Recensie —

Natuurreservaat Amsterdam

Lotte Haagsma

Bij het verschijnen van zijn boek ‘Baltsen tussen baksteen’ vertelde Remco Daalder, tijdens een wandeling door het centrum van Amsterdam, over de grote variëteit aan planten en dieren die er leven. De hoofdstad als lusthof.

Je zou het op het eerste gezicht niet denken maar mensen die er verstand van hebben weten wel beter: Amsterdam kent een grote diversiteit aan dieren en planten. Remco Daalder is er stadsecoloog en hij schreef lange tijd columns over deze stadsnatuur voor het Amsterdams Stadsblad. Een selectie van die columns is nu bijeengebracht in de bundel ‘Baltsen tussen Baksteen’.

De stad is volgens Daalder ‘een warme, geriefelijke snackbar’ voor dieren. In de stad is het altijd een paar graden warmer dan op het platteland, er is genoeg beschutting tegen regen en wind én er is voldoende te eten. Het enige waar sommige dieren even aan moeten wennen is de aanwezigheid van al die mensen. Maar zelfs de schuwe futen hebben ontdekt dat mensen over het algemeen in de stad een stuk minder gevaarlijk zijn dan op het land. Ze letten helemaal niet op je, of ze brengen je regelmatig kruimels oud brood.

Daalder begint zijn boek met indrukwekkende cijfers: ‘Binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam komen dertig soorten zoogdieren voor. Er broeden honderdveertig verschillende vogels. (…) In de stadswateren zwemmen zestig soorten vissen rond. Scherpkenners vonden elfhonderd soorten paddestoelen in de stad en de directe omgeving. Elfhonderd! Vossen en hermelijnen stropen de stadsranden af, ringslangen beheersen de Diemerzeedijk, haviken en sperwers jagen in de stadsparken op duiven en merels, dwergvleermuizen zitten tot op de Dam de muggen achterna.’

De boekpresentatie-excursie van Daalder leidde door een deel van het centrum van Amsterdam waar wij deelnemers maar enkele van bovengenoemde schepselen tegenkwamen. We startten bij de Zuiderkerk waar meteen het eerste natuurverschijnsel te zien was. Naast de kerk staat een esdoorn die wat scheef tegen een hekje is aangegroeid. Volgens Daalder voelen bomen hun omgeving aan (een wetenschappelijk gegeven, geen new age-idee) en deze esdoorn ‘ontdekte’ het hek en ‘bedacht’ dat het tegen zo’n hek lekker hangen is en nu kan hij niet meer zonder.

Langs de grachten staan iepen die met hun prettig geribbelde schors ruimte bieden aan allerlei insecten die weer kunnen worden opgegeten door vogels. Tegen de bakstenen bruggen van de Amsterdamse school groeien zeldzame varens, de combinatie van vocht en stevige voegen bevalt hen uitstekend. Amsterdam Zuid is overigens een wijk waar het goed toeven is, niet alleen voor mensen maar ook voor dieren, dit komt omdat Berlage het groen als integraal onderdeel zag van zijn ontwerp. De ene architectuurstijl is kennelijk ‘natuurvriendelijker’ dan de andere.

De iep en de esdoorn zijn autochtone Amsterdammers, maar er zijn ook allochtonen te vinden onder de planten en dieren in de stad. Deze hebben het er zo naar hun zin gekregen dat zij absoluut niet van plan zijn de stad weer te verlaten. De halsbandparkiet is zo’n beestje, ondertussen de populairste vogel van Amsterdam met zijn fel groene veertjes en razendsnelle vlucht. In de jaren zeventig werden de eerste halsbandparkieten door hun eigenaar losgelaten, ze sloegen aan het broeden in het Vondelpark, kregen jongen en vermenigvuldigden zich. Andere parken werden veroverd en sinds 1998 zijn de halsbandparkieten ook in Amsterdam Noord te vinden. Ze houden van stadsrumoer en van weinig groen. Ze slapen graag samen in hoge bomen op drukke plekken, zoals naast de Utrechtsebrug.

Eigenzinnige inwoners van de Amsterdamse binnenstad zorgen er mede voor dat vogels broedplaatsen kunnen vinden en voedsel kunnen vergaren. Samen houden zij hun straat groen, met planten en zelfs bomen in tonnen voor de deur, in krappe tuintjes langs de stoep en op dakterrassen. Ook woonbootbewoners dragen hun steentje bij met vlonders en bloembakken.

De levendige natuur van Amsterdam wordt overigens wel bedreigd door het steeds sterieler worden van de stad. De gesloten en geïsoleerde nieuwbouw biedt vaak onvoldoende ruimte voor vogels, muizen en insecten. Gelukkig is daar bij de planning van IJburg rekening mee gehouden, architecten kregen de opdracht om richels en spleten in de gevels en daken mee te ontwerpen. Leve de stadsnatuur!