Recensie —

De edele kunst van het koffiedik kijken 2

Marina van den Bergen

Wat brengt de toekomst? Onder de titel ‘De Elite van morgen? Jonge architecten 20 jaar later’ presenteren 14 architectenbureaus zich in de Amsterdamse ARCAM galerie.

Voor hun presentatie kregen de bureaus een beperkte ruimte toegewezen, maar waren daarbinnen vrij om te doen en laten wat ze wilden. Dit levert een vrolijke en bonte verzameling van bureaupresentaties op: van glamour tot sober, van conceptueel tot 'wat je ziet is wat je krijgt'. Een tentoonstelling die wat betreft opzet niet veel verschilt van bijvoorbeeld de expositie over jonge BNA-leden die enkele jaren eerder in de ARCAM galerie te zien was; een bezoek zeker waard maar nauwelijks aanleiding gevend tot speculaties over de toekomstige sterstatus van de exposanten.

Dat is echter wel wat de organisatoren beogen gezien de inleiding op en de titel van de tentoonstelling. De Elite van morgen? is vragend gesteld, maar impliceert een bevestigend antwoord. Verder refereert de subtitel Jonge Architecten 20 jaar later aan de succesvolle eerste Biënnale van Jonge Architecten die in 1983 werd gehouden. Deze biënnale was een initiatief van de Stichting Wonen, het Nederlands Documentatiecentrum voor de Bouwkunst en Stichting Architectuurmuseum en werd gefinancierd door het ministerie van WVC. Het was een van de vele initiatieven die gedurende de eerste helft van de jaren tachtig werden ontplooid om de Nederlandse architectuur en met name de positie van een nieuwe generatie architecten te bevorderen. Behalve de biënnale werd in die periode onder meer de Prix de Rome voor architectuur herstart, vond de eerste AIR manifestatie plaats, werd de eerste onafhankelijke architectuuruitgeverij opgericht (010), was Archiprix al actief, en was het vanaf midden jaren tachtig voor jonge architecten mogelijk om startsubsidies aan te vragen.

Voor de Biënnale van Jonge Architecten van 1983 selecteerden Hans van Dijk, Hans Tupker en Dick van Woerkom ontwerpers als Jo Coenen, Frits van Dongen, Mels Crouwel, Jan Benthem, Koen van Velzen, Sjoerd Soeters, Hans van Heeswijk, Frank en Paul Wintermans, Cepezed, Lucien Lafour en Kas Oosterhuis. In totaal 21 jonge architecten, die nagenoeg zonder uitzondering inmiddels behoren tot de bekende architecten van Nederland en belangrijke posities innemen binnen de structuur die in de jaren tachtig werd opgezet.

Anders dan soms wordt gesuggereerd, waren de 21 uitverkorenen geen onbekenden in het architectuurcircuit. In een recensie getiteld 'Biënnale van de architectuurinteelt' verweet Jord den Hollander de samensteller te weinig risico te hebben genomen. 'Alleen de keuze baseren op wie zich de afgelopen jaren in de persmedia heeft gemanifesteerd leidt tot architectonische inteelt en niet tot een levendige discussie.'

De biënnales die volgden konden de belofte en het succes van de eerste niet waarmaken. Slechts een deel van deze architecten, waaronder Mecanoo, Willem Jan Neutelings en Wiel Arets zouden later de sterstatus bereiken. Na de vierde biënnale in 1989 was het dan ook afgelopen.

Terwijl de biënnale van 1983 nog een duidelijke functie had binnen de vele initiatieven uit die tijd: het tonen van recente ontwikkelingen aan een breed publiek en het stimuleren van een nieuwe generatie, is de centrale vraag op expositie De elite van morgen?: 'kent de architect over 20 jaar – in Nederland maar ook internationaal gezien – nog een beroepsgroep met een eigen elite en zouden de hier gepresenteerde architecten daar deel van uitmaken? Nagenoeg alle exposanten hebben ofwel meegedaan aan Europan, Archiprix of Groepsportretten, hebben prijzen gewonnen als de Charlotte Köhlerprijs of de Prix de Rome, of hun werk gepubliceerd gezien in vakbladen of zelfs het Jaarboek Architectuur in Nederland. Blijft de vraag of de exposanten de elite van morgen zullen vormen. Deze 'jongeren' zullen toch eerst de oude elite moeten verdringen voordat ze de nieuwe elite kunnen vormen en dat zal niet eenvoudig zijn. De deelnemers aan de '83 biënnale die volop hebben geprofiteerd van de institutionalisering van het architectuurcircuit zijn daarbinnen nog steeds invloedrijk of zelfs machtig, en zullen dat gezien hun leeftijd nog wel een tijdje blijven. Gezien het ontzag en bewondering die de meeste exposanten in ARCAM tonen voor de huidige elite, lijkt een machtswisseling middels verzet uitgesloten; mogelijk werken ze gestaag maar langzaam aan een uitholling van de macht van binnenuit. Tenzij er op korte termijn fluwelen revolutie plaatsvindt, is de kans dat de elite van morgen in de ARCAM galerie te zien is, uitermate klein.