Feature —

Schouten binnenstebuiten

Piet Vollaard

Zoals zoveel kerken die bij gebrek aan bezoekers overtollig zijn geworden, leek de fraaie Ludgerkerk in Lichtenvoorde van architect Gerard Schouten rijp voor de sloop of – nog erger – voor een nieuw leven als autoshowroom. Dankzij een ingenieus ‘reddingsontwerp’ van Atelier PRO, waarbij het ontwerp binnenstebuiten wordt gekeerd, hoeft het zover niet te komen.

Gerard Schouten (1924-2000) is een minder bekende exponent van de architectuur uit de jaren zestig die door te bouwen bewust streefde naar het tot stand brengen van een nieuwe, open samenleving. Het bekendst is hij geworden met zijn – later veelvuldig en meestal slechter nagebouwde – piramidewoningen. Het meest kenmerkend voor zijn houding is echter zijn in 1963 gebouwde eigen 'woonhuis' (eigenlijk meer een veredelde strandjutterhut, gebouwd met aangespoeld hout) op Vlieland. Maar zijn mooiste ontwerp is de Ludgerkerk in Lichtenvoorde (1965-1969).

Het ontwerp is volgens Schouten gebaseerd op de 'geloofsbelijdenis' van een Vlielander: 'De duinpan is mijn kerk'. Dit leek hem een goed uitgangspunt voor een kerk die met een bescheiden budget gebouwd moest worden. Het zou een 'open plek in de natuur waar mensen samen komen' worden. Het liefst had Schouten het dak van de kerk weggelaten en geen kerkbanken geplaatst, de mensen zouden hun eigen kapstoeltje mee kunnen nemen. Graag had hij de vogels door de kerk zien vliegen, of tenminste het regenwater door een gat in het dak op de doopvont laten druppelen. Dit 'logische verband met de schepping, dus met God' dat Schouten in zijn ontwerp wilde leggen is in de door hem bedoelde letterlijke zin niet uitgevoerd. Wat wel gebouwd is komt echter dicht bij zijn ideaal.

De kerk – een eenvoudige rechthoekige doos – bevindt zich in het midden van een ommuurde tuin. Deze tuin is ontsloten door lage poorten en is begroeid met oude bomen. De eiken wanden van de kerk zijn grotendeels gesloten, afgezien van een twee meter hoge glazen strook tussen vloer en wand. Door deze glasstrook is het visuele contact met de stille tuin rondom de kerkruimte optimaal, maar begrensd door de begroeide tuinmuur. Het dak bestaat uit een lichte staalconstructie met een rieten dakbedekking en is voorzien van lichtkoepels. Het enige 'bouwwerk' in deze open binnen-buitenruimte is een bakstenen sacristie, die als een vrijstaand blokje in de open ruimte is geplaatst. De bouwkosten van deze 'demontabele' kerk bedroegen 350.000 gulden. Het was daarmee de goedkoopste katholieke kerk van de jaren '60 en '70. Kenmerkend voor Schouten is het pas veel later bekend geworden feit dat hij van zijn honorarium een Columbiaanse student in den Haag liet studeren.

Atelier PRO: verbouwing Ludgerkerk tot woningen Ludgerhof (2003)
(klikvergr.)

Ook mooie kerken raken leeg. Twee jaar lang werd er zonder resultaat gezocht naar een passende nieuwe functie. Uiteindelijk besloot het kerkbestuur de kerk te verkopen. Op het laatste moment werd uiteindelijk toch een slimme oplossing bedacht. Hans van Beek (Atelier PRO) kende de kerk al langer en zag dat deze te koop stond. Om te voorkomen dat de prachtige ruimte vernacheld zou worden door de zoveelste autoshowroom of supermarkt, ontwierp hij een binnenstebuiten gekeerd woningbouwplan. Het dak van de kerkruimte die Schouten zo graag geheel open had gezien wordt in dit plan inderdaad verwijderd. De kerkruimte wordt zo een besloten binnenplein. De twee lange zijden van de tuin worden bebouwd met smalle woningen, die alternerend bestaan uit een min of meer gesloten woning in drie lagen en een hoge serre. De woningen zijn dankzij de uitbouwmogelijkheden in de serre en door de toepassing van demontabele en aanpasbare IFD-vloeren flexibel en aanpasbaar te bewonen.

De eikenhouten wand van de kerk blijft bestaan, maar de oorspronkelijke binnenzijde wordt nu de buitenwand van de woonstrook (en binnenwand van het plein). Ook de twee meter hoge glaswand blijft gehandhaafd zodat het oorspronkelijke zicht vanaf het binnenplein naar de tuinmuur – nu voor een deel via de serres – aanwezig blijft. De sacristie blijft hoogstwaarschijnlijk eveneens behouden als vrijstaand gebouwtje met een algemeen maatschappelijke functie.

Het slimme van deze opzet is dat de oorspronkelijke architectonische ruimte(beleving) en een aantal belangrijke onderdelen van het oorspronkelijke ontwerp – de tuinmuur, de besloten binnenruimte -waar de vogels nu wel kunnen vliegen, de tuin (aan de korte zijden van het complex met de bestaande bomen) en de sacristie – behouden blijven, terwijl er toch sprake is van een vrij drastische verandering. Bovendien blijft 'de geest' van Schouten bij deze nieuwe ontwikkeling betrokken. Na zijn dood in 2000 liet hij namelijk een stichting 'Heelweg' na, met als doel het bevorderen van bijzondere woningbouwinitiatieven, waarbij collectiviteit een belangrijke rol speelt. Deze stichting wordt bij het nieuwbouwplan betrokken.

Inmiddels is de noodzakelijke bestemmingsplanwijziging goedgekeurd, is de kerk aangekocht en het plan overgenomen door een bouwcombinatie, begint de verkoop van de woningen deze week en lijkt niets een nieuw leven voor Schoutens mooiste ontwerp meer in de weg te staan.