Feature —

De Grote Stad en de Metropool

Angelique Mergler

Voor veel Nederlanders heeft het woord stad een enigszins magische klank. Ik woon in een stad, dat betekent zoveel als ‘ik weet best wat er op de wereld te koop is’. Bij het woord metropool denkt de gemiddelde Nederlander al snel aan bebouwing tot waar het oog kan kijken, niet direct iets waar het ‘gezellig’ is of groen. Nederland heeft geen metropolen denken velen, ten onrechte meent Angelique Mergler.

In de actualiteitenrubriek Nova werd bij de verslaglegging over de oorlog in Irak verbaasd uitgeroepen dat Bagdad een 'immense stad is met 5 miljoen inwoners en een oppervlakte ter grootte van de provincie Utrecht!'. Deze constatering is niet waar. Bagdad is niet zozeer een grote stad als wel een metropool. Wij Nederlanders zijn gewend aan kleine, zelfs microscopisch kleine, steden vergeleken met de échte metropolen in de rest van de wereld. Ter vergelijking: Goes noemen wij met ca. 30.000 inwoners ook een stad. De omvang van Bagdad is niet uniek, Londen en Parijs gaan daar nog met gemak overheen. De agglomeratie Parijs telt zo'n 12 miljoen inwoners. De 7 miljoen van de Deltametropool, voorheen de Randstad, begint daar bij in de buurt te komen.

De Deltametropool staat ondertussen hoog op de agenda van beleidsmakers. De provincie Zuid-Holland, als onderdeel van deze metropool in ontwikkeling, is ook méér dan een verzameling losse en kleine steden. Tussen de afzonderlijke steden raakt het stedelijk leven steeds meer verweven. Een voorbeeld is de Now & Wow in Rotterdam. Als enig écht alternatief voor het Amsterdams uitgaansgeweld trekt/trok deze club niet alleen mensen uit Rotterdam maar ook uit omliggende steden. Ander voorbeeld: de stad Leiden heeft, volgens het telefoonboek, 120 restaurants en 17 musea en  Alphen, qua grootte toch enigszins vergelijkbaar, heeft 37 restaurants en géén musea. Blijkbaar gaan Alphenaren uit eten en brengen ze hun regenachtige zondagmiddag door in omrigende steden. Ook is het een feit dat veel universiteiten en hogescholen zich hebben gegroepeerd tussen de A4 en de spoorlijn Rotterdam-Amsterdam. Studenten wonen vaak niet meer in de stad van hun school, maar gebruiken de spoorlijn als een metrolijn, van huis naar de colleges en vice versa. En als je in Den Haag woont moet je voor gespecialiseerde medische behandelingen toch écht naar Rotterdam. Als laatste voorbeeld kan genoemd worden dat je je sinds kort als inwoner van Delft zonder problemen via de website van Woonnet Haaglanden in kan schrijven voor een woning in Zoetermeer, Den Haag en Rijswijk.

De Zuidvleugel van de Randstad functioneert dus als een netwerk waarbinnen de verschillende onderdelen elkaar aanvullen en versterken. Dit in tegenstelling tot de Noordvleugel waar Amsterdam, of eigenlijk alleen maar de binnenstad van Amsterdam, dominant is.

De specifieke kenmerken van de omgeving zijn steeds meer bepalend voor de keuze waar bedrijven en mensen zich vestigen. Elke plek in de Zuidvleugel kan daaraan een bijdrage leveren, omdat iedere plek zijn eigen mogelijkheden biedt die kunnen bijdragen aan de gewenste veelkleurigheid. Voor het bestaand stedelijk gebied betekent dit een doorgaande verandering. Dit gebied moet immers plaats bieden aan steeds wisselende gebruiksmogelijkheden. Wat nu 'hot' is hoeft dat over 5 jaar niet meer te zijn. Ook moeten deze gebruiksmogelijkheden niet overal in de netwerkstad hetzelfde zijn, anders valt deze uiteen in gelijkwaardige onderdelen en ontstaat nergens meerwaarde. Hier ligt dus een opgave. De vraag is waarin Den Haag verschilt van Rotterdam, en Leiden van Alphen. Het gaat erom hoe deze verschillen zodanig kunnen worden uitgebuit dat functies of doelgroepen kunnen worden gehuisvest die anders geen kans krijgen, en die tóch een meerwaarde voor de Zuidvleugel kunnen hebben. Hierbij gaat het zowel om de zogenoemde 'broedplaatsen', aan wat je de onderkant (of de voorkant!) van de markt zou kunnen noemen, als om mogelijkheden voor internationale bedrijvigheid, opleidingen en woningbouw.

Je zou dus kunnen zeggen dat in de Zuidvleugel een netwerkstad tot ontwikkeling komt. De signalen daarvoor zijn talrijk en op verschillende terreinen zichtbaar. Wie zijn ogen goed openhoudt ziet het al om zich heen gebeuren, en is misschien zelf al onderdeel van Het Netwerk. Ga je als Rotterdammer wel eens shoppen op donderdagavond in Den Haag, zodat je in de herkansing kan op de vrijdagavond in je eigen stad? Ga je als Dordtenaar naar Hoek van Holland of naar Scheveningen om op het strand te liggen? In een stad als Sydney is het heel gewoon om als inwoner van yuppenbuurt Paddington 40 minuten naar Bondi Beach te rijden, beiden voorsteden van dezelfde stad. Zou het met de inwoners van de Zuidvleugel ook ooit zover komen dat ze het gebied als één stedelijk gebied gaan beleven? Of is het allang zover en realiseren ze het zich nog niet ten volle? Allemaal vragen waarop in de komende tijd een antwoord zal (moeten) worden geformuleerd. De kansen liggen er, nu nog zien dat ze opgeraapt worden!