Feature —

Star Speaker Festival, part 1: Zaha Hadid en Winy Maas

Bert de Muynck

Wat donderdag in de Kunsthal beloofde een avondvullend architectuurspektakel te worden rond architectuur en mobiliteit, draaide uit op een weinig belovende testrit. Nochtans beloofde de line-up veel goeds. Een verslag van Bert de Muynck.

Zaha Hadid, Dommique Perrault en Massimiliano Fuksas hadden toegezegd om deze Biënnale met hun visie op mobiliteit af te trappen. Ter plaatse bleek Fuksas thuis te zijn gebleven en Perrault ook niet op te komen dagen omdat hij zijn voet had gebroken. Zaha Hadid was er wel, die had de vorige dag nog een lezing gegeven op het Berlage Instituut en was dus in town, de rest werd vervangen door een discussie en Winy ‘what if’ Maas.

De eerste avond diende ‘als een kick-off, een startschot voor de gehele biënnale’. In de kunsthal bleek hoe improvisatorisch en wankel de organisatie deze avond in elkaar had geflanst. De ticketverkoop werd gehouden aan een tafeltje net naast de deur. In plaats van Domminique Perrault werd ter elfder ure een door niemand gevraagde discussie aangekondigd tussen Zaha Hadid, Hani Rashid, Odile Decq, Francine Houben en Kristin Feirreis en werd van het publiek na elke lezing verwacht dat ze doodleuk het auditorium zouden verlaten om er een kwartier later weer naar binnen te gaan. Mobiliteit, grapte iemand, is een totaal overbodig doorbreken van de stilstand. Maar viel er op inhoudelijk vlak iets te leren over de relatie tussen architectuur en mobiliteit?

Zaha Hadid

Als eerste was er Zaha Hadid, aangekondigd als ‘Zaha is a phenomena‘, die het thema mobiliteit persoonlijk mocht invullen. Meteen pareerde Hadid voorgaande opmerking met ‘I am not a singer, I am showing visuals‘. En visuals zoefden in een snel tempo voorbij. In anderhalf uur tijd kregen we een round-up van het werk dat haar bureau de voorbije jaren afleverde. Ditmaal geen deconstructivistische en suprematistische hoogstandjes, maar architectuur mogelijk gemaakt doordat haar bureau eind jaren negentig plots boomde van 10 tot 70 werknemers. De presentatie van Hadid was ad random, fragmentarisch, projecten doemden uit het niets op, leken geen enkel programma te hebben (los van musea), aan geen enkele randvoorwaarden onderworpen en conceptuele aanzetten werden niet gegeven.

Nu moet toegegeven worden dat dat bij Hadid nooit anders was en dat ook haar charme is. Dan maar het thema. De enige vorm van mobiliteit waar Zaha Hadid over sprak was die van het gordijn, de voorbij drijvende wolken en de zon waardoor het ‘room with a view’-concept een tenenkrullende invulling kreeg. Dan maar opnieuw het werk. Nu ze frequent bouwt, focust haar werk op de nauwe relatie tussen structuur en ruimtelijkheid. Dit leidt in ontwerp naar een terugkeer van het beste van Niemeyer en Rinaldi. ‘Inhabiting structures’ en ‘Waffel structures’ bleken dan ook de (de)constructieve toverwoorden te zijn om haar uitdijende ruimtes in Cincinnati, Singapore, Barcelona en Leipzig vorm te geven. De gestileerde visuals – hier en daar overbelicht – appelleerden door hun suggestie van continue ruimtelijke flow aan de idee van dynamiek, maar na anderhalf uur durend precisiebombardement aan beelden was voor niemand duidelijk wat Zaha zelf over mobiliteit dacht. Dan maar het auditorium verlaten om een kwartier later ergens anders plaats te nemen voor de discussie.

Terwijl iedereen door de cafetaria zich een weg baande naar het auditorium, werd doodleuk aangekondigd dat de improvisatorische discussie niet doorging. En dat op professionele wijze, eerst als een gerucht aan de deur van het auditorium en daarna van boven op een stoel in het cafetaria. Hup, mobiliteit. Kaartjes wisselen, file, geld terugkrijgen, wachten, biertje drinken, file, wachten. Hup mobiliteit. Francine Houben kon deze mobiele performance niet professioneler georchestreerd hebben.

Om even na tienen mocht Winy Maas (MVRDV) dan ook over mobiliteit spreken. Nu zijn ster tanende is (iemand sprak in de wandelgangen over ‘Mega Vaporous Research and Design Vaudevilles’) kregen we eindelijk de roots van Maas te zien. Zijn betoog – over (im)mobility – was opgehangen aan de dingen waarover hij droomde, City Containers, functionmixers en regionmakers in Rotterdam, Catalonie, Eindhoven en Duisburg. Allen bedacht binnen een immens hypothetisch computergestuurd universum werden begrippen als ‘diversity’, ‘mechanics’, ‘proximity’ en ‘what if … then … or … what if…’ kwistig over het publiek uitgestrooid. Gekend werk dat steunt op het extrapoleren van een aantal Berlage studenten, het achterwege laten van iedere ideologie en het debiteren van een retoriek van een Koolhaas op prozac, genre ‘Mexico could be everywhere’ en ‘because it is neglected, it starts to flourish’. Maar Winy Maas had het ook over de ‘mobility beyond the cosmetic’ waardoor hij infrastructuur inzette als middel om de architecturale schoonheid te behouden. De ‘cosmetic’ van Maas bleek dan ook een conceptueel laagje boven op weinig geïnspireerde ontwerpen waarvan de meeste niet baanbrekend maar wel gedegen waren. Zo zet een recentelijk stedenbouwkundig project in Oegstgeest de idee van wegen en parkeren op daken weer op het voorplan waarbinnen MVRDV een onderzoek doet naar de esthetische, ruimtelijke en organisatorische meerwaarde daarvan. Ontwerpmatig overtuigend, maar vooral omdat alles daarvoor getuigde van een genante intellectuele krampachtigheid om het gebruik van data als hypothetische ‘infra makers’ te verantwoorden. ‘Oegstgeest’ is dat waar MVRDV groot mee geworden is en ook de schaal die ze het best beheerst, zie de WOZOCO en hun dubbel woonhuis in Utrecht. ‘Oegstgeest’ getuigt van een weten, geen visie, hoe infrastructuur, mobiliteit en wonen verweven kunnen worden op een ruimtelijk aantrekkelijke wijze. Misschien de noodzakelijk nieuwe start voor een bureau dat zich meer dan een half decennium in een doolhof aan data heeft verschanst en zich constant verloren reed in doodlopende straatjes.

De conclusie van de eerste avond van het ‘Star Speaker Festival’ in de kunsthal is snel te maken. Over architectuur en mobiliteit werden we weinig wijzer, visies bleven achterwege en de ontwerpen zelf refereerden met moeite aan de thematiek. In het geval van Hadid was er de suggestie dat mobiliteit dynamica van personen en ruimte betekende, in het geval van Maas waren het pogingen om zijn muizenissen te verantwoorden. Als inhoudelijk startschot voor de Biënnale bleek deze eerste avond in de Kunsthal een complete losse flodder en, door de ondermaatse organisatie, inhoudelijk teleurstellend. Francine Houbens ‘room with a view’ is een donkere kamer met een raam uit spiegelglas. De vraag blijft of andere ‘Star Speakers’ er de volgende dagen uit konden ontsnappen. To be continued… vroem vroem