Feature —

Jeff Kipnis in het Berlage

Lara Schrijver

Met Monty Python’s ‘Life of Brian’ en een zwerm vogels illustreerde Jeff Kipnis zijn verhaal over gelijkenis en verschil. Dinsdag 13 mei gaf hij een lezing aan het Berlage Instituut, Lara Schrijver doet verslag.

Alejandro Zaera-Polo, hoofd van het Berlage en voormalige student van Kipnis, sprak over het belang van zijn kritische werk voor een hele generatie architecten. Hiermee doelde hij met name op de ‘blobbende’ architecten, wat bevestigd werd door de aanwezigheid van onder andere Ben van Berkel, ook ooit student van Kipnis. Na de uitwisseling van wat ‘in-crowd’ aardigheden en privé-grappen begon Kipnis zijn lezing met het rechtzetten van zijn positie als opperhoofd theorie voor een hele groep blob-architecten. Kipnis’ eigen beschouwingen over Libeskind, Eisenman en van Bunschoten hebben hem inderdaad in de lijn van het late deconstructivisme en vroege blob-architectuur gezet, waarbij zijn werk snel en gemakkelijk werd gebruikt (of misbruikt) om de lossere vormen van deze architectuur te rechtvaardigen.

Als introductie van de probleemstelling van de avond werd een klein stukje Life of Brian van Monty Python gedraaid. Het videofragment toonde hoe hoofdpersoon Brian een menigte toespreekt vanaf het balkon: ‘You’re all individuals!’, de menigte antwoord: ‘Yes, we’re all individuals!’, Brian: ‘You’re all different!’, menigte: ‘Yes, we’re all different!’, enkele stem: ‘I’m not’. Met dit stukje video gaf Kipnis een heldere en elegante inleiding aan het centrale onderwerp van zijn lezing: gelijkenis en verschil. De laatste jaren zijn vooral bepaald door theorieën over individualiteit en verschil, via het denken van onder andere Derrida en Deleuze. Volgens Kipnis is het belangrijkste probleem dat wij allerlei noties van verschil hebben getheoretiseerd, maar nooit de noties over gelijkenis. Dit geheel, van gelijkenis én verschil, kunnen we opvatten als een ‘field of modulation’, van topologie.

Met de introductie van de plooi van Deleuze in de architectuur is er een verschuiving opgetreden van effecten van betekenis (significatie) naar effecten van ‘performance’ (de gebeurtenis). Deze concepten zijn in de laatste jaren op een soms pijnlijk letterlijke manier vertaald in de architectuur door bureaus zoals UN Studio, NOX architecten en Greg Lynn. Deze uiterst simpele vertaling van idee naar beeld is echter niet de manier om theorieën over verschil en de complexiteit van de hedendaagse samenleving in de architectuur te verwerken, maakte Kipnis duidelijk. Het ging hem er niet om het zoveelste hippe architectentrucje te laten zien, maar om te bespreken wat deze noties te maken hebben met de wereld in het algemeen.

Het basisbegrip in dit verband is complexiteit, dat samenhangt met het begrip ‘emergence’. Het draait hier vooral om onvoorspelbaarheid, die niet voortkomt uit inherente karakteristieken, maar juist uit de scheppende voorwaarden. De grensconditie van het systeem verandert ook het gedrag van de onderdelen: het principe van een ‘self-organizing system’.

Volgens Kipnis wordt de Nederlandse architectuur (hij gebruikt zowel OMA als MVRDV als voorbeeld) gestuurd door de drang naar evenwicht, terwijl het nu belangrijker is om te zoeken naar de productieve vorm van ‘uit evenwicht’. Want, in de woorden van Kipnis: ‘een gelijkmatige verdeling van middelen resulteert in een productiviteit van nul’.

De belangrijke vraag is uiteindelijk: wat is het belang voor de architectuur? Om dit te illustreren toonde Kipnis het mooiste stukje video van de avond, waarin vogels te zien waren die met het vallen van de avond langzaam van individueel gedrag over gingen in een coherent maar complex systeem. Dit resulteerde uiteindelijk in een prachtige wolk van beweging met scherp afgebakende randen, waarin de individuele vogels bijna niet meer te onderscheiden waren van het geheel. Deze wolken vogels zijn de directe illustratie van Kipnis’ verhaal over emergence en complexe systemen.

Natuurlijk kleven er ook risico’s aan dit soort verhalen – precies daarom moeten we er heel goed en kritisch naar luisteren. De vraag naar ethiek is niet zo heel ver gezocht, vooral niet omdat er duidelijke parallellen bestaan tussen de modernistische interpretatie van de wereld als een mechanisch systeem, en deze organische versie van de wereld als een complex geheel. Het is belangrijk dat de invloed van een enkel element niet wordt ontkend, maar ook niet dat een groter systeem per definitie geaccepteerd wordt omdat het voortvloeit uit losse elementen zonder het systeem an sich te bekritiseren. Het samensmeden van deze ideeën tot een complex, genuanceerd en vooral onvoorspelbaar geheel, belooft wel wat moois voor de theorievorming in de architectuur in de komende jaren.