Recensie —

Duurzaam bouwen: de alledaagse praktijk en de toekomst

Piet Vollaard

Hoe staat het toch met het duurzaam bouwen? Zijn er nog nieuwe ontwikkelingen of is duurzaamheid zodanig ingebed in praktijk en regelgeving dat ‘alles op rolletjes loopt’ en er geen speciale aandacht meer nodig is? Twee recente uitgaven over duurzaam bouwen besproken.

Er zijn in de loop van de tijd tientallen uitgaven verschenen die antwoord proberen te geven over de vraag hoe er in de alledaagse praktijk duurzaam gebouwd kan worden. Een van de instellingen die zich met deze vraag bezig houdt is de SEV (Stuurgroep Experimentele Volkshuisvesting). Deze stichting publiceerde ooit het 'Handboek duurzame woningbouw' waarin een voorkeurslijst van dubo-bouwonderdelen werd gepresenteerd. Op deze lijst kwam onder meer de terechte kritiek dat het wel of niet toepassen van een bepaald materiaal of toestel op zichzelf nog niet veel zegt. Het gaat er om de toepassingen in samenhang met het gebouw als totaal en met de omgeving te zien. Sinds enige tijd wordt daarom gewerkt met het meer integraal opgestelde rekenmodel Eco-Quantum, waarmee getracht wordt de milieubelasting van een geheel gebouw (en niet van componenten afzonderlijk) inzichtelijk te maken. Het uiteindelijke doel is daarmee om zinvol en objectief de milieuprestatie van een gebouw te kunnen formuleren die kan worden gebruikt bij het opstellen van het programma van eisen, die als monitor tijdens het ontwerpproces de consequenties van de ontwerpkeuzes bijhoudt en die uiteindelijk de gevraagde prestatie kan toetsten.

Hoewel de Eco-Quantummethode meer ontwerpvrijheid en waarschijnlijk ook zinvollere duurzaamheid oplevert, is ook deze methode nog niet optimaal. Het 'Variantenboek Milieuprestatie Vormgeven' onderzoekt tien verschillende woningprojecten op basis van deze Eco-Quantum score en vergelijkt ze met een referentiewoning van hetzelfde type. Het is een helder geschreven en gepresenteerde analyse die op verschillende niveaus zinvol kan zijn voor architecten. De gekozen projecten zijn alle tien ontworpen door architecten die al lange tijd ervaring hebben met duurzaam bouwen. Zij weten hun ontwerpkeuzes daarom goed te formuleren en te verantwoorden en van hun ervaring kan geleerd worden. De projecten die zijn geanalyseerd zijn over het algemeen niet van uitzonderlijk hoog experimenteel gehalte, maar juist voorbeelden van goede, maar 'gewone' duurzame woningen.

Getoetst op basis van de Eco-Quantumscore blijken sommige vanzelfsprekend lijkende duurzame oplossingen, niet altijd zo slim. Zo scoren op zichzelf energiebesparende installaties soms negatief vanwege het feit dat ze elektriciteit gebruiken, en niet het beter scorende gas, of omdat het energiebesparende effect te niet wordt gedaan doordat er extra materiaal moet worden toegepast. Een grasdak scoort geheel tegen de intuïtie in negatief omdat de 'eco gevoelswaarde' of voordelen als geluidisolatie, luchtfiltering, vasthouden regenwater en dergelijke (nog) niet worden meegewogen. Aanpasbaarheid  (functionele duurzaamheid) wordt evenmin meegewogen. Dit soort specifieke eigenaardigheden van de huidige versie worden echter duidelijk in het boek uitgelegd. Zodat de uitgave kan worden gelezen als toegankelijke 'Tips en Hints voor alledaagse duurzaamheid'. De uitgave is voorzien van een CD met een eenvoudige ontwerptool waarmee beslissingen in de ontwerpfase op hun duurzaamheidscore kunnen worden getoetst.

Tot zover de alledaagse duurzaamheidpraktijk, maar hoe zit het met de toekomst? Leidt het denken over en werken met de ecologische problematiek tot nieuwe architectuur of nieuwe gebouwtypen? Wordt er nog geëxperimenteerd en zo ja in welke richting en met welke resultaten. Op die vragen proberen Anke van Hal en Jacques Vink in 'Trends, over de relatie duurzaam bouwen en de bouwtrends van de toekomst' een antwoord te geven. Rond een zevental thema's (herstructurering, tijdhorizon, symbiose, grensgebieden, interdisciplinair, high- en lowtech combinaties en gezondheid) worden een aantal recente, meestal gerealiseerde voorbeelden gedocumenteerd. Hoewel de nieuwe trends voor degenen die enigszins bekend zijn met eco-architectuur niet bepaald verassend meer zijn, is er toch sprake van een afstand tussen de alledaagse praktijk die in het Variantenboek aan de orde komt en de projecten die in Trends zijn gedocumenteerd. Er wordt wel degelijk nog steeds geëxperimenteerd op het gebied van duurzaamheid en energiebesparing. En als inspiratiebron voor architecten die een stapje verder willen zetten op het gebied van duurzaamheid en energiebesparing vervult Trends zeker een rol. Maar het is geen modellenboek, de gedocumenteerde projecten kunnen niet zo maar gekopieerd worden. Sommige Trendsprojecten, zoals het bekende nul-energiehuis Sobek, zouden waarschijnlijk slecht scoren op de Eco-Quantum schaal, en hebben voornamelijk een rol als proeftuin en innovatiecentrum.

Het Variantenboek en Trends bedienen elk voor zich twee verschillende groepen, respectievelijk de grote groep toepassers van uitgeteste technieken en een kleine groep innovators. Beide zijn nodig, beide moeten echter ook kennis nemen van elkaars successen, problemen en vorderingen. Een innovator die niet kijkt naar de alledaagse praktijk is wereldvreemd, een architect die geen schuin oog op de toekomstige ontwikkelingen houdt, wordt dat ook. Voor alle zekerheid lijkt het dus maar het beste om beide uitgaven voor alle architecten aan te bevelen.