Recensie —

Tentoonstelling ombudsplan Ground Euro

Bert de Muynck

In het ‘Résidence Palace’ te Brussel zijn nog tot 10 januari 2004 de 133 voorstellen voor Ground Euro te bekijken. De tentoonstelling als communicatiemiddel is een kaakslag voor wie zich architect of stedenbouwer noemt. De bijhorende cd-rom en website bieden inzicht.

Wie het noorden kwijt is over de achtergrond van deze tentoonstelling, verwijs ik graag naar de eerder gepubliceerde artikelen over Ground Euro op ArchiNed (zie onderstaande linken).

De vertaling van de ambitie om tot het scheppen van ontwikkelingsmogelijkheden voor Ground Euro te komen verliep allerminst vlekkeloos. Temeer omdat er geen politieke en culturele instrumenten voorhanden waren die zich met deze problematiek bezighielden, laat staan dat er interesse was om die in Brussel/België te ontwikkelen. Maar op hetzelfde moment spreekt men van een nieuwe start. Maar goed, er is dus een ‘Ombudsplan – Brussel kloppend hart van het Europees Burgerschap’ dat een keerpunt wil zijn, ‘structurele tekortkomingen oplossen’ én ‘het signaal voor een nieuwe benadering van Europa in Brussel.’ Niet van Brussel in Europa.

De initiatiefnemers (Belgisch premier Verhofstadt en Brussels minister-president Ducarme) spreken van een associatieve methode die de verschillende partners moet verenigen. De honderddrieëndertig voorstellen zijn onderverdeeld in zeven hoofdstukken die nog maar eens een debat tussen de betrokken spelers moeten ontlokken.

Het doel is om de wijk, die nu een hard onderscheid kent tussen lokalen en Europeanen, ‘permeabel’ oftewel doordringbaar te maken. Dit wil zeggen ‘een fysieke en sociale band te creëren tussen de belendende gebieden, een kruisbestuiving tot stand te brengen tussen de heterogene weefsels,’ waarin polariteit, gemengdheid en intensiteit moet leiden tot homogeniteit.

De aanzet

De stedenbouwkundige achter het plan gaf recentelijk in ‘de Standaard’ wat uitleg. Zo pleit hij voor een ‘bouwmeester’ voor de wijk, corrigeert zijn eerder met trots aangekondigde pacemaker: ‘We hebben een fout begaan door het complex ‘culturele pool’ te noemen. Het gaat meer om een overdekte publieke ruimte, een open forum, een senaat voor de burger’ en rekent af met het Koolhaasspook dat nog steeds door de wijk waart: ‘We gaan er niet van uit dat er gebouwen met de grond gelijk gemaakt worden, zoals Rem Koolhaas. Het Ombudsplan wil vooral de bestaande toestand dynamiseren en nagaan wat er uit de hand gelopen is.’ Ook worden de vijf pijlers van het plan geschetst: de renovatie van het Leopoldpark, de culturele pool, de mall, een nieuw treinstation en het bevoetgangeren van de wijk.

boven: tentoonstelling
midden: Europese supermarkt
onder: één van de 133 voorstellen – de snelbuffetbar

De tentoonstelling

In de hal van het Europees perscentrum is de tentoonstelling ingericht, deze bestaat uit een op de grond gelegde puzzel en wat spandoeken waarop de voorstellen geprint zijn. De opbouw, die ronduit inspiratieloos is, mist iedere essentie: historische achtergrond van het gebied, doel, opzet en conclusie of een aanzet voor debat ontbreken. Voor de leek, voor wie de tentoonstelling bedoeld is, moet de achtergrondloze kwantiteit allicht de inhoudelijke kwaliteit verdoezelen, waarin duidelijk wordt dat de wijk puur solipsistisch ontwikkeld wordt, een strategie die poogt het enclavistisch karakter van het gebied te ondermijnen. Er wordt op samenwerking tussen de spelers gehamerd en er wordt hier en daar gepleit voor kwaliteit. Als voor dat laatste de honderddrieëndertig voorstellen een leidraad moeten bieden, dan geef ik hier graag enkele van die voorstellen: ‘een drankstand inrichten in het Huis Linden’, ‘de plaatselijke vraag naar allerhande voorzieningen’, ‘de forumruimte: een concentratie van gemengde functies’, ‘de identiteit van de ‘vallei’ profileert zich via de integratie van de burger’, ‘een fietsplan opstellen’, ‘supermarkt met Europese levensmiddelen’, ‘een restaurant met hapjes voorzien in het Jubelpark’, ‘de wijk beter toegankelijk maken voor de verschillende gebruikers’… Verder staat er een rode brievenbus voor bedenkingen op het plan, liggen er wat postkaarten en is er een cd-rom met de plannen beschikbaar.

Cd-rom

Uit de cd-rom (zie ook de website) blijkt dat de werkgroep een dossier heeft samengesteld waarin de historische achtergrond, het institutionele planologische kluwen in Brussel, een nota over de organisatie van architectuurwedstrijden, een onderzoek naar ‘culturele polen’ (Centre Pompidou, Institut du monde Arabe en Guggenheim Bilbao) en een audit van de bestaande toestand samenkomen. Maar ook hier is het moeilijk om het overzicht te houden. Duidelijk is dat het voorstel op alle lagen van de wijk wil scoren, maar het blijft weinig bevredigend. Dit omdat het ‘ombudsplan’ zich bedient van de participatieve recuperatie gedachte. Waar vroeger alles van hoger hand werd opgedrongen, worden deze voorstellen ter compensatie vanonder af gedacht. Het voorstel is de stedenbouwkundige borgsom die Brussel betaalt voor fouten uit het verleden – met wat smartengeld voor de wijk – en biedt geen visie op hoe vandaag en morgen om te gaan met de Europese ambities van Brussel. Want die laatste zijn nog steeds niet helder. Dit is voornamelijk te wijten aan de bedenkelijke politieke structuur die dit plan mogelijk maakte.

De gemiste kansen liggen op alle niveaus, maar bottom line is dat het Europese burgerschap in Brussel geen vorm krijgt binnen een dynamisch architecturale en stedenbouwkundige cultuur. De verschillende identiteiten waar Brussel en Europa zo trots op zijn, worden nu noch individueel versterkt, noch leiden zij tot één identiteit. Het plan leidt tot een architecturale en stedenbouwkundige strategie die het gebied onnodig verdunt en onvermijdelijk zal neutraliseren. De grote fout die hier dan ook gemaakt is, is dat de strategie (die volstrekt aanvaardbaar is) om alle betrokken partijen te verenigen leidt tot een plan waar alle partijen een vinger in hebben, maar niet tot een architecturaal, stedenbouwkundig of maatschappelijk plan dat de handen in elkaar slaat, krachtdadig verenigd en doordenkt als total design.