaak. Het Nederlandse landschap is een verstedelijkt landschap, dat moet niet alleen erkend worden, maar ook getoond. Zijn voorkeur gaat uit naar de landschappen die deze houding het best weerspiegelen, waar de hand van de mens het meest aan af te lezen is: voornamelijk West-Nederland. Dit blijkt onder andere uit de titel 'Holland Festival' als benaming voor het zoeken naar de optimale relatie tussen cultuurhistorie en de levende cultuur, tussen behoud en ontwikkeling. Het is een wat ongelukkige titel, omdat de voorliefde voor het westen van het land er zo duidelijk in doorklinkt en die daarom niet de lading dekt van een concept dat tot doel heeft verschillende regionale identiteiten in heel Nederland te accentueren.

Sijmons legt de vinger op pijnlijke plekken, hij heeft het vermogen om de praktijk waar hij deel van uitmaakt te analyseren en er tegelijkertijd in te participeren. Dat levert het beeld op van commentator aan de zijlijn én speler in het veld; tegelijk reflectief ('Op reis door cultuur en landschap', 'landkaartmos') en beleidsmakend, adviserend ('landschap met beleid', 'voldongen fictie'). Hierdoor kan het voorkomen dat een term als 'cultuurlandschap' in het ene hoofdstuk een 'duizelingwekkend pleonasme' wordt genoemd, terwijl dezelfde term elders zonder probleem gebruikt wordt.

Sijmons slaagt er ondanks die dubbele agenda in om zijn ideeën met overtuiging en genuanceerd te verwoorden. Hij is zich ervan bewust dat het noodzakelijk is om te blijven proberen zijn boodschap over te brengen, bij elke gelegenheid die zich daartoe voordoet. Hij doet dat als landschapsarchitect in beleid en ontwerp, de disciplines waar hij zelf thuis in is, maar verdiept zich ook serieus in de opvattingen van andere disciplines, om die in te kunnen zetten voor zijn eigen doeleinden. Al is in de tekst zijn afkomst duidelijk af te lezen aan de mengelmoes van beleids- en ontwerpersjargon, die hier en daar enigszins ontspoort: 'Het ruimtelijke contrast aan weerszijden van de macrogradiënt duidt er al op dat van een generieke wijze van toepassing van het contoureninstrument geen sprake kan zijn.' Maar dat neemt niet weg dat het gewroet aan de basis van de landschapsarchitectuur en de ruimtelijke ordening spannende resultaten oplevert. Sijmons zaagt als het ware aan de poten van de stoel waar hij zelf op zit. Het is niet de gemakkelijkste houding en vraagt om een zorgvuldige balans. Het zoeken naar die balans maakt Landkaartmos een boeiend boek en verplichte lectuur voor ieder die zich op de hoogte wenst te stellen van de huidige stand van zaken in het landschapsontwerp en -beleid.