Feature —

Groeiende gebouwen

Lotte Haagsma

De jaren zestig en zeventig, tijdenlang verdrongen als ofwel naïef in hun utopisch optimisme ofwel lomp en lelijk in zijn alledaagsheid, staan sinds enige tijd opnieuw in de belangstelling in de architectuur. Dit en de huidige aandacht voor tijdelijke en flexibele architectuur waren voor Stroom in Den Haag aanleiding voor een tentoonstelling over het werk van de Amerikaanse architect John M. Johansen (NY 1916).

Een wonderschone, dromerige projectie op de zij- en achterwand van de expositieruimte van Stroom toont het werk van Johansen. Het ontwerpersduo COMA (Cornelia Blatter/Marcel Hermans, NY/A’dam) ontwierp deze beeldchoreografie van in elkaar overvloeiende opnamen van de maquettes van Johansen. Door deze haast psychedelische te noemen manier van presenteren wordt de nadruk gelegd op het visionaire aspect in Johansens werk.

Johansen heeft zijn wortels in het modernisme, hij studeerde aan de Harvard University School of Design bij o.a. Walter Gropius en Marcel Breuer. Zijn eerste ontwerpen zijn modernistisch, maar halverwege de jaren 50 maakt hij een draai naar het neo-classicisme en raakt tegelijkertijd geïnteresseerd in ‘biomorphism’ en de mogelijkheden van spuitbeton voor een andere manier van vormgeven. Van het modernisme heeft hij overgehouden dat aan een gebouw moet kunnen worden afgelezen hoe het gebouwd is. Zijn ‘groeiende’ huizen vertonen dan ook duidelijke verwantschap met plantenvormen.

Uit 1966 stamt het stedenbouwkundig experiment ‘Leapfrog City’, in deze stad worden bestaande en nieuwe gebouwen gebruikt als dragers voor andere gebouwen. De draagstructuren kunnen onafhankelijk van elkaar functioneren, zodat het mogelijk is om onderdelen af te breken en te vervangen, waardoor voortdurende verandering mogelijk is. Het is een model voor een zich voortbewegende stad en als zodanig een variant op de ‘Walking City’ van Archigram, de Engelse architectengroep, waar Johansen contacten mee onderhield.

De projecten uit de videopresentatie vormen een serie ‘Modellen voor de 21e eeuw’ waaraan Johansen sinds 1988 werkt. Het zijn modellen voor gebouwen, steden en openbare ruimtes geconstrueerd met recyclemateriaal (plastic flessen) en later ook met behulp van digitale middelen. Het zijn geen realistische ontwerpen, ze lopen vooruit op technische ontwikkelingen waarvan nog moet worden afgewacht of ze ooit mogelijk zullen worden. Ze komen voort uit zijn belangstelling voor nieuwe technieken als nanotechnologie, genetische manipulatie en microbiologie. Het zijn technieken die (nog) niet in de bouw kunnen worden toegepast, maar volgens Johansen zal het eens mogelijk zijn om een gebouw bijvoorbeeld organische te laten groeien, hoewel dat nog wel tweehonderd jaar kan duren.

De ‘gebouwen’ ‘Froth of Bubbles’ (1988) en ‘The Web’ (1989) klampen zich als parasieten vast aan andere gebouwen. Zijn ontwerpen reageren op hun omgeving door er gebruik van te maken of door zich aan te passen aan klimaatomstandigheden of bestaande gebruikerswensen. De meeste ‘gebouwen’ bestaan uit structuren die zich kunnen uitbreiden of juist concentreren, cellen worden door (overdekte)bruggen met elkaar verbonden, er is sprake van een netwerkorganisatie.

Bij het ‘Molecular-engineered House for the year 2200’ uit 2000 (i.s.m. Mohamed Alkhayer) worden het ontwerp van de architect en de bouwmaterialen als chemische stof in vloeibare vorm in vaten op de bouwplaats ingebracht. Via ‘aderen’ groeit het huis tijdens de bouw in enkele dagen tot een organische structuur die zich aanpast aan de omstandigheden en zichzelf uiteindelijk ook weer vernietigd. ‘I believe that as technology advances in architecture, the closer it comes to nature’ vertelt Johansen in een interview met Hans Ulrich Obrist.

Als Obrist hem vraagt naar de manier waarop zijn werk zich verhoudt tot utopische ideeën, antwoord Johansen: ‘I don’t believe in Utopias. I don’t think nature is utopian, I don’t think the universe or Creation or even God is that. It’s a false state, only manufactured by the human mind – it’s something that might be. (…) But molecular engineering and nano-technology is a breakthrough that is seriously being investigated now in California at the Foresight Institute.’

Geen Utopisch verlangen dus voor de ondertussen 87-jarige Johansen, maar toch wel een hartstochtelijk vooruitlopen op misschien ooit beschikbaar komende technische mogelijkheden. Wat doet u na uw pensioen?