Feature —

Körmeling over Körmeling

Bert de Muynck

John Körmeling presenteerde op uitnodiging van ARCAM eigen werk in het Amsterdamse theater de Brakke Grond. De voorstelling zwalkte tussen een drang naar omstandige reflectie en de onweerstaanbare verleiding van ‘het goede idee’. Een verslag.

Zoals in zijn reeds in 1994 verschenen en sinds dien vele malen herdrukte en herziene A good book presenteerde Körmeling zijn werk als een omgekeerde geschiedenis, beginnend bij het meest recente om af te sluiten met de beginjaren. En net als in het boek waren het veel ideeën, veel projecten en weinig reflectie of theorie. De legitimatie van het werk ligt in het ‘ja waarom ook niet’ of ‘ja als je het zo bekijkt’. Hierdoor spreekt het werk over de persoon en de positie van de kunstenaar eerder dan over kunst, architectuur of stedenbouw. Waarbij een maniakale doorgedreven logica uitmondt in een (kunst)werk of de vorm leidt tot het plan. Dat alles onder het motto ‘het is maar wat je mooi vindt’.

Ditmaal eindigde Körmeling zijn voordracht met de presentie van het eerste werk dat hij ooit maakte. Schatplichtig aan de Ethiopische kerken die in de grond werden uitgegraven en onder het motto ‘hoe dieper, hoe hoger’ delfde Körmeling in 1973 uit de tuin van de Eindhovense bouwkunde faculteit een kunstwerk op. Dit zichtbaar maken van het onzichtbare, een grondsculptuur die een vreemde verwantschap vertoonde met het decennia later gerealiseerde kunstwerk van Daniël Libeskind in de tuin van het Joods Museum te Berlijn, bleek uiteindelijk een mooie samenvatting te zijn van Körmelings werk. Daaraan voorafgaand had hij nog omstandig zijn fascinatie voor de wiskundige maten en verhouding, met name voor de wortel, uitgelegd aan de hand van Napoleon, en een project dat in 1982 de Jan van Eyck Academie in Maastricht perforeerde. Nog eerder op de avond kondigde Körmeling aan dat binnenkort, 20 jaar na zijn vondst, een cd met ‘wortelmuziek’ zal verschijnen; muziek, eigenhandig ontsproten aan zijn wortelgitaar waarbij tweede- en derdemacht wortelreeks uitgezet zijn op de hals en een nieuwe standaard opleveren, een project uit 1983.

Kassahuisje Beestenmarkt Leiden 2001
Teashop Valkenberg Breda 2002

Een aantal werken zijn ondertussen ware klassiekers geworden. Zoals zijn nieuwe lay-out voor de krant die, door ordening van het nieuws per land, duidelijk maakt welke aandacht een land krijgt. ‘Uit China, een land met meer dan een miljard inwoners, vandaag geen nieuws.’ Andere zijn natuurlijk de medaille voor de ‘thuisblijfheld’, een actie voor Sarajevo uit 1994, het ontwerp nieuwe ziekte uit 1992 – ‘ik testte wat kleurstiften op een papiertje en hup ik had een ziekte uitgevonden, makkelijk’ – zijn legendarische platte, 1400cc aluminium auto uit 1995, zijn al even roemrijke cultontwerp voor de kortste en breedste snelweg van Nederland op het museumplein in Amsterdam (1988) en één in wording: Körmelings koninklijk geschenk voor het water- en waterstof tijdperk waarbij Maxima Alexander in de lucht houdt, die op zijn beurt een ‘Mickey Mouse constellatie van atomen’ in de lucht houdt. Dit laatste heeft veel weg van zijn kroonluchter die in de Terminal West van Schiphol hangt.

Verbazen deed Körmeling die avond het meest met zijn eenvoudige logische stedenbouwkundige en architecturale, al dan niet uitgevoerde, projecten. Zo leidde de simpelheid van de zoet- zoutwater logica tot een groots plan voor Zoetermeer, zijn maatschappelijk gescheiden wegen en bruggen voor de A12 die een blow-up zijn van de absurde infrastructuren waarmee je wel eens in België wordt geconfronteerd, zijn theehuis in Breda – waarbij de hoekdetails refereren aan Brinkman en Van der Vlught en de vloer een holografische textuur heeft -, het subtiel modernistische kassahuisje in Leiden en het sublieme americana pioniershuisje boven op een kansloos douanepand in de haven van Rotterdam. Deze laatste, samen met het oranje-rode tuinbonbon in Tilburg, zijn aangename tegenwichten en kalme verstrooiingen voor de complex neurotische wijze waarop tegenwoordig ingrepen verward worden met extreme make-overs.

Het werk van Körmeling is charmant in haar realiteitsbeleving waarbij de presentatie beklijvend was en aanzette tot reflectie. Maar net daar schort het aan. Als alles – van de vierkante auto tot de complimentenmachine -beredeneerd en gereflecteerd moet worden, dan blokkeert de soepele en esthetische machine van Körmelings ideeën en productie. Zoals in de inleiding van de lezing werd aangegeven houdt het werk zich ook eerder op in het rijk van de momenten, belevenissen en confrontaties. Körmelings presentatie speelde ook hier mee: een feel-good lezing van iemand die de verwondering (zie zijn eigen catalogus aan reisbeelden) weet te ontdekken, vorm te geven en daar anderen weet mee te enthousiasmeren. Het is altijd een goed idee, als is het maar eventjes, om open te staan voor deze natuurlijkheid in denken en handelen.