Feature —

Scanning, een beetje vreemd, maar wel lekker!

Jean-Paul Hitipeuw

Tot en met 1 juni loopt in de Whitney Museum in New York de tentoonstelling Scanning, the aberrant architectures of Diller + Scofidio, samengesteld door Aaron Betsky en Michael Hays. Het is de eerste grote retrospectieve tentoonstelling over het werk van het in New York gebaseerde duo. Scanning toont de kracht van Diller + Scofidio’s werk, waarin de relatie subject-object instabiel is. Scanning is daardoor confronterend en soms ongemakkelijk, maar desalniettemin intigrerend.

Diller + Scofidio zijn al jaren een invloedrijk koppel in de Verenigde Staten, niet alleen vanwege hun academische bijdragen op zowel Cooper Union als Princeton University, maar ook vanwege hun indrukwekkende oeuvre. Hun werk bestaat grotendeels uit multidisciplinaire projecten die architectuur, grafische- en podiumkunsten met elkaar verweven. In Europa hebben ze grotere bekendheid verworven met de realisatie van hun Blur-building in Yverdon-les-Bains, Zwitserland (2002).

In hun werk wordt op confronterende wijze de meestal onzichtbare kant van onze hedendaagse maatschappij blootgelegd en worden we bewust gemaakt van onze actieve relatie met een maatschappij die onze participatie, aanwezigheid en reactie verlangt. Hierin spelen surveillancecamera's, sensoren en andere technologische hulpmiddelen vaak een belangrijke rol, maar ook meer conventionele middelen, zoals huishoudelijke objecten.

Door middel van de speciaal voor de tentoonstelling opgezette installatie Mural tornen Diller + Scofidio bijvoorbeeld aan de wijze (de veronderstelde neutraliteit van de witte doos/wand) waarop hun werk tentoongesteld wordt. Deze installatie bestaat uit een robot, die vrij kan bewegen langs de wanden van de gehele expositieruimte en die op willekeurige plekken gaten boort. De wanden isoleren specifieke delen van het werk, maar door de doorboring van deze wanden, willen Diller + Scofidio de specifieke sequentie, die een bepaalde continuiteit oplegt, onderbreken en de 'kunstmatigheid' van het gehele retrospectief blootleggen.

Diller + Scofidio's werk bestaat slechts gedeeltelijk uit architectuur in de enge zin van het woord, wat duidelijk wordt in het feit dat 'slechts' eenderde van de tentoonstelling is gevuld met maquettes, tekeningen en computeranimaties van onder andere Slow House tot aan hun laatste ontwerpen voor het Eyebeam museum in New York en de ICA in Boston. Een aparte ruimte is gericht op de Blur Building. Hier is ook – in de vorm van Blur Building-memorabilia – meer de nadruk gelegd op de commerciële spin-offs van het project en op de iconografische impact van een architectuur zonder concrete substantie.

De rest van de tentoonstelling toont de veelzijdigheid van Diller + Scofidio, zoals in de ondertitel van de tentoonstelling al terecht de meervoudsvorm architectureS wordt gehanteerd, variërend van installaties, tot video art, choreografische producties en objecten. De tentoonstelling bevat zeer boeiende anthologieën van de video art en choreografische producties van Diller + Scofidio. Gelukkig toont de tentoonstelling ook uitgebreid hun bekende werken zoals Tourisms: suitCase studies en Bad Press.

Bad Press bekritiseert bijvoorbeeld de gestandaardiseerde techniek van strijken van het mannelijk overhemd, gebaseerd op efficiëntie in energie- en ruimtegebruik. De vouwen van een correct gestreken shirt zijn tekens geworden van correctheid, hygiëne en huishoudelijke gewoontes. De 'verkeerd gestreken' overhemden van Bad Press tonen verschillende configuraties van het mannelijk overhemd, vrij van esthetiek van efficiëntie en vrij van de ethiek van properheid. Bad Press wordt erg nadrukkelijk gepresenteerd op een levensgroot videoscherm bij binnenkomst van de tentoonstelling. Zowel de schaal van het scherm, als de getoonde video zelf hebben een specifiek effect op de bezoeker, die illustratief is voor het oeuvre van Diller + Scofidio, geruststellend en verontrustend tegelijkertijd (zoiets als het 'Rivella-effect': een beetje vreemd, maar wel lekker).

Wellicht de sterkste en meest illustratieve installatie van Scanning, is de Master/Slave-installatie. Dit is een display van een collectie speelgoed robots, die een route volgen over een 90 meter lange lopende band in een verlichte doos. Om de robots echt goed te kunnen bekijken, kan de bezoeker op een serie monitoren de rechtstreekse beelden volgen van kleine bewakingscamera's, die langs de route zijn geplaatst. Het meest intieme beeld komt van de röntgen-camera, die de interne structuur van de robots onthult. Naarmate de bezoeker zich meer identificeert met de robot, wordt de relatie subject-object steeds instabieler. Wie is de master en wie is de slave? Deze installatie roept vragen op over onze eigen maatschappij, waarin controle en veiligheid een steeds belangrijkere rol spelen.

Scanning toont ons duidelijk de fetisj van de instabiele relatie tussen object-subject, macht-onmacht, die we in onze controlemaatschappij tegelijkertijd comfortabel en oncomfortabel ondergaan, mede daardoor is de tentoonstelling zeer geslaagd als restrospectief op het werk van Diller + Scofidio. Zoals gezegd, Scanning in het Whitney is vaak een beetje vreemd, maar wel ontzettend lekker!