Opinie —

Naar een Architectural Governance (nu compleet)

Kees van der Hoeven

Helaas gaat het economisch en inhoudelijk slecht met de bouw. Ondermaatse prestaties in kwaliteit en kwantiteit en een geschonden blazoen na de conclusies van de parlementaire enquête. Tijdens een congres in Eindhoven kreeg ik het aan de stok met twee bestuurders van Neerlands grootste bouwondernemingen naar aanleiding van hun denigrerende uitspraken over de enquêtecommissie. Tijdens de borrel zei een van hen me: "Van der Hoeven, weet u wat u zou moeten doen? U zou moeten vechten voor een beter uurtarief voor architecten, wist u dat architect het slechts betaalde academische beroep is in Nederland?"

Los van het feit dat hij liet zien onze architectonische prestaties kennelijk alleen in geld af te meten, begreep hij werkelijk niet dat juist hij als een van onze opdrachtgevers medeverantwoordelijk is voor dat bescheiden honorarium; de helft van ons werk gaat immers in opdracht van bouwers voor de markt. En het blijft niet bij het drukken van onze prijzen. In contracten worden delen van ons auteursrecht gedwongen overgedragen en worden risico's en aansprakelijkheden steeds verder onze kant op geschoven. We worden soms zelfs verantwoordelijk gemaakt voor een positief welstandsadvies. Alsof wij aansprakelijk gesteld kunnen worden voor een onafhankelijk oordeel van derden, het is niet te geloven.

Aansprakelijkheid en risicoverschuiving zijn vooral gebaseerd op angst en dat is nu eenmaal een slechte raadgever. En sinds architectuur vaker als handel wordt geprijsd, worden onze architectentaken door die bouwende opdrachtgevers nog verder teruggebracht. V.O., D.O., bestek- en uitvoeringstekeningen zitten meestal nog wel in de opdracht, maar bestek, begroting, directievoeren en toezicht houden op het werk 'doen we zelf wel'.

Ik stel voor om analoog aan die commissie Tabaksblat met elkaar te werken aan nieuwe en betere verhoudingen in de bouw. Als handvat daarvoor introduceer ik bij u het thema Architectural Governance. En wat doen architecten daar dan zelf aan, hoor ik u denken? Welnu, hier een paar voorbeelden van mogelijke bijdragen vanuit onze beroepsgroep.

DNR

Zo heeft de BNA in de afgelopen twee jaar samen met de raadgevende ingenieurs (verenigd binnen de ONRI) intensief gewerkt aan een basisregeling ter vervanging van onze SR- en RVOI-contracten om het opdrachtgevers mogelijk te maken architecten en adviseurs helderder te contracteren. En om het voor alle ontwerpende partijen mogelijk te maken om werkelijk geïntegreerde opdrachten gezamenlijk aan te nemen en uit te voeren. Deze Nieuwe Regeling – kortweg DNR – wordt de komende maand aan onze leden gepresenteerd en besproken met alle opdrachtgevende instanties. De regeling bevat ook voor het eerst een uitgebreide taakstelling voor die opdrachtgever zelf. Met uiteraard flexibele mogelijkheden voor financiële en juridische afdekking van aansprakelijkheid en conflicten.

Architectural Governance vergt eveneens een extra inspanning van architecten en hun bureaus. Het kan niet zo zijn dat een eenmansbureau beweert het gehele bouwproces te bestrijken zonder de klant garanties te bieden voor het geval hij onder de tram komt. We moeten duidelijker zijn over we wat we wel, maar vooral over wat we niet kunnen. Maar ook het omgekeerde is waar. Binnen de BNA zijn vele architectenbureaus actief die het complete pakket aan architectendiensten (van ontwerpconcept tot en met dagelijks toezicht) inclusief management, integraal en gecertificeerd kunnen aanbieden.

Onderwijs

Architectural Governance maakt ook dat we op alle niveaus kritisch moeten kijken naar het onderwijs in ons vakgebied. De economisering in dat onderwijs en de herstructurering in bachelors- en mastersfase maken dat we straks, aan de hand van de resultaten van nieuw afgestudeerden, vanuit het beroepsveld ons eigen plan moeten trekken.

De universitaire opleidingen kiezen immers voor een focus op architectonisch ontwerpen als wetenschap en besteden minder aandacht aan beroep en techniek. Ook de kwaliteit van middelbare en hogere technische bouwkundeopleidingen maakt het nu al nodig om nieuwe medewerkers binnen onze bureaus bij te scholen in kennis van bouwmaterialen en detaillering. Misschien moeten we dat in de toekomst wel formaliseren zoals in ons herhaalde aanbod van een door de BNA gesteunde leerstoel architectenberoepspraktijk. Daarom steunen we het 'Experiment' van Rijksbouwmeester Jo Coenen, dat jonge architecten een tweejarig beroepservaringprogramma biedt.

Toezicht

We vinden het verder belangrijk om een blijvend kritische blik te werpen op de opdrachtgevende, wetgevende en toetsende taken van de overheid. De pogingen van toenmalig staatssecretaris Johan Remkes om de architectentitel af te schaffen worden in het licht van Architectural Governance volkomen belachelijk. En het kan niet zo zijn dat de BNA – als er doden vallen bij het balkonongeluk in Maastricht – een kritische brief krijgt van VROM met de opmerking dat 'het overleg tussen architect, constructeur, opdrachtgever en bouwer daar te wensen overliet' en of we 'daar in de toekomst wat aan willen doen'. Verantwoordelijkheid moet daar liggen waar ze thuishoort; de architect had in Maastricht weinig tot niets met de uitvoering te maken, vanwege die overbekende minimale ontwikkelaarsopdracht. Projectmanagement weer apart georganiseerd, directie en toezicht op de bouw weer minimaal geregeld.

Uiteraard pleit ik voor het leggen van die integrale verantwoordelijkheid bij de architect; laat hem directievoering en dagelijks toezicht, daar kunt u hem dan ook op aanspreken. U kent ze nog wel van vroeger, die in de uitvoerende bouw gepokt en gemazelde allround medewerkers van architectenbureaus. Ze werden wel bouwkundig opzichter genoemd en er gebeurde op een bouwerij niets zonder dat zij het wisten of hadden goedgekeurd.

Architectural Governance vereist dat de overheid ook werkelijk luistert naar de architectenbranche. Op dit moment zijn onze drie BNA-studiestichtingen (voor wonen, onderwijs en gezondheidszorg) bezig met ontwerpend onderzoek naar de gevolgen van het nieuwe Bouwbesluit. Mede door de sectorale aanpak daar blijken allerlei aspecten zoals brandveiligheid en de ook door de overheid zo gewenste flexibiliteit in functies grote problemen op te leveren. We zullen er uitgebreid over rapporteren.

Aanbesteden

Tenslotte de overheid als opdrachtgever. Europees aanbesteden van ontwerpen leidt tot meer concurrentie met buitenlandse deelnemers. Het lijkt alsof de BNA daar ooit tegen was, maar dat is natuurlijk niet zo. Zo krijgen Nederlandse bureaus ook grotere kansen in het buitenland en die pakken ze op slimme wijze.

In de praktijk leidt Europees aanbesteden echter tot ingewikkelde en slecht begeleide procedures. De verschrikkelijke voorbeelden zijn legio en soms verbijsterend. Zo zaten twee gerenommeerde architecten, na een intensieve procedure en getoetst aan een enorme lijst criteria, op een dinsdagmiddag om half twee bij de notaris in Zwolle omdat ze zogenaamd gelijk geëindigd waren? De opdracht voor een theater van tientallen miljoenen euro's werd zo door het trekken van een lootje uit een hoge hoed beslist. We zijn maar gestopt met het registreren en bevechten van de slechte ervaringen met dit soort aanbestedingen; Architectural Governance poogt juist een omkering bewerkstelligen. We verzamelen nu de positieve ervaringen en geven onze eigen voorbeeldprocedure voor aanbestedingen meer bekendheid.

Tot zover enkele suggesties voor verbetering van de verhoudingen binnen onze Nederlandse bouwwereld, vanzelfsprekend gezien door mijn architectenbril. Ik sluit af met een dringend beroep op opdrachtgevers en bouwers, op architecten en adviseurs, op Rijksoverheid en gemeenten om via Architectural Governance samen te werken aan nieuwe vormen van vertrouwen en verantwoordelijkheid in de bouw.