Recensie —

Recepten voor architectuur van meesterkok Price

Allard Jolles

Ondanks het kleine oeuvre dat Cedric Price heeft nagelaten, was hij een invloedrijk architect, vooral vanwege zijn scherpe en originele geest. Hoe scherp en orgineel? Lees zijn laatste publicatie Re: CP.

Een zwart boek, getiteld Re:CP, met een felle oranje band er om heen. Zo dient de onlangs overleden architect Cedric Price (1934 – 15 augustus 2003) ons zijn nieuwste, nog vóór zijn dood verschenen hapklare brok op. Re:CP (een op e-mail gebaseerde wijze van noteren) moeten we natuurlijk uitspreken als ‘recipe’, het Engelse woord voor recept. Sommige architectuurgerechten zijn het resultaat van een echte supermarktoorlog, en dus in de aanbieding (‘price cuts’). Ook staan er 73 ‘snacks’ in, variërend van één plaatje met bijschrift tot stukjes tekst van maximaal vier pagina’s. Price wil dat we het boek verslinden, zoals een varken zijn voer wegwerkt. En dat mag wanneer we willen en zo vaak als we willen, als het maar gebeurt voor 1 mei 2006. Want op die datum, zo vermeldt het omslag, zou de auteur wel eens van mening veranderd kunnen zijn. Tot zo ver alle meligheid. Hoe zit dat nu echt, die verbinding tussen eten en architectuur?

Gebouwen om op te eten

In 1978 verschijnt de tweede plaat van de Amerikaanse band Talking Heads, getiteld ‘More Songs About Buildings and Food’. Daar zijn de ‘buildings’ het menselijk lichaam, het dankzij eten gegroeide ‘gebouw’. Zoiets bedoelt Price ook. Maar voor hem is het tijdsaspect het belangrijkst. Hij verwoordt dat het beste in ‘snack 01’, waar hij een stuk tekst citeert van Buckminster Fuller, die voor zijn 78ste verjaardag een kookboek kreeg van ontwerpende vrienden. Je gaat niet zomaar koken, schrijft Price, dat doe je alleen als je op een bepaalde tijd eten wilt. Het vaststellen van de tijd waarop je wilt eten, houdt in dat je van te voren je zaakjes goed moet overdenken: hoe lang duurt het om dat gerecht te maken, hoe lang duurt het om alle ingrediënten bij elkaar te halen en zo verder. Je gaat niet zomaar zonder doel eten maken. Bij het maken van eten is de toekomst altijd in beeld. En dat zou bij architectuur ook zo moeten zijn: het gebruik en de gebruikstijd, daar gaat het Price om. Nergens is de mens zich zo bewust van het gebruik van tijd en de beschikbaarheid van tijd als tijdens het maken en eten van een maaltijd. Maaltijd? De tijd die je kwijt bent met het malen van je eten? Jammer voor Price dat hij de Nederlandse taal niet machtig is, het was zeker een lievelingswoord van hem geweest.

Goed idee

Maar Re:CP is geen flauw kookboek geworden voor het bereiden van goede architectuur. Het boek staat vol met spannende observaties over architectuur en stedenbouw. Price is een enthousiast knipselverzamelaar en een snelle, heldere tekenaar, zo blijkt uit alle ‘snacks’. En hij is dol op citeren. Brendan Behan komt voorbij, met zijn geniale stadsdefinitie: ‘a city is where you would be unlikely to meet a sheep in the road’. De crux van die definitie zit ‘m in het woord ‘unlikely’, ofwel onwaarschijnlijk: het kàn dus wel, een schaap tegenkomen. En daaronder meteen een idee van Price voor een tweeweg ijskast, zodat de melkboer de flessen gekoeld kan wegzetten. Handig, want hoe laat de melkboer komt, luistert dan niet meer zo nauw. Ook zijn voorstel voor bierleidingen onder de grond, naast de gaspijpen, het water en de elektriciteit lijken me niet onhandig. Naast de kraan een tap in iedere keuken, meteen doen. In een andere ‘snack’ verbaast hij zich over het gebruik van woningen als meetinstrument bij oorlogen en natuurrampen (zo- en zoveel vernietigd) of bij succes van een burgemeester (zoveel gebouwd). Woningbouw moet volgens Price worden gezien als de enige reden voor mensen om bij elkaar te wonen, en dat kan veel flexibeler. Waarom gaat sociale woningbouw nooit in Mobile Homes, en altijd in van de veel te statische zware blokken, terwijl je van te voren weet dat je ze na één generatie moet vernieuwen of slopen omdat ze ergens anders moeten staan?

Aan tafel

Afbraak is helaas een taboe in het wereldje, volgens Price. Helemaal fout, want eten verteer je ook en daarna verdwijnt het door de toiletpot, ontdaan van alle nuttige voedingsstoffen en vitamines. Gebruikt? Weg ermee. Dat gebeurt met gebouwen veel te weinig. Zo is hij blij dat ooit de Engelse kloosters allemaal gesloopt zijn, omdat anders Hampshire en Yorkshire helemaal vervuild zouden zijn met al die ouwe rommel. Het opblazen van die grote Boeddhabeelden door de Taliban in Afghanistan vindt hij ook prima. Want door de geschiedenis te bevriezen haal je de tijd uit z’n context. En dat is een mooie gedachte van Price.

Het boek wordt gecompleteerd door een verhaal over Price van Arata Isozaki uit 1975, en een – ongeredigeerd, zo lijkt het – interview van Hans Ulrich Obrist. Niet echt interessant, omdat het interview rommelig verloopt en wel erg veel ‘name-dropping’ bevat. Maar soms werkt die directe aanpak wel: ‘vertel eens wat meer over Basil Spence’, vraagt Obrist. ‘He’s dead’, is het vrolijke antwoord. ‘Nu z’n gebouwen nog’, denkt de lezer. En dat is precies waar Price ons hebben wil. Tijd, ruimte en voedsel, goed kauwen en dan doortrekken die hap.