Feature —

Ground Euro

Bert de Muynck

Het is stil geweest in de Europese Hoofdstad, maar nu is de conceptstudie voor Ground Euro gereed en ligt deze ter discussie. Betreft het hier gemiste kansen, niet nagekomen beloftes of gedegen voorstellen?

Ter opfrissing: in het najaar van 2001 richtten Belgisch premier Verhofstadt en voorzitter van de Europese Commissie Romano Prodi een denktank op waarin onder andere Rem Koolhaas en Umberto Eco zitting hadden. Deze focuste zich op de Europese Hoofdstad na de uitbreiding van de Unie met tien lidstaten. Eén voorstel, een stedenbouwkundig plan voor Ground Euro, verdwijnt in de mangel van politieke machtsmolen en komt er als fletse conceptstudie uit (lancering juli 2002). Koolhaas wordt daarna uitgesloten – de vergeten handtekening – en een Spaans-Belgisch team mag werken aan een conceptstudie.

De presentatie

Het waren niet de minsten die het woord namen tijdens de presentatie van de ‘Ontwikkeling van een globaal stedenbouwkundig concept voor de Europese wijk in Brussel’ op donderdag 2 oktober 2003. Zo was er premier Verhofstadt die flirtte met de lokale belangengroepen, de ambities van de denktank in eigen voordeel interpreteerde, de sterkte van de studie relateerde aan de nationale verscheidenheid binnen het ontwerpteam en verkondigde dat ‘deze studie beantwoordt aan grote verwachtingen’. Wat waren de verwachtingen? Mixité, mixité en mixité (een begrip dat het onverenigbare verenigt) uitgezet binnen een inspiratieloos kader. Voorts gaf de Brusselse minister-president onder het motto ‘Brussel – kloppend hart van het Europese Burgerschap’ een toelichting op het ombudsplan refererend aan: het leven in de stad, de sociale en culturele mix, de Europese instellingen, de openbare ruimten, de mobiliteit, de veiligheid en de praktische uitvoering.

Het resultaat van de conceptstudie zijn 133 concrete acties binnen de perimeter van de wijk, waarbij de lokale belangengroepen de Europese monumenten, symboliek en uitstraling dicteren.

De plannen zelf

Mobiliteit. Ground Euro heet ‘vast te zitten’. ARIES presenteerde een kopie van hun plannen uit juni 2000 (!), destijds gemaakt in opdracht van het Brusselse Gewest. Dus geen optimale symbiose tussen privaat en publiek transport, maar een verdere opsplitsing, met ‘de dreef’ als infrastructurele ruggengraat een tram en een bedenkelijke bypass van het metronetwerk.

Het paradepaardje: de culturele pool. De grootse ambitie zoals verwoord in de opdracht voor deze studie betrof het stimuleren van een verscheidenheid aan activiteiten (groen, handel & wonen) zodat de integratie van de Europese wijk in de stad Brussel versterkt wordt. De vertaling daarvan wordt een ‘cultuurpool’ met ‘een ruimte waarin het Europese maatschappelijke middenveld en de Europese Instellingen worden voorgesteld in al hun verscheidenheid en veelheid. (…) Dit open centrum, dat op het kruispunt van de verschillende Europese Instellingen zou worden ingeplant, zou een nieuw kader vormen om te debatteren over het Europese vraagstuk en over de ontwikkeling van de stad.’ Ik zie het al voor me, om de Europese transparantie door te voeren kan men op donderdag tussen acht en negen borrelen met Prodi en bomen over de Europese grondwet of de textuur van de stoeptegels. In een interview met de Belgische krant ‘de Morgen’, schuwde de architect de grote concepten niet: ‘Het centrum functioneert eigenlijk als een hub‘ […] ‘Van daaruit vertrekt een dynamiek waar ook de administratieve centra van zullen profiteren.’

De woningen. Hierbij reikt de ambitie niet verder dan het concept van de mogelijkheid. ‘Het is mogelijk nieuwe woningen te bouwen op de terreinen die daarvoor zijn voorbehouden. Een andere optie is terreinen en gebouwen opwaarderen die weinig of niet interessant zijn voor de kantoormarkt.’ Tsja.

Concluderend

Alhoewel de bovenliggende strategie één optie is om uit het Brusselse moeras te ontsnappen, is de studie schaamteloos ongeïnspireerd De voorstellen zijn stoplappen voor het bestaande weefsel, waarbij een ontwikkelingsstrategie totaal ontbreekt. Zo wordt de studie niet gedragen door een lange termijnvisie, een visie op de grootstedelijke Europese cultuur ontbreekt, noch heeft het enige relatie met de  andere ontwikkelingsgebieden in Brussel, ook is er geen aandacht voor de Europese uitstraling en is er geen garantie dat de culturele pool er komt. De wens dat alle betrokken partijen (buurtcomités, Brussel, België en Europa) zich schragen achter één project, wordt niet begeleid door prioriteiten enkel door goodwill. Dit komt omdat Brussel nog steeds geen stedelijk beleid heeft dat intelligent met de uiteenlopende grootstedelijke vraagstukken kan omgaan. Aan Verhofstadts Europese belofte dat hij het tij zou keren werd hier zelfs geen begin gemaakt.

De studie is te bekijken in het Jubelpark te Brussel tussen november 2003 en februari 2004. Afgaande op de publieksreactie zal in februari het debat opnieuw geopend worden. We zijn dan, vanaf de eerste meeting van de denktank, ongeveer drie jaar verder. Richtlijn definitief ontwerp: 2007 en 2008. Concreet ligt er dan nog steeds geen voorstel, enkel het herkauwen van een infrastructuurstudie. Waardoor de echte reden om Koolhaas uit de wedstrijd te halen, ‘daar is geen tijd voor’ (dixit dhr. Moors, directeur Beleidsvoorbereiding van premier Verhofstadt), totale onzin blijkt te zijn. Het is daarom nog steeds zaak om de discussie te voeren, waarbij men de opzet van deze studie voor Ground Euro, waarvoor de Unie de aanzet gaf, serieus moet nemen en punt voor punt van kritiek moet voorzien. Misschien onder aanvoer van Nederland, dat immers het laatste halfjaar van 2004 de Europese agenda mag bepalen.