Feature —

Rijnboog Arnhem

Redactie

Het Masterplan Rijnboog, het stedenbouwkundig kader voor de transformatie van het gebied tussen het Arnhemse Centraal Station, de Rijn en de binnenstad, is deze week vrijgegeven voor inspraak. De meest in het oog springende ingreep is de aanleg van een haven.

Het plangebied Rijnboog is op dit moment bepaald geen aantrekkelijke stedelijke ruimte. Het gebied wordt gedomineerd door minder gelukkige wederopbouwarchitectuur en een grootschalige verkeersstructuur met als belangrijkste pijnpunt de aanlanding met een verkeersplein van de Nelson Mandelabrug. Nu de vernieuwing van het station en de directe omgeving langzamerhand gestalte krijgt, richt de aandacht zich op de brede zone tussen het station, de binnenstad en de Rijn. De doelstelling is daarbij vooral de verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. Daarnaast is er in een voorlopig programma van circa 1200 woningen, 90.000 m2 kantoorruimte en 30.000 m2 winkelruimte als versterking van de aangrenzende centrumfuncties voorzien. Het stedenbouwkundig plan is opgesteld door Manuel de Solà-Morales (in samenwerking met Urhahn Urban Design en met bijdragen van Bureau B+B).

De gefaseerde realisatie van het masterplan bestrijkt een periode van ruim twintig jaar. Een belangrijk onderdeel van het nieuwe plan betreft de aanleg van een 40 meter brede en 220 meter lange haven loodrecht op de rivier. Deze haven moet de rivier tot in het hart van de Arnhemse binnenstad brengen. In het nieuwe Havenkwartier tussen de haven en de Markt zijn verschillende winkelfuncties en recreatieve voorzieningen. Tot nu toe is de verbinding van Arnhem met de rivier op zijn zachts gezegd problematisch. Eerdere pogingen om deze band te versterken en om de rivierkade tenminste tot een bereikbaar en enigszins bewandelbaar openbaar gebied te maken zijn eigenlijk nooit goed gelukt. Als de stad niet naar de rivier kan komen, dan de rivier maar in de stad trekken, zoiets moet de gedachte van de Solà-Morales geweest zijn. Het succes van de transformatie van in onbruik geraakte, stedelijke havengebieden tot aantrekkelijke woonmilieus in echte havensteden zal misschien aanleiding zijn geweest tot deze keuze. De ingreep lijkt bedoeld om dit deel van Arnhem te voorzien van een karakteristiek ruimtelijk element als drager en aanjager voor verdere ontwikkeling. Opmerkelijk is het wel dat de loodrecht op de rivier gegraven haven de werkelijke topografische karakteristiek van Arnhem, het voor Nederlandse begrippen enorme hoogteverschil tussen stad en rivier, min of meer negeert. Technisch zal het graven geen probleem zijn, maar een hoogteverschil van circa zes meter tussen de straat en het water levert natuurlijk een heel ander beeld op dan watersteden als Triest, Venetië en Amsterdam waaraan het masterplan refereert.

Een tweede hoofdpunt van het plan is de herinrichting van de Rijnkade. Het kadegebied ten westen van de Nelson Mandelabrug krijgt een groen karakter. De beroemde 'blauwe golven', het omgevingskunstwerk van Peter Struycken zal daarbij verdwijnen. Het gedeelte tussen de twee Rijnbruggen wordt ingericht als flaneerboulevard. Het gebied rond de aanlanding van de Nelson Mandelabrug wordt opnieuw ingericht met meer aandacht voor het voetgangers- en fietsverkeer. In dit deel is voorzien in een aantal woontorens en een 'Cultural Entertainment Centre'. Coehoorn, het gebied tussen het station en het westelijk deel van de Rijnkade, zal worden getransformeerd tot een citadel, met smalle straten en semi-openbare binnenpleinen.

Aangezien vrijwel niemand gelukkig is met de huidige situatie, zal er weinig weerstand tegen het masterplan komen en kan het plan naar verwachting deze zomer worden vastgesteld. Daarna heeft Arnhem twintig jaar de tijd om de problematische stedelijke ruimte tussen stad en rivier grondig te verbeteren.