Recensie —

Natuur moet weer leuk worden

Remco Daalder

De natuurspecial van S & RO houdt een pleidooi voor mensgerichte natuur, voor leuke natuur. Dat is Remco Daalder als stadsecoloog uit het hart gegrepen. Oplossingen worden echter alleen aangetipt, nauwelijks uitgewerkt. Erg de diepte in gaat men niet. En dat is dan weer jammer.

Het tijdschrift Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening bracht als eerste nummer van 2003 een special uit over Natuur. Een dappere daad, want natuur is uit en niet zo’n klein beetje ook. Op geen enkel bestuurlijk niveau scoor je nog met aandacht voor natuur. Op Rijksniveau al helemaal niet.  Het eerste kabinet Balkenende gooide de plannen voor de verdere aankoop van natuurgebieden resoluut op de schroothoop. Zo komt er van een Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Nederland, natuurlijk niets meer terecht.

Dat is vooral de schuld van de ecologen en natuurbeschermers, schrijft Zef Hemel in S & RO. Die hebben zich dat speeltje van de EHS toegeëigend en zijn vanuit een ivoren toren aan de gang gegaan. Ze hadden het alleen over biodiversiteit en extinctie, waren blind voor de bredere culturele context van natuur en zorgden ervoor dat het natuurbeleid zich in een cocon ontwikkelde, onafhankelijk van andere sectoren en disciplines. Dat wekt irritatie. Planologen en landschapsarchitecten verloren de natuur uit het oog. Eind jaren negentig sloeg het enthousiasme over nieuwe natuur om in afkeer van de ‘ Vinex-natuur’ die overal in het land ontstond: kleine Oostvaardersplassen-imitaties, leuk voor dieren, veel minder leuk voor mensen.

De oplossing ligt voor de hand. Natuur moet weer leuk worden. Verschillende auteurs in S & RO wijzen op de noodzaak om de natuur te ontmythologiseren. De natuur moet weer van en voor de mensen worden, roept Andre van der Zande. En die kan het weten, want hij is directeur-generaal Natuurbeheer van het ministerie van LNV.  Niet meer praten over concepten, uitstervende soorten, biodiversiteit, we gaan het gewoon weer hebben over concrete natuurgebieden en dat het daar mooi en leuk is. We gaan  verbindingen maken tussen natuurbeleid en cultuurbeleid, ruimtelijke ordening, landschapsbeleid, toerisme. We zien natuur niet meer als heilig doel maar als middel, een middel ter verhoging van de ruimtelijke kwaliteit van het landschap.  Dat lijkt me een realistische aanpak waarmee de natuur weer een voet tussen de deur kan krijgen.

En we gaan met die natuur naar de stad, want daar wonen de mensen. We brengen de natuur tot aan hun voordeur. Staatsbosbeheerder Michiel Firet wil maar al te graag. Transformeer de rommelige groene tussenruimtes naar stadslandschappen die aansluiten bij de wensen van de bewoners, schrijft hij, en voor mij heeft hij gelijk. Denk aan het Groene Hart. Daar zitten mooie stukken in, natuurlijk, maar ook hele saaie. Intensief gebruikte weilanden, bedrijventerreintje hier en daar. Of van die eindeloze, veel te overzichtelijke heidevelden. Trouwens, al die weilanden rond bijvoorbeeld Amsterdam zijn ook niet allemaal even boeiend, bereikbaar en toegankelijk. De Amsterdamse Hengelsportvereniging kwam jaren geleden met het plan om een van die weilanden om te vormen tot een natte polder met wateren van allerlei grootte, een Snoekpolder, een paradijs voor sportvissers. Daar zou Firet zich wel in kunnen vinden. Het plan ligt nog op de plank, geldgebrek, natuur is uit.

Firet constateert dat het maken van stadslandschappen een regio-opgave is. Hij pleit voor creatieve coalities tussen overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties. Wie het voortouw daarbij moet nemen is onduidelijk. Het Rijk bemoeit zich voorlopig niet meer met de ruimtelijke ordening, de provincies willen wel maar kunnen niet door gebrek aan mankracht en geld. Bram Vreugdenhil meldt vanaf de Veluwe dat daar alle betrokken partijen een intentieverklaring hebben getekend om de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verhogen. Maar de Randstad is wel even iets anders als de Veluwe. En een intentieverklaring betekent nog niet dat er werkelijk iets gaat gebeuren.

Dan staan er nog een paar artikelen in S & RO die niet zijn geschreven vanuit de zienswijze dat we natuur weer leuk moeten maken. Ze behandelen de natuur als een probleem (lastige beestjes zorgen voor vertragingen in bouwprojecten) of ze zien natuurontwikkeling als een Heilig Moeten

(Biodiversiteit, uitstervende soorten, de wereld vergaat enzovoort). Merkwaardig dat een redactie die zich sterk maakt voor een ander, mensgericht natuurbeeld artikelen uitkiest die getuigen van een natuurgericht natuurbeeld.

In de natuurspecial van S & RO worden de juiste vragen gesteld. Het pleidooi voor mensgerichte natuur, voor leuke natuur, is mij als stadsecoloog uit het hart gegrepen. Oplossingen worden echter alleen aangetipt, nauwelijks uitgewerkt. Erg de diepte in gaat men niet. De special blijft steken in dappere statements zonder vervolg. Op de Biënnale van Rotterdam zal ook aandacht zijn voor natuur. Stedenbouwkundigen, ecologen en landschapsarchitecten zullen daar gaan debatteren en komen hopelijk wat verder dan het wat vrijblijvende gebabbel in S & RO.