Opinie —

Waar wij wonen

Allard Jolles en Vincent van Rossem

Vincent van Rossem pleit voor suburbanisering door een combinatie van duurzame landbouw en suburbaan wonen als alternatief voor verdichting en herstructurering van binnenstedelijke en na-oorlogse woonwijken.

Mevrouw Dekker spreekt. Nou ja, er is gelekt over het ruimtelijk beleid dat het kabinet voor ogen staat. Omdat gesproken wordt van meer vrijheid voor de gemeenten en bouwen in het Groene Hart is iedereen in rep en roer. De goed georganiseerde strijders voor de groene ruimte in het vaderland zien de bui al hangen. Een rechts kabinet maakt zich klaar voor de definitieve stormloop op alles wat in de Nederlandse ruimtelijke ordening tot stand is gebracht gedurende de afgelopen vijftig jaar. Maar wat is er eigenlijk tot stand gebracht sinds Nederland in Haagse burelen bedacht wordt? Niets natuurlijk, mede omdat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat van begin af aan niet mee wilde doen. Al in 1958, in de nota over het Westen des Lands, gaf dit Ministerie te kennen dat wegenbouw essentieel was voor het functioneren van Nederland. Men beschouwde het Groene Hart als een waanidee, omdat groei aan de buitenzijde van de stedenring de reistijden in de Randstad nog langer zou maken dan ze al waren. Een heel pragmatische en verstandige visie dus, want de stedenbouw is er niet om gestalte te geven aan utopisch gedachtegoed maar om de bestaande samenleving beter te doen functioneren. De wegen werden gebouwd, en waar wegen zijn, is suburbanisering.

Ondanks alle kletspraat over gebundelde deconcentratie in de befaamde Tweede nota over de ruimtelijke ordening uit 1966 is het talloze landgenoten gelukt om een eengezinswoning te betrekken, desnoods in een rijtje, liever twee-onder-een-kap, en bij voorkeur natuurlijk vrijstaand met een aardige tuin rondom. Progressieve intellectuelen verachten dit woonideaal maar het is voor een gezin met kinderen de beste oplossing, en lang niet zo droevig als men wel denkt. Dit is mogelijk gemaakt door gemeentebesturen die nog enig zicht hebben op het normale leven. De gemeentelijke plannenmakerij bood altijd weer mogelijkheden tot voortgaande suburbanisering, en zo werden de boerendorpen forensendorpen. Toen de koopwoningnood in de Randstad werkelijk nijpend werd, bleek ook het Haagse dogma rekbaar en mocht Vinex-land gebouwd worden. Een blik op de cultuurhistorische waarderingskaart van het Groene Hart die Guus Borger in 1996 heeft gemaakt, leert wat er nu gaat gebeuren. Tussen Gouda, Den Haag en Rotterdam ligt een groot gebied met geringe landschappelijke kwaliteit. Mevrouw Dekker heeft het besluit genomen om daar te gaan bouwen.

Intussen worden de stedelijke kernen steeds compacter gemaakt, want hoe voller de stad, zo wil de simpele logica van het ruimtelijk beleid, des te leger de groene ruimte. De verantwoordelijke wethouders hebben echter ook een geheime agenda, want het gaat in feite om sociaal beleid. De getto’s met goedkope huurwoningen die zijn ontstaan door een rigide socialistisch volkshuisvestingsbeleid moeten nu door middel van herstructurering en verdichting omgebouwd worden tot wijken met een flink percentage koopwoningen voor de middenklasse. Het is nog maar de vraag of het gaat lukken om op die wijze een woonmilieu tot stand te brengen dat aantrekkelijk is voor de beoogde doelgroep. De oorspronkelijke kwaliteit van de naoorlogse woonwijken wordt in elk geval naar de bliksem geholpen, en na de herstructurering rest er waarschijnlijk een treurige stedenbouwkundige chaos die niet goed is voor de prijsvorming van koophuizen. Het economische dipje heeft deze huizen nu al onverkoopbaar gemaakt. Het is overigens een wonderlijke vorm van sociaal beleid, deze herstructurering. Vroeger betekende sociaal beleid het scheppen van werkgelegenheid en scholing, in combinatie met een sociaal huurbeleid. Maar de V van VROM is afgeschaft, en er worden goedkope huurwoningen gesloopt ten behoeve van koopwoningbouw. Het probleem van de armoede wordt niet opgelost maar opgejaagd.

Het ruimtelijk beleid is een ramp voor de grote steden, want verdichting betekent niet dat het gezelliger wordt. Daar waar sociale structuren in het woonmilieu ernstig verstoord worden, zal nooit iets goeds kunnen ontstaan. De samenleving van het getto is altijd nog te prefereren boven het asociale verzinsel dat de compacte stad wordt genoemd. Het ruimtelijk beleid is ook een ramp voor de zogenoemde groene ruimte, want juist die ruimte moet nodig geherstructureerd worden. Het Nederlandse platteland is een bende waarin agrarische milieuvervuiling en suburbaan wonen om de ruimte strijden. De agrarische industrie heeft geen toekomst, maar aantrekkelijke suburbane woonmilieus in Holland, Brabant en Gelderland zijn essentieel voor de Randstad. Het zou verstandiger zijn om de suburbanisering landschappelijk in goede banen te leiden. Dat is heel goed mogelijk, en de zee van groene ruimte die dan nog altijd resteert, moet onderhouden worden, dat is traditioneel de taak van boeren, geciviliseerde boeren. Alleen een goede combinatie van duurzame landbouw en suburbaan wonen kan voorkomen dat de groene ruimte een rampgebied wordt, een nitraatsteppe, die ook als woonmilieu totaal verarmd is.