Recensie —

Code OMAR

Marina van den Bergen

‘Start. De Rem Koolhaas/OMA collectie in het Nederlands Architectuurinstituut’ is behalve een tentoonstelling, een installatie. Een installatie over het archief en archiveren waarbij de Rem Koolhaas/OMA collectie als verleider wordt gebruikt.

Sinds de eerste verwerving in 1984 van drie projectdossiers is de Rem Koolhaas/OMA collectie (toegangscode OMAR) inmiddels gegroeid tot 44 dossiers met een totale lengte van 105,5 meter. Het archief bevat werken uit de periode 1978-1995. NAi's voorloper, het NDB was eerst alleen geïnteresseerd in de Nederlandse projecten van het in 1975 opgerichte OMA. Materiaal over buitenlandse projecten en artworks (presentatietekeningen voor de verkoop) werden in die periode verworven door het Deutsches Architectur Museum (DAM) in Frankfurt en het Canadian Centre of Architecture (CCA) in Montréal. Pas veel later begon ook het NAi intresse te hebben in de buitenlandse projecten. Anders dan het DAM en het CCA wilde het NDB complete, afgesloten projectdossiers. Dus niet alleen de presentatiemaquettes en artworks maar ook de schetsmaquettes, bestektekeningen en correspondentie. Bij de verworven projectdossiers bevinden zich prijsvraaginzendingen als die voor de Tweede Kamer in Den Haag (1978) en het ontwerp voor het Zentrum fur Kunst und Medientechnologie in Karlsruhe (1986), en gerealiseerde projecten als de De Kunsthal in Rotterdam (1987-1992). Start. De Rem Koolhaas/OMA collectie in het Nederlands Architectuurinstituut toont al de 44 projecten, weliswaar verpakt in karton en zuurvrij papier, maar voor iedereen opvraagbaar.

In de grote zaal is een 'open depot' gebouwd. Een deel hiervan is voor  het publiek toegankelijk zoals het maquettedepot dat zich in midden van de ruimte bevindt. Alle OMA maquettes uit de collectie zijn hier op één hoop neergezet. Aan weerszijde van het maquettedepot bevinden zich uitgiftebalies waar de aangevraagde archiefstukken ingekeken kunnen worden. Achter een grote houten schutting staan verhuisdozen, kisten en kokers onordelijk op elkaar gestapeld; materiaal dat nog niet geïnventariseerd is. De archivarissen zullen (live!) tijdens de tentoonstelling beginnen met het selecteren, ordenen en beschrijven van deze laatste aanwinst.

Wat is de lol van dit alles? Deze vraag wordt beantwoord met vier presentaties van materiaal dat uit de projectdossiers afkomstig is en die langs de muren hangen. Onder de titel 'Het ontwerpproces' wordt de ontwerpgeschiedenis van het Nederlands Dans Theater inzichtelijk gemaakt, van de eerste schetsjes voor een locatie bij het Scheveningse Circustheater tot het uiteindelijke ontwerp aan het Spui in Den Haag.  Daarnaast zijn er 'De Topstukken', artworks met een museale status, 'De innovatie' met onder meer tekeningen van Deux bibliothèques de Jussieu in Parijs, en 'De ontdekking', hier wordt een relatief onbekend project voor een multifunctioneel recreatiecentrum in Groningen uit 1989 getoond. Om de bezoekers aan te moedigen zelf op ontdekkingstocht te gaan in het archief is er de speciaal voor de gelegenheid ontworpen database waarin alle OMAR archiefstukken op eenvoudige wijze te vinden zijn; van principedetails tot knipsels, van schetsen tot kostenramingen. De database die on-line te raadplegen is bevat ook een aantal achtergrondartikelen. In Plagiaat, het archief als bron voor de rechtzoekende burger gaat Alfred Marks in op de kwestie rondom het vermeende plagiaat van De Kunsthal, over de rol van het artwork binnen het oeuvre van Rem Koolhaas/OMA schreef Linda Vlassenrood een artikel en Ellen Smit gaat in op de betekenis van de maquette voor het werk van OMA.

Wie hapklare informatie over vroege Koolhaas/OMA projecten hoopt te krijgen komt bedrogen uit. Wat de bezoeker ontdekt hangt geheel van hemzelf af, hij moet zelf op onderzoek uit en zelf het verhaal maken. Start is daarmee in de eerste plaatst een ode aan het archief.