Feature —

Tokyo Tuin

Redactie

De grootste technische universiteit van Japan, Tokyo Institute of Technology -TIT-, schreef eind vorig jaar een competitie uit voor het inrichten van de centrale binnenplaats van het universitair hoofdgebouw. Deze competitie werd gewonnen door twee Nederlandse architecten, Jarrik Ouburg en Mark Veldman.

De beide ontwerpers zijn dankzij een beurs van de Japanse overheid voor anderhalf jaar als research-student aan Tokyo Institute of Technology verbonden. Met de eind mei  geopende tuin laten zij een lichtvoetig, maar nadrukkelijk spoor na van hun tijdelijke verblijf. De competitie vroeg eigenlijk om een paviljoen of ontmoetingsruimte in de centrale binnenplaats, in een poging het campusleven van TIT te verbeteren. In plaats van een architectonisch object kozen de ontwerpers echter voor een ruimtelijke interventie die zich beweegt op het grensvlak van architectuur, tuinarchitectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Volgens de ontwerpers is een dergelijke opzet in Japan echter niet gebruikelijk, ook al is Japan bekend om zijn prachtige traditionele tuinen. In de Japanse steden wordt in hun ervaring weinig aandacht besteed aan het ontwerpen van de openbare ruimte en heeft de hedendaagse landschapsarchitectuur niet de status zoals wij die op dit moment kennen in Nederland. Daarbij wordt de Japanse openbare ruimte gedomineerd door regulaties op het gebied van de veiligheid en het vloeiend afhandelen van verschillende verkeersstromen.

Gezien de foto's van de opgeleverde tuin, hebben de ontwerpers de kennelijk Europese traditie van het creëren van plaatsen voor ontmoeting in de openbare ruimte, trefzeker weten te combineren met een gevoel voor Japanse gelaagdheid en transparantie en precisie in de detaillering.

Plantoelichting:

De inrichting van de binnenplaats bestaat in hoofdzaak uit twee semi-transparante gordijnen met een lengte van totaal 90m. De gordijnen hangen aan een gekromde rails die om en door de bestaande beplanting is geplaatst. In combinatie met drie ronde banken -diameter 6m- vormen ze een ruimtelijke interventie in de rechthoekige (neo-) klassieke binnenplaats. Middels minimale middelen is een maximaal ruimtelijk effect ontstaan waarbij de symmetrische courtyard is getransformeerd tot een plek waar geen enkele ruimte identiek is.

Naast de ruimtelijke interventie is de flexibiliteit in gebruik en vorm een belangrijke kwaliteit van het plan. De gordijnen kunnen volledig geopend worden voor grote openbare aangelegenheden waarbij een vrije doorgang is vereist, en volledig gesloten worden waardoor er  half-omsloten ruimten voor informele ontmoetingen ontstaan. Het gebruikte gordijnmateriaal is wit nylon stretchnet met een maaswijdte van 10x10mm. Door de mate van transparantie ontstaat er een gelaagd ruimtelijk effect. De banken zijn voorzien van een lichtgevende deklaag, waardoor de ronde vorm wordt benadrukt en ze blijven oplichten in een schemersituatie. Het budget voor het project betrof ongeveer 40.000 euro.