Feature —

Euro 2004

Bert de Muynck

Na het 3-1 verlies in Tsjechië lijkt voor Oranje het EK2004 in Portugal steeds verder weg. Het wordt wachten op de barragewedstrijden om te weten of Advocaat zijn troepen richting het zuiden mag sturen en daar de heroïsche voetbalweken van het EK88 zal doen herleven. Portugal is er alvast klaar voor, met de bouw van tien (!) nieuwe stadions getuigt het land niet enkel van lef, maar ook van visie op het faciliteren van massaspektakels. Een verslag uit Lissabon van Bert de Muynck.

Portugal greep het Europees Kampioenschap Voetbal in 2004 aan om maar liefst tien voetbalstadions in acht verschillende steden te (her)ontwerpen. In drie kleinere steden (Aveiro, Braga en Faro) kwamen nieuwe stadions, in drie werd het bestaande stadion opnieuw gemodelleerd (Coimbra, Giumaraes en Leiria) alle telkens met een capaciteit van 30.000 toeschouwers, in Porto een nieuw stadion voor FC Porto (capaciteit 52.000) én Boavista (30.000) en twee nieuwe in Lissabon. Enerzijds is er daar het nieuwe stadion ‘José de Alvalade Stadion’ voor Sporting ontworpen door Tomás Taveira (capaciteit 52.000, kostprijs 14,8 miljoen euro) en het ‘Luz Stadion’ voor Benfica door HOK (capaciteit 65.000, kostprijs 23,8 miljoen euro). Een (foto)verslag van die laatste twee, momenteel in de afwerkingfase.

Zoals in 1998 reeds het geval was – met de Expo als aanjager van een nieuwe stedelijke ontwikkeling voor een ietwat kleurloos gebied in Lissabon – betekent de Euro 2004 voor de stad ook de kans om met grootschalige projecten de bestaande (achtergestelde) stedelijke conditie projectgericht te penetreren. Om zo ruimte te creëren voor nieuwe – commercieel gerichte – dynamische leef-, werk- en ontspanningsomgevingen. Dat laatste is ook nodig om het project financieel rendabel te maken. Wat opzichtige symboliek moet daarbij de identiteit versterken. Zo ontwierp ‘HOK Sport + Venue + Event’ (een speciale tak van HOK die zich bezighoudt met het ontwerpen van dit soort opdrachten) het ‘Estádio da Luz’ van Benfica in de clubkleur rood. Deze moet het vroegere 120.000 plaatsen tellende stadion doen vergeten. De optie om een compleet nieuw stadion te bouwen werd genomen na een referendum onder de clubleden.

José de Alvalade Stadion van Sporting, ontwerp: Tomás Taveira
onderste beeld: courtesy of Sporting Lissabon
Alle foto’s: Bert de Muynck

Geplaatst in de nabijheid van één van Portugals grootste shoppingmalls – Colombo – is het stadion een staaltje van ingenieurskunst. De golvende tribune, opgehangen aan een te opzichtige roodstalen constructie die op haar beurt steunt op vier kolossale betonnen zuilen in de hoeken van het stadion, markeert én dynamiek én openheid naar de omgeving. Deze tribune is uit vier lagen opgebouwd en kijkt uit op en een grasmat van 105 bij 68 meter. Het additioneel programma richt zich enerzijds op de die-hard voetballiefhebber, het obligate museum en de megastore, maar ook op de revitalisatie van de wat troosteloze wijk waarin het stadion zich bevindt. Een nieuwe metrohalte, fitnessclub, zwembad, conferentiezalen, volleybalzalen en gethematiseerde restaurantcomplexen moeten de programmatische kruisbestuiving vormen van de commercieel-economische visie van Benfica en het stadion ook door de weeks een ontspanningsgerichte aantrekkingskracht bezorgen. In een reeds met een krachtige auto-infrastructuur voorziene leisure omgeving moet dit zeker lukken. De constructie van het stadion zelf wordt omschreven als ‘vierde generatie’, wat betekent dat het ontwerp gebaseerd is op de volgende principes: een lichtheid van structuur (de monumentale bogen om het dak zwevend te houden), een transparant omhulsel (zie foto’s) en een openheid in planning (de visuele interactie van binnen naar buiten en omgekeerd).

Het verhaal van het Sporting Stadion is een ander. In een grauwgrijze woonomgeving werd door de Portugese architect Tomás Taveira een swingend groene (de clubkleur) tempel ontworpen. Door plaats- en tijdsgebrek is de omgeving echter één dynamische stedelijke fenix. Terwijl men druk bezig is de laatste hand te leggen aan het nieuwe ‘José de Alvalade Stadion’ (met als project ontwikkelaars het Nederlandse bedrijf Ballast, deed ook de ArenA) sloopt men het naastgelegen legendarische en impressionate oude stadions. Een clash van ambities, van heroïsche herinneringen en verwachtingen van een gelijkaardige toekomst. Het nieuwe stadion is naar vorm consistenter en meer gesloten dan haar tegenhanger van Benfica, wat enerzijds komt door een omsingelende brede band van geel en groenkleurige badkamertegels en anderzijds het gevolg is van de constructie. Het dak is opgehangen aan vier gigantische gele pylonen waardoor het stadion an sich meer karakter verwerft en het vanuit de omgeving lijkt alsof het een golf is die met tandenstokers in de grond is geprikt.

Maar de bouw van de twee stadions in Lissabon gaat ook gepaard met enkele ‘verkeerd ingeschatte details’. Zo blijkt het veld in het Sporting Stadion vanaf tientallen zitjes niet te zien, omdat ze zich achter een gigantisch tv-scherm bevinden. Waarop Sporting, in een bui van liefdadigheid, prompt de zitjes schonk aan een voetbalminnende blindenvereniging. Bij concurrent Benefica, wordt de supporters op de hoogste rij aangeraden zo weinig mogelijk gevolg te geven aan uitbundigheid. Het risico dat men bij het deelnemen aan de wave het hoofd stoot aan het veel te lage plafond is daar aanzienlijk.

Nu Feijenoord zinnens is een nieuw stadion te bouwen, kan het voor de stad Rotterdam geen kwaad om dat ook doelgericht, zoals bij Benfica, te laten aansluiten bij de ‘vierde generatie’ aan stadionontwerpen, om zo de nog steeds stroef lopende stedelijke ontwikkeling rond het Ajax-stadion buitenspel te zetten. Niet enkel de supporters zullen er blij van worden. Anderzijds moet Advocaat dringend over de noodzaak van aanvallende spelers op de twee vleugels nadenken, wil hij met Oranje op 4 juli 2004 in het ‘Estádio da Luz’ Europees Kampioen worden. Tegen de eeuwige finalist, Duitsland.