Feature —

Roosenburg onder de loep

Harrie van Helmond

Binnen afzienbare tijd zal Philips het binnenstedelijke industrieterrein Strijp S in Eindhoven gaan verlaten. De gemeente is alvast begonnen met het nadenken over herbestemming. Daarbij zal onder meer beslist moeten worden wat er met de vele gebouwen van architect Roosenburg, waaronder het befaamde NatLab, gaat gebeuren.

Het definitief ontwerp van Adriaan Geuze's West 8 voor de aanstaande herbestemming van het immense nog steeds functionerende Philips bedrijventerrein Strijp S in Eindhoven is bijna gereed. Na herbestemming zal er zo'n 435.000 m2 nieuw programma gerealiseerd moeten zijn. Twee architecten zijn uitgenodigd om bij de eerste opgave: hergebruik van het voormalige NatLab-complex, op basis van een Belvedereaanpak de mogelijkheden te verkennen. 'Geen prijsvraag, geen wedstrijd maar een rustig studeren met de zekerheid dat de uitkomst zeker niet gebouwd zal worden' zoals Geuze het samenvatte bij de presentatie van de plannen: 'Behoud de ziel en benut de aanwezige kwaliteiten; vermijd een discussie over sloop of behoud'.

De opdrachtgevers zijn de gemeente Eindhoven en Volker Wessel Stevin, samengebundeld in Park Strijp Beheer BV. De bedoeling van het ontwerponderzoek is om op een innoverende wijze met behulp van mogelijke programma's (globaal 56.000 m2) te onderzoeken of en hoe de fysieke en meer impliciete kwaliteiten van het NatLab geëxploreerd kunnen worden ten behoeve van de nieuwe functies. Het wordt van het grootste belang gevonden dat de hoge verwachtingen over de potenties van het gebouwencomplex voor de toekomst van de stad bij dit eerste project worden waargemaakt. Mede hierom is een Belvederesubsidie aangevraagd en verstrekt om dit onderzoek mede te financieren. De start van het ontwerptraject is een architectuurhistorisch onderzoek dat speciaal hiertoe is verricht door K. Messchaert. In deze studie wordt de fasegewijze bouw en materialisering van het complex nauwkeurig gevolgd, wordt de laboratoriumtypologie in een internationaal kader geplaatst en wordt het gebouw binnen het gehele oeuvre van Roosenburg geanalyseerd. Besloten wordt met een waardestelling waarbij op vele niveaus het complex van internationaal belang wordt genoemd met een hoge zeldzaamheidswaarde.

De plannen en intenties van de 2 Nederlandse architectenbureau's die hiervoor zijn ingezet, zullen worden gepubliceerd door het Stimuleringsfonds voor architectuur. De Rijksdienst voor de Monumentenzorg sluit niet uit dat deze Belvedereaanpak een welkome nieuwe benadering is die voor vele projecten als pilot kan gaan gelden.

Het NatLab-complex, gebouwd tussen 1922 en 1955, is ontworpen door 'corporate architect' en Berlageleerling Dirk Roosenburg, die vergeleken met zijn kwalitatief en kwantitatief omvangrijke oeuvre landelijk een te onbekende status heeft. Het meest waarschijnlijk is de oorzaak hiervan dat hij noch een pure modernist was, noch een traditionalist. Over een jaar zal een studie gepubliceerd worden door Dorine van Hoogstraten, die op 6 oktober in de Witte Dame een voorproefje gaf van de betekenis van het werk onder de titel: 'Loyaal, Flexibel en Innovatief'. Loyaal duidt hier op de zeer lange verbintenissen tussen Roosenburg en zijn 3 belangrijkste opdrachtgevers: Rijkswaterstaat, de KLM  en Philips. Daarnaast heeft hij vele bijzondere incidentele opdrachten gehad, zoals die voor het Nederlands paviljoen op de Expo 1935. Flexibel staat voor de capaciteit om zeer verschillende opgaven aan te kunnen in een handschrift dat weliswaar als 'shake hands' te duiden is, maar dat in de loop van de tijd vele invloeden in zich opnam (Wright, Dudok, De Stijl) en altijd functionalistisch was. Innovatief benadrukt de typologische en morfologische kwaliteiten van de ontwerpen. In Eindhoven zijn er maar liefst 10 gebouwen van Roosenburg gerealiseerd. In het onderzoek voor het boek is overigens vast komen te staan dat de Witte Dame niet van Roosenburg is, iets wat algemeen toch verondersteld werd.

Het voormalige NatLabgebouw is nog wel in gebruik door Philips, maar in de 60-er jaren werd een nieuw en veel groter laboratoriumgebouw geopend buiten de stad bij Waalre. Dit complex wordt momenteel gerenoveerd, uitgebreid en heet inmiddels de Philips High Tech Campus. Dankzij de vele protesten uit de stad heeft het gemeentebestuur het voornemen om het bestaande NatLab te slopen gedeeltelijk laten varen. De hoogwaardige openbaar vervoerlijn (HOV) hoeft nu niet meer per se door het gebouw heen en voor de exploitatielasten ten gevolge van het handhaven van het grootste deel van het complex is financiering gevonden door de toevoeging van extra nieuwbouwmogelijkheden.

Die protesten waren terecht. Allereerst hebben Nederland, Eindhoven en Philips erg veel te danken aan de uitvindingen die in het NatLab mogelijk werden gemaakt: bijv. de natriumlamp, radiobuis, geluidsversterker, röntgenbuis, transistor, hifi, coaxkabel, de eerste computer (PASCAL). Nobelprijzen vielen onderzoekers uit het NatLab ten deel, vele bekende natuurkundigen werkten er waaronder Einstein. Tot 1946 staat het laboratorium onder leiding van prof. Holst. Dankzij zijn publicatiebeleid en de samenwerking met universiteiten over de hele wereld werd het NatLab snel wereldbekend. De onderzoeksvelden waren: licht, elektrotechniek, radio, akoestiek, chemie, röntgen, wiskunde en mathematische fysica.

Het protest is ook het gevolg van het sloopbeleid in het verleden. Nog steeds kan men Eindhovenaren nijdig maken door ze te herinneren aan de sloop van het voormalige stadhuis tbv niet gerealiseerde verkeersdoorbraken.

Het inmiddels geformuleerde gemeentelijke beleid 'Niet slopen, tenzij' garandeert weliswaar meer aandacht voor het erfgoed maar alles valt of staat bij een economisch haalbaar hergebruik, gebaseerd op een goede balans tussen het handhaven van historische onderdelen en het toevoegen van nieuwe elementen. Zo is er bijv. nog steeds geen oplossing voor het hergebruik van een van de meest bekende Eindhovense gebouwen, het Lichttorencomplex naast de Witte Dame. Hiervoor heeft bOb van Reeth een plan gemaakt dat wacht op economisch beter tij.