Recensie —

MÀ-SSA

Pieter-Louis Bootsman

In de ruimte van ABC Architectuurcentrum in Haarlem is door TANGRAM Architecten uit Amsterdam een ‘labyrintische’ tentoonstelling geïnstalleerd. Het Japanse begrip MÀ wordt hierin verbonden met zeven recente architectuurprojecten. Pieter-Louis Bootsman ging kijken en vertelt.

De projecten van Tangram Architecten worden gepresenteerd als 'Zeven installaties, gebaseerd op een reeks experimenten, waarin de samenhang tussen gebouw en leegte op diverse manieren is verkend.' MÀ betekent in het Japans zoveel als de betekenisvolle lege ruimte. In de Japanse bouwwereld is MÀ een algemeen geaccepteerd begrip. MÀ is niet zomaar een restruimte, MÀ is een ontworpen leegte, een compositorisch onderdeel van het geheel. Tangram komt als vervolg hierop met MÀ-SSA: 'een betekenisvolle bebouwde omgeving met grote ruimtelijke kwaliteit.'

Beeldend kunstenaar John Blake, die aan het woord komt in de catalogus bij de tentoonstelling, citeert uit Arata Isozaki's essay MÀ, Space-Time in Japan: 'MÀ does not describe the Western recognition of time and space as different serializations. Rather, in Japan, both time and space have been measured in terms of intervals.'

Met andere woorden MÀ is een zeer cultuurbepaald begrip, dat indien vertaald, in het Westen niet (automatisch) een zelfde lading kan hebben. Ditzelfde geldt voor het woord 'betekenisvol', wat in dit geval uitgelegd wordt als iets dat te maken heeft met emotie en identificatie. Die moeten worden opgeroepen bij de creatie van betekenisvolle bouwwerken en een betekenisvolle, herkenbare en voelbare ruimte tussen de gebouwen.

MÀ is hier dus als inspiratie gebruikt, gekoppeld aan zeven begrippen die de zeven besproken projecten begeleiden: 'spanningsvolle toenadering' voor het project 'Arena' in Hilversum, 'confronterend tot op de grens' voor het Stationsgebied Zuid, 'verbinding versus scheiding' voor het complex Lieven de Key, 'overgang en zonering' voor blok 29 in IJburg, 'kortstondige omvatting' voor de Osdorpse 'Dukaat', 'ruimtelijke continuïteit' bij het project 'De Kamp' in Buitenveldert en tenslotte 'uitdrukkelijke doorsnijding' voor het woonproject 'Vondellaan' in Utrecht.

In deze projecten is getracht leegte als expressiemiddel te gebruiken in gebieden van hoge dichtheid. Oplossing voor interessante, maar met name leefbare architectuur en stedenbouw in het dichtbevolkte, vergrijzende en ruimtebehoevende Nederland is het ontwerpen met contrast. Contrast door gebruikmaking van de kracht die – om met Isozaki te spreken – het interval tussen twee momenten in ruimte en tijd kan hebben. Tangram vergelijkt dit met een 'intense' pauze tussen twee muzieknoten of de dramatische stilte tussen twee woorden van een acteur. Hoe hoger de dichtheid des te sterker is de interferentie tussen ruimte en materie, tussen bebouwd en niet bebouwd op – zoals Tangram het noemt – het diffuse grensvlak van architectuur en stedenbouw.

De tentoonstelling is een ruimtelijke installatie van mdf in de kleuren zilver, rood en goud. De maquettes zijn bijna abstract te noemen en proberen een relatie met de menselijke schaal van de labyrintische op en neergaande gangen in de tentoonstelling aan te gaan. Zeker in de eerste meters is geprobeerd de wisselwerking tussen MÀ en massa te tonen: De complementerende vormen van Tangrams gebouwen voor het Arenapark in Hilversum zijn hier verschaald, zodat je nog directer de wisselwerking tussen ruimte en massa ervaart. Aangezien de bezoeker nog maar net tussen deze 'doorgang met overhangende bouwmassa's heen past is hier meer sprake van een wisselwerking tussen menselijk lichaam en massa, waardoor het contrast tussen de dichtbebouwdheid en het niet bebouwde (de leegte, de ruimte, het vacuüm, …) gevoeld wordt als soort ruimtelijke emotie. Enkele meters verder hangt de bijbehorende maquette van een 'handzamer' formaat.

Zes andere projecten worden op vergelijkbare wijze op ooghoogte getoond: bijvoorbeeld een maquette tegen een gouden wand, abstract, in één kleur en in één materiaal. In contrast met de kleurige en verfijnde tekeningen die alleen zichtbaar zijn op beeldschermen die in de wanden gemonteerd zijn en waarvan de beelden begeleid worden met muziek.

De catalogus toont reproducties van expressieve aquarellen naast foto's van de reeds gerealiseerde projecten welke de genoemde concepten verduidelijken. Net als op de tentoonstelling is bij de gerealiseerde gebouwen op een vrij consequente manier is gebruik gemaakt van kleuren. Bij het kantorenpark Arena in Hilversum is bijvoorbeeld bruinrood gebruikt voor de gevels die als de binnenkant van het -doorsneden en uit elkaar getrokken- bouwvolume gezien kan worden, en een soort goudkleur voor de 'buitenkant'.  In de foto's en aquarellen manifesteert het blauw van de lucht zich als een heldere kleurcompositie, deel uitmakend van het ontwerp.

De teksten van Tangram zijn voor de opgeleide ruimtelijk ontwerper niet meer dan de invoering van een term voor iets waar architectuur en stedenbouw grotendeels over gaat: het ontwerpen van ruimten, voor hen zijn de bijdragen van Robbert Roos en John Blake het interessants om te lezen. De referenties naar kunstwerken uit de jaren 60 en 70 roepen het gevoel op dat het tijd is om afscheid te nemen van de relatie oog-beeld (het kijken naar iets – een blob – waardoor de behoefte ontstaat iets te willen aanraken) en aandacht te geven aan de relatie lichaam-ruimte, wat een gevoel van tijd en beweging met zich meebrengt.