Feature —

Bossche School, ook buiten de eigen parochie?

Harrie van Helmond

In 2001 overleed de Bossche School-architect Jan de Jong. Het oeuvre van deze architect – minder bekend dan ‘founding father’ Dom van der Laan – dreigt aan sloop en verbouwing ten onder te gaan. Ten onrechte zo menen Harrie van Helmond en 70 ‘Vrienden van de Van der Laanstichting’.

Mevr. De Jong, de echtgenote van de in 2001 overleden Bossche School-architect Jan de Jong, liet me weten dat de meubels in haar huis uiteindelijk niet zijn vastgeschroefd op de vloer. Dit stond ter discussie toen mijn vader – een meubelmaker die veel voor Bossche Schoolarchitecten werkte – die meubels daar kwam afleveren. Gelukkig waren praktische overwegingen belangrijker dan fixatie van de  enige goede plek die de tafels, stoelen, banken, bedden en kasten volgens de Leer kunnen innemen. Dat er van haar echtgenoot geen deuren mochten komen tussen de kamers in het huis om de ruimtelijke beleving zo helder mogelijk te maken, daar was ze aan gewend geraakt.

Sinds ik van jongs af aan in aanraking kwam met de Bossche School was er altijd al een wringen tussen fascinatie voor de prachtige verstilde ruimten en de dwingende Spartaanse materialisering.

Zaterdag 1 maart jl vond er in 'huis Jan de Jong' te Schaijk de eerste bijeenkomst plaats van de 'Vrienden van de Van der Laanstichting'.  Dit initiatief lijkt een direct gevolg van de hernieuwde aandacht voor de Bossche School-architectuur waarvan Dom van der Laan de founding father is.  Landelijk is die aandacht er vanwege sloop of verbouwing van parels uit dit erfgoed. Internationaal nemen steeds meer onderwijsinstellingen en architecten kennis van de theorie.

De ongeveer 70 aanwezigen, vriend of latent vriend, lieten zich de kans niet ontnemen de unieke woning van Jan de Jong te zien. De afmetingen van het landgoed en de gebouwen zijn zodanig dat er veel te genieten is. Zo is er bijvoorbeeld.alleen al in de woning  300m3 constructiehout gebruikt, het volume van een standaardwoning!

Het gezelschap bestond uit architecten, journalisten, de families de Jong en v.d. Laan, vertegenwoordigers van gemeenten,  woningbouwverenigingen, projectontwikkelaars, stichtingen en monumentencommissies die te maken hebben met het instandhouden van het erfgoed. Jan de Jong is wellicht de architect die het gedachtegoed van Dom van der Laan, die zelf niet veel gebouwd heeft, het meest zuiver heeft vertolkt.

De Van der Laan Stichting, onder voorzitterschap van de abdijabt te Vaals, presenteerde op deze dag  de oprichting van de 'Vriendenkring'.  Dit tekent een opleving in de activiteiten die sinds 1946 door resp. de Stichting Het Menselijk Verblijf en de Mgr. van Heukelomstichting werden georganiseerd. De conserverende doelstelling van de stichting is in het kort: het vestigen van een centrum ter archivering en bestudering van het erfgoed van (Dom) Hans van der Laan. Gestreefd wordt om dit centrum te vestigen in de betreffende woning van De Jong. Het archief van Van der Laan wordt momenteel professioneel geconserveerd en toegankelijk gemaakt. In 2004 is ook een tentoonstelling in het NAi gepland.

Er worden de komende 2 jaar lezingen en cursussen verzorgd en wordt samengewerkt met instellingen met een vergelijkbaar doel, bijv. het NAi.

Van der Laan (1904-1991) was een student van Granpré Molière maar verliet de TU Delft voordat hij afgestudeerd was. Hij werd geestelijke bij de Benedictijnen en wijdde de rest van zijn leven aan een speurtocht naar de grondslagen van de architectuur. Dit mondde uit in een verhoudingenleer die hij het 'Plastische Getal' noemde. In de natuur voorkomende verhoudingen vormen de basis voor een gesloten mathematisch systeem waarbij ruimten in de meest brede zin met elkaar in relatie worden gebracht. Van der Laan had een onwrikbaar vertrouwen de enige waarheid in de architectuur te hebben hervonden. 'Gelukkig staan er in het boek geen fouten' zo zei hij het in een TV-uitzending over een van zijn publicaties en daarmee bedoelde hij geen typefouten.

De uitbreiding van de abdij in Vaals, waaraan gewerkt is van 1956 tot 1986, is zijn bekendste werk. De leer van het Plastische Getal werd verspreid via de cursus Kerkelijke Architectuur in Den Bosch, vandaar de naam Bossche School.

Zijn publicaties zijn: Le nombre Plastique, De architectonische ruimte, Vormenspel der Liturgie en tenslotte: Themathismos. Over zijn werk zijn redelijk veel publicaties verschenen. De aandacht in het buitenland neemt momenteel toe, haaks op de actuele ontwikkelingen in de architectuur of misschien wel als een reactie op de tijdelijkheid van de vele architectuurstromingen.

De leer van het Plastische Getal werkt met universeel geachte en op de natuur gebaseerde verhoudingen, waaraan niet ontworpen wordt: 'er wordt niet geschetst, maar gerekend' zo zei Van der Laan. Dit sluit het persoonlijke handschrift min of meer uit. Hij ontdekte de mathematica achter de vormentaal van de Antieken en Klassieken, maar ook van eerdere culturen (Stonehenge). Van der Laan zocht in zijn architectuur een op de zintuigen gericht resultaat: 'Het gezichtsvermogen moet gestild worden' zo zei hij in een interview.

De Stichting beperkt zich, zoals hierboven vermeld, tot conservering en uitleg. Het was opvallend dat niemand van de sprekers of van de aanwezigen de relevantie van het Plastisch Getal voor de huidige positie van de architectuur aan de orde stelde.

Architecten die momenteel bouwen in het Bossche School-idioom richten zich op niches in de markt, bijv. de voorgevelindelingen van de vestes in Brandevoort. Hier worden stijlelementen van de Bossche School ingezet om een niet bestaand Brabants classicisme te introduceren. Dit mislukte door de invloed van de ontwikkelaars en aannemers.

Waar blijft de woningbouwvereniging of ontwikkelaar die een opdracht formuleert om m.b.v het Plastisch Getal een hedendaagse wijk te maken, geënt op actuele programma's?

Misschien moet de Stichting, naast haar basale activiteiten, aandacht (laten) besteden aan architecten die werken in een geheel ander idioom en die toch het Plastisch Getal bestuderen en toepassen, zoals bijv. de Brusselse architect Philippe Samyn. Deze vertelde onlangs dat hij een college gaf in Santiago de Chili, waarbij hij zijn bewondering voor 'El numero plastico' uitsprak. De 400 aanwezigen waren tot zijn grote verbazing allemaal op de hoogte van deze theorie; er wordt daar les in gegeven!

Of misschien moet de Stichting de architectuur van de Bossche School eens (laten) beschrijven binnen andere 'zwijgende'  architectuur, zoals die van bijv. Grassi, Moneo, Arets, Ando, Snozzi, de Brouwer, Van Reeth…..

Waarom zoekt de Stichting niet naar een producent die de meubels van de Bossche School als een bouwpakket verkoopt, dat is nog eens een bevordering van aandacht voor het gedachtegoed van Van der Laan.