Feature —

Koolhaas ingetogen in Berlijn

Just Schimmelpenninck

Omdat de grote overzichtstentoonstelling CONTENT over het werk van Koolhaas en OMA/AMO op 14 november in Berlijn is geopend, heeft de nieuwe Nederlandse ambassade van Koolhaas voor het eerst zijn poorten geopend voor de pers, hoewel de officiële opening pas in maart 2004 zal zijn. Nu is eindelijk te zien wat dit veelbesproken project nu eigenlijk behelst. ArchiNed was erbij.

Alsof het gebouw zichzelf weg wil cijferen ligt het een stukje terug, achter een boom aan een stille kade. Een op het eerste gezicht simpele kubus van glas en metaal met erom heen een L-vormige wand, bijna geheel uitgevoerd in geperforeerde aluminiumplaat. Is dit het nu?

Na een paar geruchtmakende L en XL projecten van Koolhaas, mag de ambassade ronduit bescheiden en subtiel genoemd worden. Misschien is het gebouw nog het beste een choreografie te noemen. De manier waarop de voorbijgangers, de ambassademedewerkers en de stad een spel met elkaar spelen is werkelijk verbluffend. Het meest valt dat in het oog bij het inmiddels beroemde traject; een doorgaande passage vanaf het straatniveau tot aan het dak. Natuurlijk niet echt openbaar, het blijft een ambassade, maar voor de diplomaten en hun bezoekers een feest der zinnen. Nu eens een steile trap, dan weer een lichte hellingbaan, hier een smalle donkere gang, daar een volledig glazen passage, die buiten het gebouw hangt en met steeds buitengewoon verrassende blikken in de stad en op de bureaus van de medewerkers. Zo schroef je je ongemerkt naar 25 meter hoogte. Het schijnt dat de medewerkers de lift nauwelijks gebruiken. En terecht.

De onregelmatige loop van het traject en de daaruit resulterende ingewikkelde restvormen, waarin de kantoren hun plek hebben gekregen, maakte dat het project een nachtmerrie is voor conventioneel denkende mensen. Het gebouw heeft een soort avontuurlijke onoverzichtelijkheid; achter elke hoek vermoed je Lara Croft of Dr. Spock. Het is de ideale omgeving om binnen een organisatie nieuwe verbanden te creëren en eens andere dan de collega's van de eigen afdeling tegen te komen.

Het materiaalgebruik is buitengewoon koel. Aluminium, staal en glas zijn overal aanwezig en versterken vooral in het traject het 'Starship-Enterprise-gevoel'. Alleen in sommige representatieve ruimtes zijn materialen als donker hout en een prachtig travertijn met een houtachtige nerf en kleur toegepast. Verder natuurlijk de OMA-gewoonte om dure en goedkope materialen naast elkaar te gebruiken. Maar het zo vaak aangehaalde 'dirty realism' van Koolhaas houdt zich hier binnen de perken. Natuurlijk is niet alles even gladjes afgewerkt, zo lijkt het plaatmateriaal waarmee het hof bekleed is, afgeknipt te zijn met een eenvoudige en bovendien botte plaatschaar. Toch is vooral in het interieur vaak met grote aandacht gedetailleerd. In deze zin is het ook een echt Duits gebouw geworden. Dat moet ook, want hoewel een ambassade een enclave in het gastland is, moeten de lokale bouwregels aangehouden worden. Veel losse eindjes zullen bovendien in de komende maanden worden opgelost. Het gebouw is immers nog niet echt klaar en de Koningin komt pas in maart.

Waar de kubus van het ambassadekantoor een virtuoos spel speelt, is de wand aan twee zijden van het hof met daarin drie woningen en wat utilitaire ruimtes, een ondergeschoven kindje. Vooral de straatingang naar de woningen is een aanfluiting. Menig parkeergarage heeft een fraaiere buitendeur. Ook de pijpenlavorm van de woningen zal niet elke ambassademedewerker aanspreken. Het is jammer dat het verder ijzersterke concept hier steken laat vallen.

De tentoonstelling CONTENT in de Neue Nationalgalerie heeft een ware Koolhaas-hausse teweeg gebracht in Duitsland. De kranten staan vol met besprekingen van de tentoonstelling, interviews en natuurlijk een hoofdrol voor de ambassade. De Duitse pers is over het algemeen lyrisch over het gebouw. De Frankfurter Allgemeine zegt: 'De ambassade is het opwindendste, onconventioneelste gebouw dat sinds lange tijd in Berlijn gebouwd is'. Süddeutsche Zeitung: 'Met dit gebouw heeft Koolhaas Berlijn de 21e eeuw in gekatapulteerd.' Berliner Zeitung: 'Dit gebouw is een communicatiemachine.'

Alleen de conservatieve architectuurcriticus Rainer Haubrich ergert zich in Die Welt aan het gebouw. In een artikel waarin hij vooral bouwtechnische bezwaren noemt, constateert hij: 'Op veel plekken zou je denken dat de Nederlandse diplomaten zelf nog een beetje bijgeklust hebben'.