Feature —

De Prins Clausbrug Utrecht – preview

Erik Stekelenburg

Als een vlam meters boven de pijp van een olieraffinaderij torent de top van de pyloon boven het brugdek. De rest van de licht blauwgrijze pyloon valt geheel weg in de betrekkende lucht van de vallende avond. Wat Ben van Berkel eerder die avond omschreef als “de verschillende ervaringsmomenten van de brug” wordt zo perfect geïllustreerd.

Donderdagavond 1 mei organiseerde architectuurcentrum Aorta een lezing over, en excursie naar Utrechts nieuwste brug die half juni officieel wordt geopend. De brug verbindt Utrecht ter hoogte van verkeersplein Oudenrijn, met haar nieuwe stadsdeel Leidsche Rijn, in het bijzonder de naoorlogse wijk Kanaleneiland met Utrechts nieuwste kantoren- en bedrijvenlocatie Papendorp.

Het is een ontwerp van UN Studio samen met DHV Milieu en Infrastructuur en Halcrow. De opdracht werd verkregen door het winnen van een prijsvraag in 1998 die de gemeente Utrecht had uitgeschreven voor een 'goed ingepast landmark voor de stad Utrecht en Leidsche Rijn'. Het moest een stadsbrug worden; een brug waar men prettig en veilig overheen en onderdoor gaat.

Ben van Berkel begon zijn lezing met te onderstrepen dat zijn bureau het ontwerp niet alleen heeft verzorgd en benadrukte de bijzondere manier van aanbesteding ('Design and Construct') waarin de aannemer de vrijheid heeft om binnen geometrische randvoorwaarden delen te ontwerpen. Deze vrijheid moet ten goede komen aan de dialoog en de aandacht die de aannemer aan de brug besteedt. De detaillering van de verbinding van de leuning aan het wegdek is het meest opvallende onderdeel dat de aannemer heeft ontworpen.

Van belang voor het ontwerp noemde Van Berkel de breedte van het kanaal, de nabijheid van de andere bruggen over kanaal, het Amsterdam-Rijnkanaal als een van de grootste stedenbouwkundige plannen en de modernistische wijk Kanaleneiland waarvan hij de bouw als opgroeiend kind heeft meegemaakt. De vrije overspanning, tussen pyloon en pijlers, is 150 meter, de afstand tussen de landhoofden 300 meter, de vaarhoogte 9 meter, de brug is 37 meter breed en de tuien variëren in dikte van 160 tot 315 mm. Het wegdek is verdeeld in een HOV-baan en een baan voor gemotoriseerd verkeer binnen de tuien daar buiten bevindt zich een fietspad en voetgangersstrook. In de 'middenberm' bevindt zich de 91,4 meter hoge pyloon. De tuien zijn spiraalvormig omwikkeld met een draad zodat het regenwater versneld wordt afgevoerd. Voor het geval de tuien toch gaan zwabberen zijn er voorzieningen getroffen om in een later stadium eenvoudig extra voorzieningen te kunnen plaatsen. De bouwkosten van de brug bedragen 24,5 miljoen euro.

Dat de brug naar Prins Claus is vernoemd verwondert niet. De symboliek: de toekomst slaat een brug naar het verleden, west slaat een brug naar oost, werken een brug naar wonen en rijk slaat een brug naar arm. Er is geprobeerd om de brug op veel manieren ervaarbaar te maken door middel van licht en verdraaiing. De tuibrug met een pyloon oogt bescheiden, simpel, symmetrisch en eenduidig, maar dat is allerminst het geval.

Het hoogteverschil tussen het wegdek en de fiets/voetgangersstrook varieert. In het begin zakt de autorijbaan tot meer dan drie meter onder de strook voor het langzaam verkeer, om halverwege de brug er bovenuit te steken. Een deel van de ruimte tussen die weggedeelten is vormgegeven als een torderende 'berm' van metalen panelen. De weg zelf slingert zich ook nog eens in horizontale richting naar het midden van de brug zodat de pyloon navenant door het beeld heen en weer schuift. En dan zijn er natuurlijk de tuien die licht torsend als een net om de pyloon draaien. Buiten het gebied van de tuien, als je de brug oversteekt op het fiets- of voetpad wordt hierdoor een moiré-effect zichtbaar.

De vier meter brede opening in de lengterichting van de brug zorgt ervoor dat het onder de brug per definitie niet onaangenaam is. Het wegdek is heel dun 'dun als water' vormgegeven. Het belangrijkste spel met het licht wordt gespeeld door de pyloon. Door zijn plastische vorm en licht blauwgrijze kleur -een tint donkerder dan die van de Erasmusbrug- lossen geregeld hele delen van het aanzicht op in de lucht. De pyloon verschijnt afhankelijk van de positie van de kijker, het moment van de dag en de weersgesteldheid. 's Nachts wordt de brug vanuit de flanken aangelicht.

Rondom de brug is het goed toeven. Een brede, licht uitwaaierende en zeer luie trap maakt het bij de landhoofden voor voetgangers en fietsen mogelijk het brugdek voortijdig richting kanaaloever te verlaten. De trap is een ideale tribune en zeker voor skaters en fietsers een uitdaging. Daarnaast is de inwendige hoek tussen de onderkant van het brugdek en het maaiveld ook nog eens vormgegeven als een halfpipe. De brug en omgeving is als verblijfsruimte zeer geslaagd en zal als zodanig zeker intensief worden gebruikt.