Feature —

Das Meist Besondere Gebäude Berlins

Just Schimmelpenninck

Toegegeven, het duurt allemaal wat langer dan gepland, maar de bouw van de nieuwe Nederlandse ambassade van OMA/Rem Koolhaas in Berlijn schiet nu toch aardig op. In oktober 2003 wordt het in gebruik genomen. Bij ArchiNed nu al een preview van dit spectaculaire gebouw.

De locatie van de ambassade kan niet Nederlandser zijn; het gebouw staat op de Rolandufer aan de Spree, de ‘Amstel’ van Berlijn, bij een sluizencomplex dat doet denken aan de sluizen bij Carré. In de zomer trekken continu rondvaartboten, plezierboten en vrachtschepen voorbij. Deze hoek van het stadsdeel Mitte in het voormalige Oost-Berlijn lijkt decentraal, maar is dat eigenlijk niet: de ambassade ligt letterlijk op de tunnel van de U2, een belangrijke metrolijn die west- en oost-Berlijn met elkaar verbindt en het ministerie van buitenlandse zaken is op een steenworp afstand.

Koolhaas heeft op een slimme manier gereageerd op de strenge Berlijnse stedenbouwkundige regels. Deze regels bepalen het gesloten bouwblok door te eisen dat elke hoek van een bouwblok bebouwd moet zijn, maar zeggen niets over wat daartussenin gebeurt. Daarin zag de architect zijn vrijheid. De ambassade ligt als een vrijstaande kubus op een hoek van het blok. Er omheen is een L-vormig woongebouw met drie woningen voor ambassademedewerkers dat de andere hoeken definieert.

Van buiten is er nog niet veel van te zien, omdat de ambassade nog geheel is ingepakt in bouwplastic, maar eenmaal op de bouwplaats doorgedrongen begint het gebouw meteen zijn eigen verhaal te vertellen. Belangrijkste organisatorische en constructieve element van de ambassade is het ‘traject’, een door het gehele gebouw spiralende passage. De verschillende afdelingen van de ambassade zijn steeds totaal verschillend gevormde zijtakken van dit traject. Verder vormt het een stabiele kern waaraan de vloeren zijn gehangen. Een bron van wanhoop voor de Duitse bouwvakkers is het feit dat er geen duidelijk te onderscheiden verdiepingen zijn, een direct gevolg van een spiraalvorm. De eerste indruk is die van een spannend doolhof, waar achter elke hoek weer een nieuwe verrassing wacht. Het traject wentelt zich door de kubus en biedt steeds nieuwe onverwachte blikken in het gebouw, maar vooral ook op de stad. De meest spectaculaire uiting daarvan (door het bouwplastic nu nog niet te herkennen) is een zichtas die diagonaal door de ambassade heenloopt, waarvoor zelfs een speciale ‘kijktunnel’ door het omringende woongebouw wordt gemaakt, om uitzicht te bieden op de Fernsehturm. Deze zendmast op Alexanderplatz, hoger dan dat hij mooi is, is een essentieel referentiepunt in de gehele stad en straks dus ook in de ambassade.

De gebruikte materialen zijn glimmend metaal, glas, zichtbeton en donkere houtsoorten, waarbij in het traject vooral aluminium wordt gebruikt en in de kantoren hout. Zelfs in deze fase van de bouw valt het al op hoe specifiek dit gebouw is. Zo zijn alle 400 deuren in het project verschillend en op maat gemaakt. Variërend van de ‘voordeur’ die van een tonnenzware plaat natuursteen is gemaakt, tot een ‘James Bond’ deur die geheel wegvalt in een wand.

Elke afdeling van de ambassade heeft een eigen ‘wijkje’ in het gebouw, dat volledig afgestemd is op de huidige organisatievorm van de ambassade. Flexibiliteit lijkt bepaald geen dwingende eis van de opdrachtgever te zijn geweest en het is te hopen dat er niet al snel verbouwingen nodig zullen zijn om het gebouw aan veranderende eisen aan te passen.

Dat in het bouwproces van dit 35 miljoen euro kostende complex een vertraging van anderhalf jaar is opgelopen, wordt door de ambassade gezien als ‘bedrijfsrisico’. Het duurt even, maar dan heb je ook wat, is de gedachte. Nederland wil zich in zijn belangrijkste ambassade presenteren als een bijzonder land. En dat lijkt te lukken. Wim Henskens, de projectcoördinator van de ambassade, windt er geen doekjes om: ‘Dit wordt het meest bijzondere gebouw in Berlijn!’.