Recensie —

De achterkant van de stad

Lotte Haagsma

Onder luid tromgeroffel van een heuse fanfareband werd vorige week het boekje ‘Interfering’ gepresenteerd in TENT te Rotterdam. Samenstellers Hieke Pars (kunstenaar) en Iris Schutten (Architectuurwerkplaats de Ruimte) verzamelden projecten die op kleinschalige wijze en vaak tijdelijk ingrijpen in de stad.

De projecten variëren van het aanbieden van kampeerplekken op de daken van Den Haag door de kunstenaars Ton Schuttelaar en Nicoline van Harskamp, tot het maken van een nachtelijke en illegale wandeling door journalist Ben van der Ploeg langs de nog net niet opgeleverde Calandlijn, de nieuwste en langste metrolijn van Rotterdam. In Montreal werd door het Canadese architectencollectief SYN- op verwaarloosde en desolate plekken in de openbare ruimte picknicktafels neergezet. Hiermee deze locaties weer tot leven wekkend en mensen de onverwachte charme ervan te laten ervaren. In Rotterdam maakte kunstenaar Jasper van der Made een fotoreportage van plekken waar veel graffiti is. Hieke Pars en Karin Keijzer veranderden de op sloop wachtende Puntstraat in Rotterdam-West voor één dag in een evenementenpark door de straat te bedekken met een kamerbreed tapijt van gras. In Den Haag organiseerde Architectuurwerkplaats de Ruimte 'Sloopzacht', een kunstmanifestatie in een rijtje huizen dat zou worden neergehaald.

Tijdelijke interventies, improvisatie, communicatie, al dwalend de stad ervaren. In bovenstaande projecten vinden architecten en kunstenaars elkaar door op een zelfde manier de stad te onderzoeken en te gebruiken. De beleving van de stad als een steeds veranderend organisme, niet het beeld van de stad als visitekaartje, maar de ontdekking van de achterkant: de verborgen hoekjes, het dakenlandschap, restruimtes langs infrastructuur en (tijdelijk) braakliggende terreinen, daar gaat de publicatie 'Interfering' over. 'They are always there to be discovered: Places to stroll about aimlessly, right there where efficiency lost track.'

Het gaat er bij de gekozen projecten niet zozeer om het tijdelijke tegenover het permanente en geplande te zetten, maar om een levendige dialoog met de stad aan te gaan, waarin het bestaande wordt gecombineerd of geïnfiltreerd door iets nieuws of onverwachts. 'This approach is still underused in urban design and architecture where the tendency too often is to create a decor that is complete in itself, that represses or forgets the crucial role of bodies, the plurality of material tonalities, and the richness of the unexpected.'

Het sympatieke van Interfering is dat het een verzameling kleinschalige ingrepen in de stad bijelkaar brengt die, inherent aan hun karakter, vaak maar door een kleine groep mensen werd beleefd. Samengebracht en vergezeld van een aantal meer theoretische en literaire teksten kunnen ook anderen nu kennis nemen van het enthousiasme waarmee sommige architecten en kunstenaars zoeken naar een alternatieve benadering van de stad. Geen grote bouwprojecten en geen indrukwekkende overzichtstentoonstelling in het museum, maar kleine speldenprikjes uitdelen om de soms insukkelende stad op te kietelen. Geen hekken plaatsen om een binnenterrein af te schermen voor criminaliteit, geen knobbeltegels leggen om zwervers te weren onder een beschuttend afdak, geen dichtgespijkerde ramen in verlaten panden. Maar ruwhouten loopbruggen bouwen om een kortere route naar de bus te verschaffen, projecties van bomen in de blinde ramen van een verlaten huis en het aanleggen van een weelderig parkje op een braakliggend stuk grond in de wijk. Interfering leest als een prettige en pretentieloze handleiding voor een alternatief gebruik van de stad.